Hof: staat beslist over IS-kinderen

Syriëgangers Het Haagse gerechtshof heeft vrijdag bepaald dat de staat zich niet hoeft in te spannen om 56 kinderen en 23 vrouwen terug te halen uit Noord-Syrië.

Een vrouw loopt langs een hek van het door Koerden geleide detentiekamp Al-Hol waar familie van IS-strijders vastzit.
Een vrouw loopt langs een hek van het door Koerden geleide detentiekamp Al-Hol waar familie van IS-strijders vastzit. Foto Delil Souleiman/AFP

De staat hoeft zich niet in te spannen om 56 kinderen en 23 vrouwen terug te halen uit twee kampen uit Noord-Syrië. Dat heeft het Haagse gerechtshof vrijdagmiddag bepaald. Het hof vindt dat het aan de staat is om te beslissen of de vrouwen en kinderen kunnen terugkeren, niet aan de rechter.

Met de beslissing wordt het vonnis van de kortgedingrechter van bijna drie weken geleden teruggedraaid. Die had bepaald dat de staat zich juist wel moest inspannen om de kinderen van 23 vrouwelijke uitreizigers naar Islamitische Staat terug te halen. Dit onder meer vanwege de „erbarmelijke omstandigheden” in de kampen Al-Hol en Al-Roj, zoals de kou, de gewelddadigheden en intimidaties binnen de kampen en het grote gebrek aan voedsel en adequate voorzieningen. Eventueel zouden ook de vrouwen met hun kinderen moeten terugkomen, als de Koerden niet zouden toestaan dat moeders van de kinderen werden gescheiden, aldus de voorzieningenrechter toen.

Kort na dit vonnis kondigde het kabinet aan in hoger beroep te gaan, onder meer omdat het vond dat het aan Kamer en regering is om te oordelen over het terugkeerbeleid, niet aan de rechter. Het hof steunt deze zienswijze dus, al moet de uitgebreide motivatie nog gepubliceerd worden.

Van de zijde van kabinet en regeringspartijen VVD en CDA is met tevredenheid gereageerd. Minister Grapperhaus (CDA, Justitie en Veiligheid), zei: „Ik zie de uitspraak van het hof als ondersteuning van het kabinetsbeleid. We zijn altijd helder geweest. Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om al dan niet met hun minderjarige kinderen naar IS-gebied uit te reizen en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. Het kabinet haalt hen niet actief terug uit dit gebied.”

VVD-kamerlid Dilan Yesilgöz noemde het vonnis „een belangrijke stap in het veilig houden van ons land”. Kamerlid Sjoerd Sjoersma (D66) twitterde echter: „Deze uitspraak legt de bal weer bij de politiek. En de positie van D66 is helder: IS-strijders moeten worden bestraft, mogen daar niet ontsnappen en deze onschuldige kinderen moeten we naar Nederland halen. Om ze te redden en radicalisering of erger te voorkomen.”

Bij de familieleden van vrouwen en kinderen in de kampen, vrijdagochtend weer met tientallen aanwezig in de rechtbank, zijn de wanhoop en verslagenheid over het vonnis groot. Piet (hij wil niet met zijn achternaam in de krant), vader van ‘Helen’ die sinds begin dit jaar in kamp Al-Hol zit, zegt: „Het vonnis betekent dat mijn dochter, andere vrouwen en kinderen nu kunnen wegrotten in die kampen. Kennelijk vindt het kabinet dat prima, ook voor de kinderen die totaal onschuldig zijn.”

In mei stond zijn dochter nog op een lijst om te worden gerepatrieerd naar Nederland. Piet verwacht dat 'Helen’ en andere vrouwen vluchtpogingen zullen doen als het Syrische leger dichterbij komt. „Dan maakt het voor mijn dochter straks niet meer uit: gedood worden in de woestijn of door een kogel van het Syrische leger.” Advocaat André Seebregts zegt namens de 23 moeders en 56 kinderen na te denken over juridische vervolgstappen.

De landsadvocaat betoogde vrijdagmorgen onder meer dat de rechter zich niet met het buitenlands beleid moet bemoeien. „Nederland is niet een van de actoren in het gebied. Turkije, Syrië, Rusland, de Koerden en de VS zijn dat wel.” Een rechterlijk besluit om de vrouwen en kinderen terug te halen, zou de staat dwingen met die landen te gaan onderhandelen, inclusief Syrië, waarmee Den Haag alle diplomatieke banden heeft verbroken. Een rechter kan zoiets nooit van het kabinet eisen, aldus de landsadvocaat.

Daarna signaleerde hij een gevaar voor de nationale veiligheid bij terugkeer van de vrouwen. Hij wees erop dat velen van hen lang in het Kalifaat hebben verkeerd , gemiddeld drie jaar. „De kans is groot dat een aantal van hen geen afscheid heeft genomen van het jihadistisch gedachtengoed”, aldus de landsadvocaat.

De advocaten André Seebregts en Tom de Boer stelden daartegenover dat het de plicht van de staat is zijn onderdanen te beschermen tegen de zeer zware omstandigheden in de kampen, maar ook tegen marteling, verkrachting en moord. De kans daarop is groot als de Syriërs hun invloed in het noorden van hun land uitbreiden en de kampen overnemen van de Koerden, aldus de advocaten van de moeders. Zij citeerden diverse rapporten van de VN en andere organisaties waarin beschreven staat hoe vrouwen en kinderen behandeld worden en overlijden in Syrisch gevangenschap. „De staat handelt onrechtmatig als hij niet al het mogelijke in het werk stelt om te voorkomen dat zijn onderdanen dat lot treft”, betoogde advocaat De Boer.

Daarvoor wijkt ook het primaat van de staat in het buitenlands beleid, zei hij. Dat geldt eens te meer omdat de Koerden, de VS en het Rode Kruis Nederland hebben aangeboden om bij de repatriëring van de vrouwen en de kinderen te helpen. „Het recht dwingt de staat tot actie”, aldus De Boer.