Opinie

Met columns bereik je niks

Frits Abrahams

Bij jonge columnisten proef ik weleens de hoop dat ze met hun columns de wereld kunnen verbeteren. Vergeet het maar, moet ik uit eigen ervaring verzuchten. Ik wil niemand zijn illusies afnemen, maar enige werkelijkheidszin is soms geboden. Hier enkele voorbeelden uit de (mijn) praktijk.

Onlangs schreef ik over de oprukkende gewoonte bij allerlei instanties om hun cliënten te tutoyeren. Ik noemde een brief van Mirjam Moll, directeur van Museumvereniging/ Stichting Museumkaart, waarin ze mij joviaal om betaling van mijn museumkaart verzocht. „Ga jij de komende weken nog naar een museum?” stond er boven haar brief. Ik weerstond de verleiding om te antwoorden: „Jazeker, Mirjam, ga je mee?”, en stuurde een wat formeler geformuleerde bevestiging.

Daarop stuurde ze mij de nieuwe kaart toe met een brief die begon met: „Alsjeblieft! Hierbij ontvang je een nieuwe, persoonlijke Museumkaart met kaartnummer […] En heb je weer een jaar lang makkelijk toegang tot ruim 400 musea.[…] Er is altijd een museum bij jou in de buurt. Je kunt er eindeloos ons echte goud ontdekken.”

Nu kan ik daar opnieuw over gaan zeuren, maar ik heb besloten me bij de realiteit neer te leggen en haar minstens zo amicaal te antwoorden: „Dankjewel, lieve schat! Wat fijn toch dat jij ons vrijwel belangeloos in staat stelt al die geweldige musea te bezoeken. Wat versta je trouwens onder ons echte goud? Hebben wij ook onecht goud?”

Een ander onderwerp waar ik vaak kritisch over geschreven heb, is de alternatieve geneeskunde. Mijn indruk is dat die sindsdien alleen maar aan invloed heeft gewonnen en zelfs tot de duurdere verzekeringspakketten is doorgedrongen. Wie niet meer weet hoe hij zijn brood moet verdienen, kan altijd nog een knuffelende kwakzalver of schele piskijker worden.

Lang geleden ging ik bij de uitvinder van de haptonomie op de behandeltafel liggen om zijn loze praatjes aan te horen en door te kunnen prikken. Hij daagde me voor de Raad voor de Journalistiek, maar verloor. Toch is hij de uiteindelijke winnaar, al leeft hij niet meer. Onlangs kreeg ik een mail van The International Journal of Haptonomy & Haptotherapy die zich „a scientific independent peer-reviewed multidisciplinary open-access e-journal” noemt. Scientific! Het kan niet op. De haptonomie wordt brutaal.

Op een verjaardagfeestje ontmoette ik laatst een man die voor zijn niet geringe kwalen „allerlei haptonomen” had geraadpleegd. Ik moest even denken aan Marco van Basten, die in zijn autobiografie schrijft dat hij zijn noodlottige enkelblessure door acupuncturisten had laten behandelen. Arme Marco, hij stierf van de pijn, maar dacht dat wat Chinese naaldjes waar zelfs Mao al niet meer in geloofde, hem uit zijn lijden konden verlossen.

Op hetzelfde feestje verzekerde een aantal ouderen me dat ze niets moesten hebben van de griepprik. Aan hun lijf geen geprik, dan maar liever doodziek naar bed. Nu is niet afdoende bewezen dat die griepprik werkt (ik krijg ’m al jaren, nooit meer griep, maar dit ter zijde), maar wat me toch treft is enerzijds het wantrouwen jegens de reguliere geneeskunde en anderzijds de goedgelovigheid jegens allerlei volstrekt onbewijsbare paranormale flauwekul.

Nou ja, af en toe moet je zoiets opschrijven – als je maar niet denkt dat het zal helpen.