Nederlandse tropenarts overleden aan lassakoorts

Een Nederlander die in Sierra Leone werkte is overleden aan de gevolgen van het virus. Een ander is in quarantaine geplaatst.
De arts lag in een isolatiekamer in het LUMC.
De arts lag in een isolatiekamer in het LUMC. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Op de quarantaine-afdeling van het Leids Universitair Medisch Centrum is zaterdag een Nederlandse tropenarts overleden aan de gevolgen van lassakoorts. Dat heeft minister voor Medische Zorg Bruno Bruins (VVD) schriftelijk aan de Tweede Kamer laten weten. Een tweede arts is in quarantaine geplaatst in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Beiden waren deze week gerepatrieerd uit het West-Afrikaanse Sierra Leone.

De overleden arts is donderdag door een privévliegtuig opgehaald uit Sierra Leone en onder medische begeleiding naar Leiden gebracht. Eenmaal in Nederland werd vastgesteld dat de patiënt inderdaad het virus had opgelopen. Maar zijn toestand was volgens Bruins in eerste instantie stabiel. Van de tweede arts was in Sierra Leone al duidelijk dat er sprake was van lassa. In het ziekenhuis daar waar de twee werkten, is volgens Bruins nog een aantal Nederlanders werkzaam. Zij die contact hebben gehad met de twee gerepatrieerde patiënten, worden ook teruggehaald naar Nederland.

Knaagdieren

Lassa wordt in de regel verspreid door knaagdieren en komt vooral in West-Afrika voor. Besmetting gebeurt doorgaans door contact met urine of ontlasting van dieren, maar overdracht van mens op mens komt ook voor. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft bijna 80 procent van de mensen die het virus oploopt daar geen last van. Bij maar een kleine groep treden symptomen zoals koorts, hoofd- en gewrichtspijn op. Zodra zich symptomen voordoen, komt volgens het RIVM twintig procent van de patiënten te overlijden.

Lassakoorts is al sinds 2000 niet meer voorgekomen in Nederland en in de dertig jaar daarvoor ook maar één keer. Het virus is verwant aan ebola, maar heeft veel minder vaak dodelijke gevolgen. Het laatste bekende geval in Europa was drie jaar geleden, toen de ziekte in Duitsland werd geconstateerd bij een reiziger uit Sierra Leone.

Van een epidemie in Sierra Leone is volgens een RIVM-woordvoerder geen sprake. De ziekte is daar een alledaags verschijnsel dat lang niet altijd tot complicaties leidt. Voor het feit dat medisch personeel ermee besmet is geraakt, is volgens de woordvoerder geen duidelijk aanwijsbare reden.