Opinie

De foute grap van Marco

Wilfried de Jong

Marco van Basten deed een poging om zich te meten met de grappen van Charlie ‘The great dictator’ Chaplin en John ‘Don’t mention the war’ Cleese. Als het lukt sta je in één klap in het linkerrijtje van de wereldhumor. De ogenschijnlijk onschendbare San Marco hoorde het steenkolen-Duits van verslaggever Hans Kraay in gesprek met de trainer van Heracles en kon het niet laten ‘Sieg Heil’ te roepen. Na de reclame bood hij vanuit de studio meteen zijn excuses aan, geschrokken als hij was dat zijn uitroep tot in de huiskamers nagalmde.

En dat op de avond dat de bal overal op de velden in de eerste minuut stil lag om nog eens te overdenken wat ons voetballandje was overkomen.

Humor heeft alles met timing te maken, zelfs als het een foute grap betreft.

Woorden worden in deze dagen zwaar gewogen. Er is een grens getrokken tussen wat wel en vooral wat niet mag. De Bossche mannen met hun racistische uitlatingen zullen zich moeten beraden op wat ze naar voetballers mogen roepen; als het zitten op een tribune überhaupt nog tot hun mogelijkheden behoort.

Woorden wikken en wegen tijdens een wedstrijd lijkt me niet hun sterkste punt. Maar eens goed nadenken waar de scheidslijn ligt tussen aanmoediging, belediging, (foute) humor en racisme.

Na ‘Den Bosch’ dacht ik terug aan de donkere pop die een paar jaar terug in de Arena aan de rand van de tribune schommelde als warm welkom voor oud-Ajacied Kenneth Vermeer. Ik schreef toen in mijn column dat het een verwijzing leek naar ‘Strange Fruit’ van zangeres Billie Holiday. In dat nummer bezong ze het lynchen van twee zwarte jongens; de slachtoffers bungelden dood aan een strop in de bomen.

Na de rumoerige voetbalweek zat ik dit weekeinde in Rotterdam bij een jazzconcert van de Amerikaanse Ben Williams, een zwarte bassist. Hij begon met te vertellen dat hij Nederland altijd zo’n fijn land vond om te zijn en speelde later op de avond een bewerking van Bob Dylans ‘The Death of Emmett Till’, een lied over het lynchen van een veertienjarig jongetje in 1955.

Terwijl de contrabassist aan zijn snaren plukte, had hij vermoedelijk geen idee wat er een week geleden was gebeurd op en rond het veld van FC Den Bosch. Er kwam veel samen in het indringende nummer: een zwarte – gekleurde, bruine, getinte, net wat u wilt – Amerikaanse muzikant reflecteert op racisme, met de bewerking van een song van de blanke – of witte, zeg het maar – protestzanger Bob Dylan.

In mijn hoofd bezorgden de trillingen van de snaren van Williams’ contrabas tijdsprongen in de roerige geschiedenis, ik hopte van het zuiden van Amerika terug naar het zuiden van Nederland.

Na een week vol meningen, uitgeschreeuwd verdriet en politiek gesputter was het woord nu aan de muziek. Mond houden en luisteren. Het perfecte antwoord, net zo lekker als potje voetbal.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.