Stijf van de stress onder een fleecedeken

Studenten en stress Studenten moeten snel afstuderen en veel lenen. De helft van hen zou last hebben van extreme stress. Of valt het wel mee?

Een groep studenten neemt deel aan een ‘stiltewandeling’ van twee uur onder begeleiding van een professionele coach om aan de stress te ontsnappen.
Een groep studenten neemt deel aan een ‘stiltewandeling’ van twee uur onder begeleiding van een professionele coach om aan de stress te ontsnappen. Foto Daniel Niessen

Op de campus van de universiteit Utrecht staat een groepje studenten kleumend voor de Spar. Mutsen op, wandelschoenen aan. Klaar voor een ‘stiltewandeling’ om ‘even uit de hectiek van de dag te stappen’ met wandelcoach Daniëlle Langendijk.

De studenten doen mee om tot rust te komen, vertellen ze een tikje aarzelend. Psychologiestudent Lara („liever geen achternaam”) is bezig met haar scriptie en dat leidt tot „heel veel stress”. „Zodra ik ga zitten om eraan te werken, kan ik niets meer. De lat ligt zó hoog dat ik compleet blokkeer.”

De stiltewandeling is een van de activiteiten die de Universiteit Utrecht deze week onder de vlag ‘Wellbeing Week’ organiseerde om gestreste studenten tot rust te laten komen en het gesprek over prestatiedruk op gang te brengen. Wie wilde, kon mediteren, yogaën en workshops volgen als ‘Omgaan met prestatiedruk’, ‘Grenzen stellen’ of ‘Studeren als een krijger’. De week is een hit: bijna alle workshops zaten ramvol, volgens beleidsmedewerker studentenwelzijn Sirra Alofs.

Eerder deze maand organiseerden de universiteiten van Maastricht (‘Wellbeing Movement’) en Wageningen (‘Surf Your Stress Week’) soortgelijke antistressweken. Ook daar konden studenten aan de slag met yoga, mindfulness en programma’s met titels als ‘We got problems’ en ‘Let’s talk about stress and burn-out’.

Wat is er aan de hand? Ligt de gemiddelde student stijf van de stress onder een fleecedekentje?

„Nou, daar lijkt het soms wel op”, zegt Kees Gillesse van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). „De druk is de laatste jaren veel te hoog opgelopen. Het bindend studie-advies, de afschaffing van de basisbeurs waardoor studenten meer moeten lenen… Dit is het resultaat.”

Gillesse, vorig jaar afgestudeerd in staats- en bestuursrecht en nu voorzitter van de studentenorganisatie, heeft zelf „keihard gewerkt” tijdens zijn studie en zag collega-studenten in het laatste jaar „omvallen van de stress”. Hij pakt de cijfers van het ISO-onderzoek naar het welzijn van studenten erbij om te laten zien hoeveel studenten last hebben van extreme stress.

Het onderzoek – eigenlijk een analyse van achttien bestaande onderzoeken naar het welzijn van studenten – verscheen eind vorige week en leidde tot ongeruste berichten in de media: ‘Burn-outklachten, prestatiedruk en soms zelfmoord: de psychische nood onder studenten is hoog’, kopte Trouw. En op de website van RTL: ‘Faalangst en depressies: 1 op de 7 studenten loopt risico op burn-out’.

Het onderwerp staat ook op de radar van de politiek: minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, D66) zette eerder dit jaar, na een motie in de Tweede Kamer, een groot onderzoek naar studentenwelzijn uit bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Maar de uitkomst van dat onderzoek wordt pas eind 2020 verwacht. Gillesse: „Mooi dat dat nu gebeurt, maar we kunnen niet alleen afwachten. We willen nú iets doen.”

Terug naar de alarmerende cijfers van het ISO: de helft van alle studenten zou last hebben van problematische stress. Een derde van psychische klachten als faalangst en depressie en 15 procent zou risico lopen op een burn-out.

En let op, waarschuwt het ISO, het lijkt steeds erger te worden. Uit het rapport: „Wanneer we kijken naar onderzoeken die de afgelopen vijf jaar zijn afgenomen zien we dat gemiddeld 54,26 procent van de ondervraagde studenten zegt veel stress te ervaren. Er is hierbij dus sprake van een toename van ruim 15 procentpunt.”

Slaapproblemen

Maar is dat écht zo? Het ligt genuanceerder. Op de analyse van ISO valt veel af te dingen, zegt de Tilburgse gezondheidspsycholoog en voormalig hoogleraar Peter van der Velden van CentERdata. „Je kunt niet zomaar allerlei onderzoeken samenvoegen en daar zulke harde conclusies uit trekken.”

