Analyse

Rutte III zet zichzelf onder druk, onderlinge irritaties nemen toe

Coalitie Het kabinet wacht een zwaar debat over Hawija. Dat debat komt ongelegen: de spanningen tussen de vier partijen nemen toe.

Fractievoorzitters Rob Jetten (D66), Pieter Heerma (CDA) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) na afloop van een vragenuurtje in mei. Binnen de coalitie nemen de onderlinge irritaties tussen de partijen toe.
Fractievoorzitters Rob Jetten (D66), Pieter Heerma (CDA) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) na afloop van een vragenuurtje in mei. Binnen de coalitie nemen de onderlinge irritaties tussen de partijen toe. Foto Bart Maat/ANP

In het kabinet-Rutte III doet niemand nog alsof het onderling goed gaat. Al is er ook niemand die een andere regeringspartij ervan verdenkt om uit te zijn op de val van het kabinet. Maar of dat vanzelfsprekend betekent dat VVD, CDA, D66 en ChristenUnie bij elkaar blijven tot de Tweede Kamerverkiezingen van begin 2021? Nee.

Geen enkele coalitiepartij lijkt op dit moment belang te hebben bij een kabinetscrisis – CDA en D66 zijn op zoek naar een nieuwe leider, VVD-premier Mark Rutte wil zijn kabinet het liefst zo lang mogelijk bij elkaar houden, de ChristenUnie wil nog van alles binnenhalen. Maar bij alle vier de partijen is er ook het besef: als dit zo doorgaat, kan er ook zomaar één irritatie of één vernedering te veel zijn.

Tobberigheid

En de onderlinge irritaties nemen snel toe, bijvoorbeeld door de stikstofcrisis. Bij de VVD, dit weekend bijeen voor een ‘festival’ op het evenemententerrein Papendal, overheerste tobberigheid. Fractievoorzitter Klaas Dijkhoff had het daar over „nare krantenkoppen” en „de billenkoek in de peilingen” die de VVD krijgt na de beslissing om het „liberale troetelkind” van 130 kilometer per uur opzij te zetten. „Heel vervelend.”

Lees ook: We krijgen 'billenkoek', vinden ze bij de VVD

Partijleider Gert-Jan Segers van de ChristenUnie, de kleinste coalitiepartner, zei dit weekend in De Telegraaf dat het sinds deze herfst rommelt in de coalitie. „Er zijn stevige tegenstellingen. Het is niet allemaal netjes en keurig.” Vooral met D66 is de spanning opgelopen. Segers noemde medisch-ethische kwesties, zoals de aangekondigde ‘voltooid-leven’-initiatiefwet van Pia Dijkstra (D66). En hij noemde de stikstofcrisis, waarbij D66 had geopperd de helft van de veestapel in te krimpen. Segers vond dat toen de „pijngrens” van de ChristenUnie bereikt was.

Komende week wordt de solidariteit in de coalitie opnieuw getest. Naar verwachting komt minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) dinsdag met een nieuwe Kamerbrief over de burgerdoden bij een Nederlands bombardement in Hawija, Irak, in 2015. Een dag later, is het plan, zal de Kamer opnieuw met haar (en misschien premier Rutte) in debat gaan. Een gevoelige kwestie: in het vorige debat over Hawija had Bijleveld Rutte erbij betrokken – tot grote irritatie van de VVD – omdat hij geweten zou hebben van de burgerdoden. Rutte zei dat hij zich dat niet herinnerde.

Een andere voorbode van meer wrijving in de coalitie is het drukbezochte partijcongres van de ChristenUnie, in Utrecht. Daar overheerste afgelopen zaterdag het zelfvertrouwen. Die partij viert steeds minder bescheiden de eigen successen in dit kabinet, het zouden er nu al 132 zijn – kleine en grote. En Segers formuleert ook nog gewoon 35 ‘dromen’. Zo wil hij het debat over abortus en ongeboren leven, min of meer opgeschort door de grote tegenstelling met D66, opnieuw voeren. Winkels zouden dicht moeten op zondag. En er moet een einde komen aan de dubbele nationaliteit voor mensen van buiten de Europese Unie. En al is de ChristenUnie voor de andere coalitiepartijen niet de grootste electorale concurrent, bij hen kan dat groeiende zelfbewustzijn ook zomaar leiden tot de wens om die partij eens een lesje te leren – al vanaf het begin van Rutte III staat alléén de ChristenUnie nog op winst in de peilingen.

Zevengangendiner

Die irritatie is er al veel langer over D66, waar in de zomer is afgesproken om méér op te vallen met eigen ideeën en standpunten, ook als die moeilijk liggen in de coalitie – vooral het pleidooi van D66’er Tjeerd de Groot voor halvering van de veestapel was hard aangekomen bij de anderen. In het wekelijkse coalitieoverleg is D66-fractievoorzitter Rob Jetten er al een paar keer stevig op aangesproken. Kennelijk zonder succes. Tjeerd de Groot noemde onlangs de eerste maatregelen in de stikstofcrisis, zoals de verlaging van de maximumsnelheid naar 100 kilometer per uur, alleen nog maar de „amuse” in het „zevengangendiner” dat Nederland nog te wachten staat. Het zal de boeren, die nog steeds boos en wantrouwend zijn, allesbehalve geruststellen. Hoeveel last de andere coalitiepartijen daarvan hebben, bleek afgelopen weekend bij de VVD. Daar liepen de discussies hoog op in het zaaltje waar VVD’ers konden praten over stikstof – en niet omdat iedereen nu langzamer moet gaan rijden. De ene na de andere VVD’er vond vooral dat de boeren het slachtoffer waren geworden van twijfelachtige metingen en normen.

Partijleider Mark Rutte had het in zijn toespraak om de paar zinnen over de „moeilijke en zware weken” die er waren geweest en opnieuw komen. Rutte vond dat de VVD het vooral bij zichzelf moest zoeken. Hij noemde de bouwers en de boeren op het Malieveld, die hun toekomst „met angst en beven tegemoet zien”. „Wij doen het allemaal voor hen. Maar zij hebben het gevoel dat wij het níet voor hen doen. Daar moeten we bij stil staan. Daar moeten we fundamenteel over nadenken: waarom hébben wij die partij ook alweer?” Hij gaf zelf maar meteen het antwoord: „Voor alle gewone mensen die hun steentje bijdragen aan dit land.”

Lees ook dit interview met Gert-Jan Segers: ‘We proberen de heimwee te verdoven’