Opinie

Wee de formateurs van Rutte IV

Marike Stellinga

Uw hoofd staat er misschien nog niet naar, maar in Den Haag is de aanloop naar de verkiezingen van 2021 begonnen. Stelt u zich er niks feestelijks bij voor. In een zaaltje bij het Centraal Planbureau presenteerden de economen maandag hun ‘Middellangetermijnverkenning’ (MLT). Daarin schetst het CPB voor het eerst hoe de economie en de overheidsfinanciën er in de volgende kabinetsperiode (2022-2025) voor staan. (Er komen updates.)

De mensen die bij de politieke partijen aan de verkiezingsprogramma’s gaan werken, moeten maandag een lichte depressie hebben voelen opkomen. De MLT geldt als de basis waartegen veel politieke partijen hun plannen afzetten (Partij voor de Dieren, 50Plus, Forum voor Democratie en de PVV deden in 2017 niet mee aan de doorrekeningen van het CPB). Het definieert grofweg de ruimte die er is om extra geld uit te geven. En maandag bleek uit de MLT: veel ruimte is er niet.

De vergrijzing wordt onder het volgende kabinet echt voelbaar. Meer 75-plussers, minder 75-minners. Het aantal mensen dat werkt, neemt nog maar mondjesmaat toe, en dat zorgt voor een lagere economische groei, terwijl de uitgaven aan de zorg fors stijgen naar 100 miljard euro in 2025. De koopkracht groeit niet, en gepensioneerden gaan er op achteruit.

Voor de overheidsfinanciën is dit geen vetpot, althans niet voor nieuwe plannen die geld kosten. De vergrijzing is wel netjes afgedekt: het begrotingstekort is slechts 0,3 procent. Maar wie nieuwe beloftes wil doen, meer uitgeven aan de politie bijvoorbeeld, of aan hogere lonen in het onderwijs, loopt snel tegen harde keuzes aan. Zoals een rekenaar van een coalitiepartij zei: het wordt een enorme zoektocht naar geld.

Dat komt ook doordat Rutte III een volgend kabinet met hetzelfde probleem opzadelt als dit kabinet erfde van Rutte II (VVD, PvdA): een automatische lastenverzwaring. Als een volgend kabinet niets doet, stijgen de lasten voor gezinnen met 4,5 miljard euro. De zorgpremie stijgt, maar vooral de loon- en inkomstenbelasting.

Het huidige kabinet haalde met een slimme truc lastenverlichtingen naar voren die voor ná de kabinetsperiode waren ingepland. Zo kon het kabinet nu uitdelen zonder de overheidsfinanciën in de toekomst te schaden. Daarvoor betaalt het volgende kabinet de rekening. Want de lastenverzwaring die er tegenover stond moet deels nog komen: beperking van de hypotheekrenteaftrek en andere aftrekposten.

Zo’n lastenverzwaring die al in gang is gezet maar nog niet volledig uitgevoerd, is uitermate vervelend voor een nieuw kabinet. Als de partijen geld vinden om de lastenverzwaring te kunnen schrappen, applaudisseert niemand. Geen burger die er immers iets van gemerkt heeft: het zat in de pijplijn.

Dit kabinet had last van eenzelfde erfenis. Als Rutte III niets had gedaan, zouden de lasten voor gezinnen zijn gestegen met zo’n 5 miljard euro. De partijen wisten die verhoging te schrappen, maar per saldo bleven de lasten gelijk, wat leidde tot veel gemor. Zeker ook omdat het kabinet zelf zei dat het de lasten verlaagde. Ja, die in de pijplijn zaten!

Nou kan je betogen dat een kabinet zich niks moet aantrekken van deze ‘CPB-logica’. U kunt vast stemmen op partijen die dat vinden. Maar tot nu toe voegen veel partijen zich er wél naar. En dus wordt het voor partijen in een nieuw kabinet kiezen in schaarste. En: beloftes inslikken.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.