Analyse

De handelsplaats is nu handelswaar geworden

Deze rubriek belicht iedere maandag actuele beursontwikkelingen. Deze week: overname van BME.

Het clichébeeld van de beursvloer is een wirwar van telefoonsnoeren en handelaren die naar knipperende koersen op grote borden staan te schreeuwen.

De realiteit is een stuk rustiger: een kantoorsetting waar traders achter hun bureau zitten: alles verloopt digitaal.

Bedrijven als Deutsche Börse, Euronext en Nasdaq faciliteren deze rust op vele beursvloeren wereldwijd. Ze leveren speciale computers en ontwikkelen software om de miljoenen transacties te verwerken, allemaal via een eigen systeem. Het is een lucratieve markt: net als alle effecten die op een beursvloer verhandeld worden, is het faciliteren van de handel op zichzelf óók weer een markt.

Op dit moment raakt de markt voor beursexploitanten steeds verder geconsolideerd. Door fusies en overnames zijn grote beursbedrijven ontstaan, die onderling de dienst uitmaken en de kleintjes opslokken.

De meest recente overnameprooi is de Spaanse Bolsas y Mercados Españoles (BME), uitbater van onder andere de beurs in Madrid. Waar al veel Europese beurshuizen zijn verdeeld tussen grotere spelers als bijvoorbeeld Euronext, is BME nog een van de laatste zelfstandig opererende beurzen in Europa.

De strijd om BME gaat tussen Euronext en het Zwitserse SIX. Euronext, zelf het resultaat van de fusie tussen verschillende beursbedrijven, faciliteert onder meer de handel in Amsterdam, Parijs, Lissabon en Brussel. Na lang ontkennen gaf het half november toe gesprekken te voeren met het bestuur van BME. Deze mededeling was nog maar net de deur uit toen vanuit Zürich het nieuws kwam dat SIX omgerekend 2,8 miljard euro wilde neerleggen voor de Spaanse beurs.

Volgens beleggerstrainer Peter Siks van BinckBank is de overnamestrijd vooral van technologische aard. „Het gaat ze erom zo veel mogelijk beurzen bij hun eigen platform te krijgen”, zegt hij. „Per transactie wordt telkens een promillage verdiend. Met de aanschaf van BME ‘koop’ je als het ware extra omzet: hoe meer trades je over één platform jaagt, hoe beter.”

Afgelopen jaren hebben diverse fusies gepoogd die extra omzet te verkrijgen. Deutsche Börse probeerde sinds de eeuwwisseling al drie keer de London Stock Exchange (LSE) te kopen. De laatste poging, in 2017, liep stuk op bezwaren van de Europese mededingingswaakhond. Europees marktleider Euronext pakt het kleiner aan: na Dublin en Lissabon lijfde het dit jaar de beurs van Oslo in.

De grootste recente klapper was in augustus. De Britse beursexploitant LSE deed een duizelingwekkend bod van omgerekend 27 miljard euro op databureau Refinitiv. Als de deal is afgerond, behoort LSE in één klap tot de grootste verstrekkers van handelsinformatie ter wereld.

Deze miljardendeal past in een groter patroon van wereldwijde concurrentie, zegt analist Matthias De Wit van zakenbank Kempen. „Met de overname van Refinitiv zie je dat schaalgrootte steeds belangrijker wordt. In de VS heb je grote handelsplatformen, waar het in Europa nog gefragmenteerd is.”

De Wit moet nog zien of Euronext kan wedijveren met het bod van de Zwitsers. „In het bod zijn ook toezeggingen gedaan over werkgelegenheid in Spanje, en behoud van hun eigen infrastructuur. Dat is heel belangrijk voor BME.” Volgens hem beperkt dit sociale aspect de toekomstige koper van BME – of dat nou SIX of Euronext wordt – „om straks veranderingen door te voeren aan de kostenkant”.

Het Zwitserse bod ligt nu bij de Madrileense aandeelhouders van BME, die een biedingenstrijd wel zien zitten: de koers van de Spaanse beursuitbater steeg op de dag van het bod met 40 procent.