Opinie

Normaliseerde NRC radicaal-rechts of is toch groen en duurzaam nu de norm?

De ombudsman

Radicaal-rechts komt kennelijk ook uit de vaatwasser. Althans, een twitterende lezer hekelde de column van Rosanne Hertzberger over de beklagenswaardige positie van „onze mannen” (inclusief de hare) als een voorbeeld van „het normaliseren van radicaal rechts gedachtengoed”.

Op een huiselijke biecht van haar schrijvende echtgenoot (ruzie over de taken thuis) had Hertzberger gereageerd met de opmerking dat mannen er vaak van langs krijgen, terwijl ze toch „deugen” en „hard werken”.

De twitteraar verwees naar politicoloog Cas Mudde, die in de Volkskrant had gewaarschuwd voor normalisering van radicaal-rechts in de media. Urgent, nu onverholen racistische spreekkoren schallen bij demonstraties en op de voetbaltribune. Het ‘normaliseren’ als het brave vervolg op het ‘demoniseren’ van weleer.

Nu is geprangde masculiniteit een vast rechts thema, ja.

Maar als de huiselijke besognes van een columnist over het uitruimen van de vaatwasser nu al een teken zijn dat NRC radicaal-rechts ‘normaliseert’, grijp ik naar mijn zakje lavendel. Hertzberger is een columnist die graag provoceert. Zo brak ze ooit een lans voor het seksistische verenigingsleven van corpsballen („Leidse herten”). Niet zeuren, word je stoer van.

Lezers tegen de haren instrijken, dat mag een columnist en is nog lang geen ‘normaliseren’ van radicalisme. Eerder stelde ik overigens al eens vast dat de columnisten van NRC in elk geval op sociaal-cultureel gebied – integratie, islam, racisme - eerder linksom draaien dan rechtsom.

Laten we dus eerst de zware gevallen eens bekijken. Heeft NRC het gedachtegoed van gepatenteerde rechts-radicalen als Geert Wilders of Thierry Baudet gangbaar of „normaal” gemaakt?

Eerst Wilders. In Commentaren in NRC worden hij en zijn partij al ruim tien jaar getypeerd als xenofoob, ondemocratisch en anti-rechtsstatelijk. Óók toen Wilders de media, nog natrillend van de aardbeving Fortuyn, nog in een houdgreep had en elke oprisping van hem de journaals haalde. Fameus incident: een door Wilders aangeboden tirade met de koran als Mein Kampf werd in 2007 door deze krant geweigerd als „ondermaats en anticonstitutioneel”. Dit tot stomme verbazing van zo’n beetje de halve beroepsgroep.

Enkele jaren later waaide de wind wél uit andere hoek. De Belgische hoofdredacteur die in 2010 aantrad, vond de NRC-columnisten te links. De hoofdredactie leek de betrekkingen met de PVV, inmiddels gedoogpartner van het kabinet, te willen normaliseren. Mede vanuit het idee – of de misvatting – dat de PVV een ‘gewone’ politieke partij is, die net als andere zou moeten worden behandeld. Prompt kreeg PVV’er Martin Bosma een ‘wisselcolumn’, met Ton Elias (VVD) en Jolande Sap (GL).

Wat beweerde Bosma? In zijn debuut sprak hij de krant en de lezers toe: „Volgens u ben ik een populist, extreem-rechts, zet ik groepen tegen elkaar op, ben ik stiekem tegen de democratie en eigenlijk deep down inside een fascist.” Anderzijds: „Ik ben het zo ongeveer met alles wat u vindt oneens.” Toch niet echt de opmaat naar nieuwe, harmonieuze verstandhoudingen.

In twaalf columns – daarna was het alweer voorbij – diende Bosma het hele menu aan rechtse hobby’s op: tegen de „staatsomroep”, tegen de islam, voor het Afrikaans, tegen klimaatgekte. Zijn afscheid was eveneens veelzeggend: NRC was een hypocriete linkse krant die, schreef hij, bol stond van elitaire „Wildershaat” (transparantie: tot de figuren die de krant „volschreeuwen” met zulke haat, rekende hij ook mij).

Tot zover de genormaliseerde betrekkingen.

In dezelfde tijd trad ook Baudet aan als columnist, mede op advies van J. L. Heldring. Hij hield het iets langer vol (2011-2012) en schreef al met al 67 stukken. Tegen de EU, maar ook conservatieve lifestyle- stukken voor bij het nieuw rechtse haardvuur: over de jacht, sigaren roken en vrouwen versieren. Erg normaal werden die niet gevonden; zijn bijdragen bleven omstreden en ook voor hem kwam het einde abrupt – later ging hij de politiek in. Hier en daar leeft de illusie dat NRC die zwenking had kunnen voorkomen door hem aan te houden als columnist – een soort preventieve abnormalisering.

Al die tijd bleef de reguliere verslaggeving over zowel Wilders als Baudet kritisch (en onthullend), de Commentaren afwijzend. Sympathisanten duiken nog wel op in de kolommen, vooral als bestrijders van de windmolen die cultuurmarxisme heet. Maar in de krant nam vooral de aandacht voor (anti-)racisme fors toe. Nieuwe opinie-auteurs die de krant aantrok, bieden een radicaal-progressief geluid.

Over de hele linie zie ik nu dus eerder de normalisering van heel andere overtuigingen dan die van radicaal-rechts: duurzaamheid (zie de rubriek ‘Groen doen’ of het Commentaar over de noodzaak ons leven te veranderen) en antiracisme. Ook het Amerikaanse idioom van witte onschuld, wit privilege en andere witheden heeft zijn intrede gedaan, niet tot universele vreugde. En wie zich zorgen maakt over rechtse vaatwassers: zelfs de term ‘giftige mannelijkheid’ uit de gender-canon, kwam ik al tegen in artikelen, als huis-tuin-en-keukentaal.

Intussen laat de massale publieke verontwaardiging over het geschreeuw op voetbaltribunes zien hoe ábnormaal openlijk racisme is geworden. Al zullen activisten dat zien als een schijnheilige miskenning van het échte, verborgen en institutionele racisme. Hoe dan ook, racisme als maatschappelijk sleutelbegrip is terug van lang weggeweest.

Hoe je dat verder ook beoordeelt, ook in de krant lijkt woede over racisme eerder het nieuwe normaal dan de radicaal-rechtse vergoelijking ervan.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.