Stellen met kinderwens via de voordeur, spermadonoren via de achterdeur

Vruchtbaarheidskliniek Via een fertiliteitskliniek in Gelderland blijken in de jaren zeventig en tachtig honderden kinderen te zijn verwekt door anonieme donoren. Donorkinderen zoals Inge Poorthuis willen nu weten wie hun vader is. „Dat geeft al enorme rust.”

Gynaecologen hebben wel een interne code - één donor mag maximaal twaalf gezinnen helpen, met een maximum van 25 kinderen – maar de overheid kan die code controleren noch afdwingen.
Gynaecologen hebben wel een interne code - één donor mag maximaal twaalf gezinnen helpen, met een maximum van 25 kinderen – maar de overheid kan die code controleren noch afdwingen. Foto Koen van Weel / ANP

Inge Poorthuis (39) uit Utrecht is een vlotte prater. Het type stuiterbal, vol energie en enthousiasme. Via een door haar beheerde besloten Facebookgroep voor donorkinderen uit een fertiliteitskliniek te Oosterbeek vond ze twee halfzussen. „Toen we elkaar voor het eerst spraken vlogen er zo drie uur voorbij. Die drive, die drukte die zo bij me past, dat hadden zij precies zo.” Dat ze deze halfzussen heeft leren kennen, maakt haar leven naar eigen zeggen dan ook „een stuk completer”.

Maar eigenlijk was het nooit de bedoeling dat ze zou ontdekken dat zij – net als haar broer en zus – een kind van een donorvader was. „Dat hadden mijn ouders destijds zo afgesproken met de dokter. Via een nicht kwam mij dit alsnog ter ore. Toen hebben mijn ouders ons verteld hoe het zat.”

Na deze ontdekking volgde nóg een verrassing voor de drie kinderen. „De kliniek had mijn ouders verteld dat we alle drie van dezelfde donor afkomstig zouden zijn. Maar uit dna-onderzoek bleken we alle drie verschillende vaders te hebben.” De zus van Inge Poorthuis heeft haar donorvader inmiddels gevonden, haar broer nog niet. Tot 2004 was het voor donoren mogelijk om anoniem te blijven. Poorthuis: „Van een serieuze administratie was bovendien nauwelijks sprake en de gegevens die er waren, zijn intussen vernietigd.”

De Facebookgroep voor kinderen afkomstig uit de Oosterbeekse kliniek heeft intussen zo’n veertig leden, maar dat worden er deze week met de dag meer. De aanleiding voor deze nieuwe aanwas vormt berichtgeving in dagblad De Gelderlander. Afgelopen vrijdag maakte deze krant bekend dat via de Oosterbeekse kliniek in de jaren zeventig en tachtig honderden kinderen zijn verwekt.

„Hoewel we deze kliniek al kenden heeft de omvang hiervan ons wel verrast”, reageert Ties van der Meer van Stichting Donorkind. „Het bevestigt ons vermoeden dat de Barendrechtse spermadokter Jan Karbaat niet de enige was die in die tijd zo grootschalig te werk ging.” Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat dokter Van Waalwijk Van Doorn net als Karbaat zijn eigen sperma zou hebben ingezet, noemt de Gelderlander één donor – een inmiddels 82-jarige Oosterbeekse man – die misschien wel 150 kinderen op de wereld heeft helpen zetten.

Sperma via de achterdeur

„Mijn moeder heeft weleens een donor zien weglopen”, zo beschrijft Poorthuis de gang van zaken. Stellen met een kinderwens kwamen via de voordeur het pand aan de Utrechtseweg in Oosterbeek binnen, terwijl de donoren tegelijkertijd via de achterdeur hun buisje sperma inleverden. Goede timing was daarbij essentieel, want de kliniek beschikte niet over koelkasten. Poorthuis: „Hij belde die donoren één voor één of ze vandaag tijd hadden. Als dat zo was dan kwam je op het aangewezen tijdstip langs.”

De donoren die de arts voor zijn kliniek wierf – met name via de lokale duikvereniging, waar hij actief was als keuringsarts – wilden op die manier bijdragen aan de kinderwens van andere gezinnen. Toch wisten maar weinig andere Oosterbekers wat er in dit pand – waar behalve een fertiliteitskliniek ook een abortuskliniek was gevestigd – precies plaatsvond. Donorschap was toentertijd met veel discretie en zeer weinig regelgeving omgeven. „In die tijd hoorden kinderen er gewoon bij”, vertelt Poorthuis. „Zeker in deze overwegend christelijke regio.” Als het dan niet lukte, dan was dat een taboe. En voor dat soort situaties bood dit soort klinieken in die tijd uitkomst.”

Hoewel Poorthuis al enige tijd actief is met haar Facebookgroep heeft de berichtgeving haar toch verrast. „Het is bijna angstaanjagend. Sommigen van ons hebben intussen al wel zeven halfbroers en -zussen gevonden. Maar nu blijkt er dus een donorvader met mogelijk wel 150 kinderen te zijn.” Het roept gemengde gevoelens op in de lotgenotengroep op Facebook. „Je weet niet goed meer waar je op moet hopen. We zoeken elkaar op in de hoop verwanten te vinden. Maar wat als het er dertig zijn? Of misschien dus wel 150? Dat is een aantal dat je gewoon niet bevatten kan. Allemaal mensen waar je je toe moet zien te verhouden.”

Oproep aan donoren

Poorthuis: „Dat mannen zo vaak en gedurende zo’n lange periode donor konden zijn, is gewoon onethisch. Dan moet er ook in die tijd toch een belletje gaan rinkelen bij een arts? Inteelt is een lelijk woord, maar als je in een tijd waar mensen vaak bleven wonen in de buurt van hun geboorteplek zoveel verwanten op de wereld zet, dan neem je een enorm gezondheidsrisico.”

Hoewel er sindsdien veel is verbeterd, wordt de verantwoordelijkheid volgens Ties van der Meer van Stichting Donorkind nog altijd primair bij de kinderen gelegd. Gynaecologen hebben een interne code: één donor mag tot twaalf gezinnen helpen, met een maximum van 25 kinderen – maar de overheid kan die regel controleren noch afdwingen. „Minister de Jonge (CDA, Volksgezondheid) zou toch moeten zien dat informatie over de meest intieme relatie die je als mens kunt hebben gewoon een recht is? Het zou enorm helpen als hij de steeds ouder wordende groep donoren zou oproepen zich alsnog te melden.”

Die donoren hoeven niet bang te zijn, zegt Poorthuis: „We hoeven je echt niet elke week op de koffie en verwachten je ook niet meteen aan de kerstmaaltijd. Maar alleen al dat je weet hoe het zit, dat kan enorm veel rust geven. En ook veel donorvaders vinden het uiteindelijk een verrijking.”