Aan de dans tegen dementie

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: schaken op de dansvloer.
Illustratie Eliane Gerrits

Het kan zomaar opeens toeslaan: angst voor dementie. Het overkwam een bevriend echtpaar, beiden halverwege de vijftig. Ze besloten onmiddellijk preventieve maatregelen te nemen. Nu zijn ze beiden natuurkundigen, dus ik dacht dat het vast niet zo’n vaart zou lopen. Hun hersenen beoefenen immers elke dag topsport.

Maar zo simpel bleek het niet te zijn. Ter voorkoming van dementie dien je niet alleen je hersenen te gebruiken, maar ook te bewegen. En het liefst tegelijkertijd. De kwestie was uit te vinden wat het efficiëntst aan beide vereisten voldeed. Met de mathematische precisie waar ze alles mee benaderen, verkenden ze de mogelijkheden. En zo ontdekte dit tweetal, dat nog nooit een stap op de dansvloer had gezet, squaredans. Nieuwsgierig togen ze naar een dansvereniging in de buurt. Daar ging een wereld voor hen open.

Squaredans, een verzamelnaam voor verschillende dansstijlen, kwam ooit met de kolonisten mee uit Engeland, maar is inmiddels zo Amerikaans, dat negentien staten het tot hun officiële dans hebben uitgeroepen. Vrijwel altijd begint het met vier stellen die in een vierkant, een square, staan. Vanaf een podium geeft een zogenaamde ‘caller’ zingend en musicerend instructies. Een voorbeeld van zo’n instructie is „cirkel links”. Alle acht de dansers pakken dan elkaars hand en lopen linksom in een cirkel. Wanneer je de instructies van de caller niet goed uitvoert loopt alles in het honderd. De groep is dan af.

Mijn vrienden schreven zich diezelfde avond nog in. In het begin hoef je maar een paar instructies te onthouden. Op dit niveau komen mensen voor een gezellig avondje uit. Maar daarvoor kwamen deze twee niet. Ze wilden zo snel mogelijk naar het volgende niveau, met een honderdtal instructies.

Het duurde niet lang voor ze volledig in de ban raakten van squaredans. Waar ze maar heen reizen, elke conferentie, lezing of familiebezoek, begint met het inschrijven voor de lokale dansfestivals. Moeilijk is dat niet. Squaredans is razend populair. Jong en oud doet het, over het hele land, met name rond universiteiten als Stanford en MIT.

De twee, van nature uiterst competitief, zitten inmiddels op het een na hoogste niveau, waar het dansen het karakter van een echte wedstrijd heeft. De instructies zijn complex en wisselen elkaar snel af. Ooit hopen ze het allerhoogste niveau te bereiken met meer dan duizend calls.

„Het is ingewikkelder dan de snaartheorie”, zegt hij. „Je moet zo goed opletten”, verzucht zij. „Het is schaken op de dansvloer.” Inmiddels geeft ze er college over. Voor wiskundigen.

Op een video zie ik ze in hun vierkant staan, terwijl ze uiterst geconcentreerd luisteren naar de caller, een countryzanger die tussen het jodelen door zijn instructies zingt.

„Is dat squaredansen voor jullie wel ontspannend?”, vraag ik. Tenslotte zitten ze, als ze niet op de dansvloer staan, dag en nacht met hun neus in de formules. Ze kijkt me verbouwereerd aan. Ontspannend? Nee, natuurlijk niet. Het is op topsnelheid problemen oplossen en dat met de voortdurende angst te verliezen.

Over hun angst voor geheugenverlies heb ik ze niet meer gehoord.

Reacties naar pdejong@ias.edu