Billenkoek zou de peuter tot een soldaat maken

Wie: Abdi (32)

Kwestie: huiselijk geweld

Waar: rechtbank in Almelo

De Zitting

De peuter van drie had pech. Hij was nog geen zes weken terug bij zijn tienermoeder toen haar huisgenoot zich met de opvoeding ging bemoeien. Het mannetje stootte een theekopje om en liet dat per ongeluk op zijn voet vallen. En toen haalde Abdi uit, bekent hij de rechtbank in Almelo.

De bovenbuurman hoorde het kind schreeuwen. Tegen de avond klonk opnieuw gehuil uit de flat. De buurman belde de politie en maakte geluidsopnamen. En die leest de voorzitter nu voor aan Abdi die in een knalrood Adidastrainingspak de vermoorde onschuld speelt.

„Luister naar mij. Pets. Haal die hand voor de billen weg. Omdraaien. Handen lager, daar kijken!” Waar was u precies mee bezig, wil de rechtbankvoorzitter weten.

„Ik was billenkoek aan ’t geven.”

„U zegt: ‘handen omlaag.’ Pets ‘Een mooi kleurtje.’ Pets, pets, pets. ‘Je kan het, je kan het.’ Pets, pets, pets. Waarom moest de peuter naar beneden kijken?”

„Dat kan ik me niet herinneren.”

„Niet herinneren?! Hoe kan dat? Dit is een kind van drie jaar!”

„Ik gaf billenkoek, meer niet.” De 32-jarige Abdi, geboren in Somalië, kreeg dat zelf ook, vertelt hij in accentloos Nederlands. Hij moet zich in het huis van bewaring verdedigen omdat hij een kind mishandeld heeft.

Maar de voorzitter weigert op de slachtoffertoer te gaan. De billetjes van de peuter zijn bont en blauw gestompt, leest ze voor uit het ziekenhuisdossier, op sommige plekken zijn ze paars-zwart. En op beide wangen ontdekten artsen striemen, waaruit ze afleiden dat de peuter ook in zijn gezicht is geslagen.

Dat bevestigde de moeder bij de politie. Uit die verklaring blijkt ook dat de verdachte haar stevig heeft toegetakeld toen ze tussenbeide sprong. Abdi heeft haar in het gezicht gestompt, zei ze, in de buik getrapt en bij de haren met het hoofd tegen de grond gemept.

Dat ontkent Abdi bij hoog en bij laag. Hij „duwde de moeder weg” toen ze hem „aanviel” en „raakte alleen met de elleboog haar mond.”

De voorzitter maakt een wegwerpgebaar. Hoe kan het dat de verdachte een black-out krijgt als hij een peuter slaat terwijl hij zich de mishandeling van zijn moeder wel herinnert? Sowieso: waarom woonde hij sinds januari in de flat?

„Voor de gezelligheid. De moeder en ik waren matties, meer niet.”

„Als dit vriendschap was, waarom bemoeide u zich dan met de opvoeding?”

„Jeugdzorg vond dat ze niet goed voor haar zoontje zorgde.”

„Bent u de vader? Nee! Ervaringsdeskundige? Nee! Zijn moeder verklaarde heel anders. U vond dat zij van haar zoontje een flikker maakte. U zou een soldaat van hem maken.”

„Er gaat geen dag voorbij dat ik geen spijt heb.”

Ook de officier van justitie plaatst vraagtekens bij Abdi’s selectieve geheugen. De verklaring van de moeder, de geluidsopnamen en de letselverklaring bieden wettig en overtuigend bewijs voor beide mishandelingen. Verder beschouwt ze Adbi als „levensgezel” – een strafverzwarende omstandigheid – omdat de moeder en hij in één flat woonden, inkomsten deelden en „samen een huishouding voerden.”

Daar komt bij dat de verstandelijk beperkte Abdi meermalen werd veroordeeld voor agressie, in 2013 voor huiselijk geweld tegen een ex. Hij is zijn woede niet de baas, zeker niet als zijn alcohol- en wietverslaving opspelen. De officier vordert opname in een (afkick)kliniek en eist twaalf maanden cel, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Maar zijn advocaat wil de strafzaak aanhouden zolang er geen behandelplek beschikbaar is voor Abdi. Nog langer in de cel doorkruist zijn behandelmotivatie, benadrukt ze. Hij gaf de peuter billenkoek uit onmacht. „Mijn cliënt kan niet omgaan met stress, geweld lijkt een oplossing. Slachtoffers van huiselijk geweld worden vaker dader als ze het goede voorbeeld missen.”

Abdi was geen levensgezel, oordeelt de rechtbank, want hij en de moeder sliepen niet samen en „een nauwe lotsverbondenheid” ontbreekt. Toch krijgt hij drie maanden meer cel dan geëist, omdat hij een „weerloze 3-jarige” en zijn moeder „op lafhartige wijze heeft mishandeld”. Verder moet hij verplicht worden behandeld, anders is de kans „zeer hoog” dat dit geweld zich herhaalt.