Opinie

Geruisloos stilstaan bij vijftig jaar migratie

Lotfi El Hamidi

Na alle polemiek rond de verguisde babyboomers de afgelopen week zouden we bijna vergeten dat er in de jaren zestig een andere groep volwassenen van grote invloed is geweest op de huidige Nederlandse samenleving. Die generatiegenoten van de babyboomers worden doorgaans geschaard onder de simpele noemer ‘de eerste generatie migranten’.

Het is u vast ontgaan: dit jaar is het een halve eeuw geleden dat Nederland en Marokko het Wervingsverdrag voor gastarbeiders ondertekenden. Dat was vooral een formalisering van wat al jaren een feit was, namelijk de komst van Marokkaanse arbeiders naar Nederland – een gebeurtenis waar dit jubileumjaar geruisloos aan voorbij wordt gegaan.

Een gemiste kans, want rond deze migranten bestaan nog veel misverstanden. Het gangbare verhaal over Marokkanen die door Nederland gehaald werden om het zware en vuile werk te doen is daar één van. Los van dat de meeste Marokkanen op eigen houtje kwamen, waren de pushfactoren in Marokko veel sterker dan de pullfactoren in Europa: de schrijnende armoede, hoge werkloosheid en de tirannie onder Hassan II, om maar wat te noemen.

Ook het romantische beeld van migranten als pioniers en avonturiers dat de laatste jaren opgeld doet is misplaatst. Migratie heeft bijna per definitie iets tragisch, en dan hebben we het niet alleen over gevoelens van ontworteling en ontheemding, maar ook over depressies (een groot taboe binnen de Marokkaanse gemeenschap) en onmacht (bijvoorbeeld in de opvoeding van hun kinderen in een vreemde omgeving). En dat in een land dat ook niet echt wist wat het met deze groep mensen op de lange termijn aan moest.

Nu, vijftig jaar later, wordt deze groep migranten door de ontvangende samenleving nagenoeg genegeerd. De Moor heeft zijn werk gedaan, de Moor kan gaan. Niet dat zij er wakker van liggen, het is nog altijd een generatie mensen die zich klein houdt. Gewoon ja knikken en dankbaar wezen, luidt het adagium. Ze zien zichzelf nog altijd als gasten, al hebben ze inmiddels langer in Nederland geleefd dan in het land waar ze zijn geboren.

Toch verdienen ze erkenning, en nee, niet door rekensommen te maken van wat ze collectief hebben opgeleverd of gekost, wat ronduit een perverse benadering is van deze burgers.

Maar het lijkt erop dat we ze liever willen vergeten. Tekenend was de onthulling van het Monument voor de Gastarbeider in 2013, in Rotterdam. Ambassadeurs van Spanje, Turkije, Portugal, Marokko, Griekenland, Italië en een aantal ex-Joegoslavische landen waren aanwezig. En namens het kabinet-Rutte II? Niemand.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.