Van der Velden bracht begin deze week een onderzoek naar buiten waarin hij, samen met twee collega-onderzoekers, een langetermijnstudie deed naar het welzijn van studenten. De onderzoekers vergeleken verschillende groepen jongeren (studenten én niet-studenten) tussen de 19 en 24 jaar op drie verschillende momenten: 2007, 2012 en 2017.

Conclusie: het gaat niet slechter met studenten dan tien jaar geleden. Van der Velden, gedecideerd: „Wij zien geen verschil. Op geen enkel aspect wijken de groepen af.”

Zijn onderzoek, een grote representatieve en wetenschappelijk verantwoorde steekproef, laat een stabiel percentage zien van ruim 80 procent van de studenten waar het gewoon goed mee gaat. „Die hebben het misschien best druk met hun studie, maar daar is niets mis mee. Van stress word je niet depressief.”

Een kleinere groep, zo’n 10 procent ervaart wel problemen, zoals angst, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Een nog kleinere groep, ongeveer 5 procent, heeft serieuze psychische problemen. Van der Velden: „Daar moet je echt op letten. Maar dat is een ‘normaal’ percentage. Niet meer of minder dan niet-studenten.”

Komt bij, stelt de gezondheidspsycholoog, dat ernstige psychische problemen nooit alleen van studiedruk komen. „Het is bijna lachwekkend om dat te suggereren. Het gaat altijd om een combinatie van erfelijke aanleg, sociale omgeving, opvoeding et cetera.”

Jeanette van Rees, studentenpsycholoog in Utrecht en voorzitter van de landelijke vereniging van studentenpsychologen, is het eens met de kritiek van de Tilburgse wetenschapper op het onderzoek van het ISO. „Er is vooral gevraagd naar de beléving van studenten. Dat zijn geen objectieve waarnemingen.”

Los daarvan ziet Van Rees wél een landelijke toename van het aantal studenten dat een beroep doet op de studentenpsycholoog. „Afgelopen maanden hebben we alleen al in Utrecht negenhonderd nieuwe intakegesprekken gehad. Landelijk zien we nu dat een op de tien studenten zich meldt bij de studentenpsycholoog, dat is zeker meer dan tien jaar geleden.”

Maar of die toename wordt veroorzaakt door toegenomen stress en psychische klachten van studenten, is niet te zeggen. Van Rees: „Er speelt meer mee. De drempel om naar de studentenpsycholoog te stappen, is bijvoorbeeld heel laag. Het kost geen geld en de stap om hulp te zoeken is de laatste jaren sowieso minder groot. Het taboe lijkt eraf.”

Daar komt bij dat universiteiten en hogescholen meer te maken krijgen met studenten „met een diagnose”. Van Rees somt op: „ADHD, autisme, dyslexie: die trend begon een aantal jaar geleden op basisscholen en zien we nu terug in het hoger onderwijs.”

En de toegenomen druk op studenten om snel af te studeren? „Het is moeilijk om te zeggen of studenten daar nou zo gespannen van raken. De een heeft er echt last van, de ander helemaal niet. Waar studenten volgens mij meer last van hebben is de druk om zich te onderscheiden van anderen, om excellent te zijn, om een perfect cv te hebben. Bedenk ook dat we het hebben over een groep jong-volwassenen. Die zitten sowieso in een turbulente levensfase. Ze moeten zichzelf zien te redden, moeten hun leven zelf gaan vormgeven. Daar horen gevoelens van druk en onzekerheid bij.”

Een beetje prestatiedruk hoort er inderdaad gewoon bij, reageert Kees Gillesse van het ISO. „Maar als stress lange tijd aanhoudt, wordt het ongezond. Loop je kans op een burn-out.”

Het ISO-onderzoek is „misschien niet 100 procent representatief”, erkent hij, „maar er is wel degelijk iets aan de hand. De druk op studenten is echt hoog. Ze moeten te veel, te snel. Worden door hun studie gejaagd, terwijl dat ook een tijd moet zijn om je te ontplooien, om andere dingen te leren naast je studie.”

Leggen studenten die druk niet deels zichzelf op? Zeker, zegt Gillesse. „Iedereen wil excelleren en zich onderscheiden van de rest. Het is tijd dat alle spelers in het veld, van ministerie tot werkgevers, maar ook studenten zelf, gaan inzien dat het een tandje minder mag.”