Formule E als innovatie-laboratorium voor elektrisch rijden

Duurzaamheid Elektrische racewagens stimuleren de ontwikkeling van de elektrische auto-industrie. „Langzamerhand ben je toch een beetje een loser met je Maserati of Bugatti.”

De Brit Alexander Sims voert het deelnemersveld aan op zaterdag, na de laatste van twee races in de Saoedische hoofdstad Riad. Sims won. Vrijdag was zijn landgenoot Sam Bird de snelste.
De Brit Alexander Sims voert het deelnemersveld aan op zaterdag, na de laatste van twee races in de Saoedische hoofdstad Riad. Sims won. Vrijdag was zijn landgenoot Sam Bird de snelste. Foto Andrew Ferraro/Motorsport Images

In niets lijkt de Renault Zoe op een Formule E-wagen. Het is een stadsauto waarmee je op zaterdagochtend je boodschappen doet of even snel de kinderen naar voetbal brengt. Tegelijkertijd hebben de auto’s meer gemeen dan je zou vermoeden: beide rijden op elektriciteit, lijken te glijden over de weg en zoeven in plaats van dat ze brullen.

Bovendien, druk het gaspedaal diep in van de Renault en het beetje raceauto laat zich zien, dankzij techniek uit de Formule E. Sinds de oprichting van de elektrische raceklasse in 2014 deed Renault vier keer mee. Volgens een woordvoerder van het Franse automerk zijn de aandrijving, elektromotor en recupererende remmen – die bij het afremmen energie terugwinnen – innovaties afkomstig uit elektrische racewagens.

De Formule E is dan ook het laboratorium van de toekomstige elektrische bolide, zoals de Formule 1 dat ooit was voor de benzineauto. De mate van innovatie in de Formule 1 stagneert langzamerhand en daarmee ook die van de benzinewagen. In de elektrische raceklasse draait het juist om innoveren, en de Zoe is daarvan pas het begin.

Hoe meer software, hoe beter

In Saoedi-Arabië, het land met een van de grootste olievoorraden ter wereld, opende afgelopen weekend het zesde seizoen van de Formule E . Mercedes-Benz is een van de nieuwkomers dit raceseizoen en heeft met de Belg Stoffel Vandoorne en de Nederlander Nyck de Vries goede coureurs in huis. Renault besloot juist uit te stappen, het wil zich volledig concentreren op de Formule 1.

Robin Frijns (28), de enige andere Nederlandse coureur in de Formule E, rijdt voor Envision Virgin Racing. In de jonge Formule E is hij een ervaren coureur, hij racete in drie van de vijf seizoenen.

Voorafgaand aan de races verwachtte hij zowel vrijdag als zaterdag bij de eerste vijf te eindigen. Bij de race van vrijdag werd hij op het circuit in Diriyah vijfde. Zaterdag finishte de Nederlander niet: hij crashte door een stuurfout. „Dat overkomt mij normaal nooit. Toen ik de auto instapte voelde de balans al anders dan vrijdag. Er klopte iets niet. En ja, toen ging ik eraf”, zegt Frijns teleurgesteld aan de telefoon net na afloop van de ePrix.

Toen hij vier jaar geleden voor het eerst in een elektrische raceauto stapte, voelde dat wel „een beetje raar”. Hij was gewend aan een ronkende motor met acht cilinders zoals in de Formule 1, waar hij in 2014 reserve was. „En toen was het opeens stil. Het went snel hoor, zo’n elektromotor. Maar liever rijd ik op benzine.”

Waar het in de Formule 1 draait om downforce – de neerwaartse kracht die de auto met de wielen op de grond houdt – gaat het in de Formule E om software. „Hoe meer software, hoe beter”, legt Frijns uit. Hoewel hij juist daar ook weleens gefrustreerd van raakt. „Alles staat met elkaar in verbinding. Als een sensor het niet doet, dan valt de volgende ook uit. Als een soort domino. De auto is daar wel erg gevoelig voor.”

Lees ook: Elektrisch door de straten van Parijs zoeven

Ontwikkeling, marketing en faam

Aan de telefoon vanuit Saoedi-Arabië zegt Ian James, teambaas van Mercedes-Benz, dat de Formule E „niet onderdoet” voor de Formule 1. „Allebei de raceklassen hebben voordelen en zorgen voor innovaties op de weg. Maar Formule E heeft de toekomst en biedt ons de mogelijkheid te experimenteren.”

Toen Mercedes in 2017 besloot om ook mee te doen aan het elektrische raceseizoen, stapten ingenieurs van de Formule 1 over naar de E-klasse. Vooralsnog resulteerde dat niet in een stortvloed aan innovaties, maar daar is het volgens de teambaas dan ook nog te vroeg voor. „Dit jaar willen we het publiek laten zien dat Mercedes bezig is met elektrisch rijden. Daarna willen we de grenzen van elektrisch rijden verleggen en de transitie naar elektrisch rijden versnellen.” Holle of veelbelovende woorden?

Volgens Yvonne van Everdingen, universitair hoofddocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, is die laatste optie aannemelijk. Ze publiceerde recent onderzoek naar de effecten van deelname aan de Formule 1 en ziet gelijkenissen met de elektrische evenknie. „Er zijn twee redenen om mee te doen aan races: productontwikkeling en marketing. Voor de Formule E ligt de nadruk duidelijk op productontwikkeling, omdat het grote publiek de klasse nog niet heeft omarmd. Het marketingeffect is daardoor nog klein.”

Wat betreft innovatie ligt het wat gecompliceerder. Alleen als een autofabrikant die deelneemt aan de Formule 1 meer dan 3,8 miljard euro per jaar uitgeeft aan onderzoek en ontwikkeling, heeft dat een positief effect op de innovatie. „Renault en Peugeot doen dat bijvoorbeeld niet en dreigen achterop te raken bij Volkswagen, Toyota, Mercedes-Benz en BMW. Die merken hechten meer waarde aan de ontwikkeling van elektrisch rijden, maar het draait natuurlijk ook om prestige.”

Formule E bolides tijdens een trainingssessie bij de E-Prix, in Bern, Zwitserland. Foto Peter Klaunzer / EPA

Formule E is ook macho

In de Formule E moet ieder team het doen met dezelfde batterij, banden, chassis en carrosserie. Dat heeft als voordeel dat autofabrikanten zich moeten focussen op het maximaliseren van de efficiëntie van hun bolides. „Het draait puur en alleen om wie het efficiëntst kan omgaan met zijn energie”, zegt Mercedes’ teambaas James. En die technieken zal het merk vervolgens weer inbouwen in alledaagse elektrische auto’s.

Nu al is de Duitse autofabrikant in staat om 98 procent van de energie uit de batterij tegemoet te laten komen aan het vermogen van de auto. Volgens Auke Hoekstra, onderzoeker aan de Technische Universiteit Eindhoven, is dat „heel bijzonder”. „Dan lopen ze ver voor op de auto’s op straat. Daar ligt de efficiëntie op maximaal 90 procent, en dan hebben we het over Tesla.”

Voorlopig heeft de Formule E nog niet het imago van de Formule 1, maar volgens Hoekstra kan dat snel veranderen. „De Formule E laat zien dat elektrisch rijden cool en spannend is. Net als in de Formule 1 kunnen de auto’s kapot, botsen: het is macho. Dat helpt het imago. En zeg nou zelf, als iedereen weet dat een elektrische gezinsauto sneller optrekt dan een benzinewagen dan ben je toch een beetje een loser met je Maserati of Bugatti.”