Gasvrij? De gemeente kiest hoe

Leidraad Van een warmtenet tot een elektrische warmtepomp. Het Planbureau voor de Leefomgeving inventariseerde de opties.

In Purmerend is zo’n driekwart van alle gebouwen inmiddels aangesloten op een warmtenet.
In Purmerend is zo’n driekwart van alle gebouwen inmiddels aangesloten op een warmtenet. Foto Olivier Middendorp

De plaatselijke supermarkt, de bakkerij of zelfs het slachthuis – hun restwarmte kan bijdragen aan de verwarming van je huis. Het zijn serieuze opties bij het aardgasvrij maken van woonwijken, zo blijkt uit een inventarisatie van alle 8 miljoen huizen in Nederland.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bracht de afgelopen maanden in kaart welke aardgasloze opties er zijn, tegen welke kosten. Met die kennis kunnen gemeenten aan de slag om te bekijken welke wijken het eerst van het gas af gaan en of die bijvoorbeeld op een warmtenet worden aangesloten.

Met de zogeheten Leidraad die eind oktober is gepubliceerd, kan elke gemeente of geïnteresseerde burger voor elke Nederlandse wijk zien welke van vijf opties de goedkoopste is. Is dat een warmtenet, een elektrische warmtepomp of een gasketel met groen gas?

Sommige gemeenten zijn druk aan het rekenen met de kaarten en tabellen die het Planbureau leverde, merkten Nico Hoogervorst en Ruud van den Wijngaart van het PBL. „We kregen vragen van een ambtenaar uit Nijmegen die zelf de restwarmte van een supermarkt in zijn gemeente wil berekenen”, zegt Van den Wijngaart. „Zo’n telefoontje geeft aan dat ze daar serieus aan de slag zijn.” Ook de koeling in een slachterij en de ovens van een bakker kunnen restwarmte leveren.

Lees ook: ‘Ik heb moeite met een gemeente die afspraken niet nakomt’

Het Klimaatakkoord bepaalt dat over tien jaar de uitstoot van broeikasgassen met de helft is teruggebracht. Ook woonwijken en bedrijfsgebouwen moeten daaraan een bijdrage leveren. In 2030 moeten anderhalf miljoen huizen gasvrij zijn gemaakt. Gemeenten bepalen met welke wijken ze gaan beginnen. Eind 2021 moet elke stad of dorp in een zogeheten Transitievisie Warmte het tijdpad aangeven. Naar verwachting wordt de helft van de huizen aan een warmtenet aangesloten. De warmte kwam tot nog toe vooral van kolencentrales en afvalverbranding. Het is de bedoeling dat de warmte steeds duurzamer wordt.

Wat wilt u weten over aardgasvrije wijken?
Nederland gaat van het aardgas af. Daar is tot 2050 de tijd voor, maar bij veel gemeentes gaat de spade nu al de grond in. Dat roept vragen op, die wij in het kader van ons project ‘Van het gas af’ graag beantwoorden. Wat is een goed alternatief voor de cv-ketel? En krijgen we zonder aardgas het huis wel warm? Heeft u ook vragen, laat het ons weten via dit formulier.
  1. Stel hieronder uw vraag

Gemeenten moeten zelf kiezen

„De Leidraad geeft de financiële consequenties van alle opties, maar de gemeenten kennen de lokale situatie natuurlijk veel beter”, zegt Hoogervorst. „Zij weten dat bijvoorbeeld de straat over een paar jaar toch open moet voor de nieuwe riolering en dan kan direct een warmtenet worden aangelegd.”

Het PBL had met zijn gegevens een ‘totaalplaatje’ kunnen maken van de kosten om heel Nederland aardgasvrij te maken, of een ranglijst van de meest aantrekkelijke technieken. Maar dat deed het bewust niet. Het Planbureau waakt ervoor zelfs maar de schijn te wekken zelf keuzes te willen maken. Hoogervorst: „Dan zegt de lokale bestuurder dat het PBL heeft geadviseerd dat dit de beste optie is, terwijl de gemeenten die keuze zelf moeten maken.”

De bedoeling is dat gemeenten zelf gegevens aanvullen en verbeteren, en vervolgens een plan maken. Volgens Hoogervorst heeft de tumultueuze aanleg van windmolens op land laten zien dat zulke beslissingen niet centraal moeten worden genomen. Stammenstrijd, eindeloze procedures en zelfs bedreigingen waren het gevolg. „Deze warmtetransitie is veel ingrijpender dan windmolens. Nu kom je in feite in de woningen zelf. Dat moet je wel zorgvuldig organiseren”, aldus Hoogervorst.

De PBL-experts toeren momenteel door Nederland om hun inventarisatie te laten zien. Dat geeft hun een indruk hoe intensief gemeenten met de transitie bezig zijn. „Dat beeld is heel divers. Sommige gemeenten hebben zelf al een analyse gedaan en dan kan bijvoorbeeld blijken dat hun keuze afwijkt van onze prognoses. Daar kunnen goede redenen voor zijn. Maar soms is er nog niet eens over nagedacht en dan is onze inventarisatie meer een wake-upcall”, zegt Hoogervorst. „Soms is de medewerker voor verduurzaming, die slechts voor halve dagen werkt, ook nog verantwoordelijk voor geluidhinder en stikstof. Dat is natuurlijk veel te veel.”

Geen paniek

Niemand hoeft in paniek te raken, vertellen ze tijdens hun rondgang in alle provinciehoofdsteden van Nederland. „Al proef je dat paniekgevoel soms wel”, vindt Van den Wijngaart. „We hebben tot 2050 en je hoeft niet al volgend jaar aan te geven hoe de hele gemeente van het gas afgaat.”

Paniek is misschien niet nodig, maar de warmtetransitie is wel ingewikkeld, alleen al door de vele betrokkenen. Bewoners en woningcorporaties zijn partij, en ook netwerkbedrijven als Alliander en Stedin en energiemaatschappijen als Essent en Eneco. „Er is veel afstemming nodig, op alle niveaus. Zijn de stroomleidingen zwaar genoeg, krijgen we voldoende warmte zoals afgesproken? We moeten nu zoeken naar wat werkt, welke aanpak effectief kan zijn. Hier moeten we de komende jaren wel mee aan de gang.”