Opinie

Ziek? Welnee! Je lichaam kletst maar wat raak

Rosanne Hertzberger

‘Papa, ik heb buikpijn, ik kan niet naar school.” Mijn oude opa Ellis, gepromoveerd in de microbiologie, sprak zijn zoon dan ernstig toe: „Oh ja? Buikpijn? Dat is opmerkelijk. Er is uitgebreid wetenschappelijk onderzoek verricht naar buikpijn. Het blijkt helemaal niet te bestaan.”

Die zoon, mijn vader, moest gewoon naar school. Buikpijn bestond namelijk niet.

Het is een misverstand te denken dat dit een gebrek aan compassie is. Wat harteloos is, is om tegen iemand te zeggen: „Buikpijn? Je ziet inderdaad een beetje bleek.” Sterker nog: er is geen betere manier om de competitie uit te schakelen (ik denk aan hardloopwedstrijden of sollicitatierondes) dan met de opmerking „Je ziet wat bleekjes, gaat het wel?”. Ons hoofd blijft één van de belangrijkste factoren die bepalen hoe we ons voelen. „Buikpijn? Nou, er is niets aan je te zien.” Dát is compassie.

Ik had afgelopen week ook buikpijn. Ik fluisterde tegen mezelf: buikpijn bestaat niet, maar het hielp niet. Zeker een paar uur kon ik niets. En daarna volgde zeker een paar uur, misschien wel een heel etmaal, waarin ik niets wilde.

Ik was vergeten hoe vervelend het is om ziek te zijn. Het lichamelijke aspect is er maar één. De gemiddelde zieke krijgt daarnaast een enorme lading nonsens over zich uitgestort. Goedbedoelde nonsens – maar nog altijd nonsens. Kruidenbrouwsels en smeersels. Soepjes, drankjes, pilletjes. Oosterse spreuken en tegelwijsheden.

De gemiddelde wetenschapper heeft wel wat beters te doen dan zich bezig te houden met huis-tuin-en- keukendiarree, kuchjes, pijntjes of snotneuzen. Per jaar krijgt ongeveer een half miljoen Nederlanders buikgriep door het norovirus, maar het aantal publicaties dat je erover kunt vinden, is vijftien keer zo laag als het aantal publicaties over een virus als hepatitis B. Kwestie van prioriteiten uiteraard, want na een paar dagen norovirus ben je weer beter. Hepatitis B daarentegen is chronisch en je krijgt er kanker van.

De lacune aan kennis wordt helaas ingevuld door de buurvrouw, de secretaresse, de drogist die wél heel veel kennis blijken te hebben van dit soort infectieziekten. Zo vertellen ze je welke voedselproducten of dranken als eerste geconsumeerd mogen worden wanneer het ergste voorbij is. Of hoe lang je in bed mag blijven, wanneer je weer naar buiten mag, hoe je dan gekleed dient te gaan. En vooral over de heilzame krachten van het ‘uitziek’-proces is een bibliotheek vol volkswijsheid beschikbaar.

In praktijk weten we weinig tot niets. Het is denkbaar – ik acht het zelfs waarschijnlijk – dat het allemaal geen moer uitmaakt. Dat, zolang je niet ernstig uitgedroogd of uitgeput raakt, je weinig kan doen om de ernst van je ziekbed te veranderen. Geen prettige boodschap in een land dat heilig gelooft in de maakbaarheid van onze gezondheid.

Misschien wel de meest irritante wijsheid is dat die ziekte op één of andere manier iets positiefs is. Ik krijg de indruk dat die ‘pijn is fijn, bloed is goed, jeuk is leuk’-subcultuur groeiende is. De aanhangers zien ziek zijn als manier om te groeien. Als een belangrijke kans om naar je lichaam te luisteren en ervan te leren. Het is een morbide vorm van contact met de natuur.

In extremere gevallen lijdt dit gedachtegoed tot vaccinatie-aarzeling (mazelen is een kans, kinkhoest een uitdaging). In de meeste gevallen blijft het beperkt tot de weigering een ziek kind een zetpil te geven, omdat koorts een natuurlijke lichamelijke genezing zou zijn die je moet omarmen in plaats van bestrijden. (Daar is trouwens wel wat literatuur over en het klopt niet.)

Hij is meer dan tien jaar dood, maar nog steeds mis ik mijn opa. Ik mis mensen zoals hij. Met lage tolerantie voor gezanik en gezeur. Mensen die je niet ziek praten maar beter praten.

Op een dag zei mijn opa Ellis tegen zijn andere kind, zijn dochter: „Buikpijn bestaat niet”. Maar toen een uur later het bestaan van de buikpijn toch echt niet meer te ontkennen viel, reed hij gewoon naar het ziekenhuis om haar ontstoken blinde darm operatief te laten verwijderen. Soms moet je pijn wel serieus nemen.

Maar meestal is er weinig reden om naar je lichaam te luisteren. Je lichaam kletst vaak maar wat raak.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.