Als Den Haag last heeft van te hoge verwachtingen en trendy ideetjes

Deze week: hoge verwachtingen, aanhoudend protest, valse beelden en trendy ideetjes in het najaar.

Ofwel: de wiebelige context waarin Den Haag toewerkt naar een van de spannendste debatten van 2019.

Je hoort geregeld dat de aanhoudende protesten tegen het kabinet aantonen dat ‘Den Haag’ de maatschappij niet meer doorheeft.

Zelf houd ik er rekening mee dat de maatschappij ‘Den Haag’ te goed doorheeft.

Deze week ging het ziekenhuispersoneel de straat op. Eerder hadden we leraren, bouwers, boeren, klimaatstakers, etc.

Onbestemde tijden. Je ziet ook nervositeit bij bewindslieden. Naakt een nieuwe opstand?

Alleen: nog geen twee maanden terug concludeerde het SCP in zijn kwartaalrapportage over de stand van het land dat de burger „positief is over de economie en mild over de politiek”.

Dus ik belde woensdag even met de verantwoordelijk SCP-onderzoeker, Paul Dekker, over de protestmarsen. Hij ziet, vertelde hij, echte woede bij boeren en gele hesjes. „Maar dat is heel klein.” Hij ziet georkestreerde woede bij bouwers en werkgevers. En oprechte ongerustheid over zaken als onderwijs en zorg.

Het geheel doet hem bij momenten denken aan the revolution of rising expectations: de theorie die verzet verklaart uit de vooruitgang – uit hoge verwachtingen die onvolledig uitkomen.

Ook in het lopende onderzoek, voor publicatie eind dit jaar, ziet het SCP voorlopig geen grote veranderingen in de tevredenheid met de economie en de politiek. „We blijven positiever dan tijdens de crisisjaren, toen er veel minder geprotesteerd werd tegen Den Haag”, zei hij.

En zo tobt het politieke bestuur aan de ene kant met zelf gecreëerde sores (Rutte en Bijleveld inzake Hawija; Schouten met het stikstofbeleid) en aan de andere kant met burgerlijke ontevredenheid over zelf gecreëerde verwachtingen.

Het is een klimaat dat zich leent voor allerlei onbesuisde theorievorming, en je merkt dat die ook Den Haag infecteert.

Het doet denken aan een fraai stuk in The Chronicle of Higher Education afgelopen zomer: ‘The Tyranny of Trendy Ideas’ – de tirannie van trendy ideetjes. Het verschijnsel waarbij op Amerikaanse universiteiten vooral nog onderzoeksvragen serieus worden genomen omdat ze in een trend passen en dus aandacht trekken: niet omdat ze zelfstandige academische waarde hebben.

Ook in het Haagse najaar, met zijn vaak gefabriceerde ophef, zagen we voortdurend ideetjes en debatjes die keurig aansloten bij gecreëerde beeldvorming maar amper relatie met de werkelijkheid hadden.

Zo kreeg Rutte achtereenvolgens het verwijt dat hij geen regie voerde, onzichtbaar was, en geen moreel leiderschap toonde. Het verwijt dat Maxime Verhagen (Bouwend Nederland, CDA) vanaf september over de stikstofimpasse in de markt zette – de premier voert ‘geen regie’ – maakte zo school.

Het was alleen niet erg feitelijk. Om te beginnen is het beeld van een crisis in de bouw overtrokken, zei Paul Dekker. „Als het ergens goed gaat, is het in de bouw.”

Maar vooral gaat dat regieverwijt (en later dat van onzichtbaarheid en moreel leiderschap) uit van een autoritair bestuursmodel. Dat is populair op Netflix, maar het staat haaks op de Haagse werkelijkheid van collegiaal bestuur. Een premier is vooral bemiddelaar, en zelden voorloper.

Zo kende het najaar meer trendy ideetjes die als feiten werden verkocht. Neem het lerarentekort. Beoefenaren van dat beroep verdienen waardering, daar het gaat het hier niet om. Maar alle protesten en cao-conflicten kunnen niet wegnemen dat er helemaal geen lerarentekort is.

Vorige maand had Het Financieele Dagblad er een geweldig stuk over: tegenover het tekort van tweeduizend leraren staat het aantal van bijna negenduizend werkloze leraren.

En bij de behandeling van de begroting Onderwijs wees Michel Rog (CDA) er bovendien op dat 5.500 van deze werkloze leraren, veelal babyboomers, een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering ontvangen, die elk jaar 180 miljoen euro kost.

In de woorden van het protest: structureel geld dat opgaat aan leraren die geen lesgeven.

Hier zit natuurlijk een verhaal achter – zwaar beroep, veel burn-outs op latere leeftijd – maar het is wel bijzonder dat we in staat zijn maanden over het lerarentekort te debatteren zonder dit er stelselmatig bij te betrekken.

Het sluit aan bij de superieure online spot van jonge mensen over babyboomers – ‘OK boomer’.

Al is dit trendje wel gebaseerd op een vergissing: de generatietheorie, die generaties zoals babyboomers specifieke eigenschappen toekent, is allang ontkracht. „De generatiebenadering in de sociologie is failliet”, schreef hoogleraar Aart Liefbroer al in 2012 in Mens & Maatschappij. OK sufferds.

Over trendy ideetjes en hoge verwachtingen gesproken: je wordt ook steeds benieuwder naar het investeringsfonds van CDA-kroonprins Hoekstra (Financiën) dat in de nazomer – vóór alle protesten – het Haagse gesprek domineerde.

Het is een publiek geheim dat de VVD nooit enthousiast was, en in een debat in de Eerste Kamer liet de VVD-fractie dit deze week nogal kras blijken.

Financieel woordvoerder Roel Wever uitte „twijfels” over de financiering van het fonds. „We vinden dat de overheid niet nog meer schulden moet aangaan”, zei de senator.

Dan heb je dus geen fonds. Mogelijk laat de VVD’er zich later overreden, hij zou niet de eerste senator zijn die bakzeil haalt, maar als Hoekstra niet oppast belandt ook het fonds op het stapeltje trendy ideetjes zonder toekomst.

Dit lot staat al zo’n beetje vast voor de andere veelgenoemde opvatting van dit najaar: de belofte aan boeren dat er geen dwang nodig is om, in de tweede fase van het stikstofbeleid, de veestapel te saneren.

Stikstof is na het stroperige overleg de laatste maanden geen onderwerp meer dat nog geestdrift oproept. „We hebben de eerste fase politiek opgelost dus de werkelijkheid zoekt het maar even uit”, riep een adviseur deze week.

Maar het kabinet ploetert voort. Deze week was de Ministeriële Commissie Stikstof en PFAS (MCSP) tweemaal bijeen, de meeste doorrekeningen zijn binnen, en saneringsplannen van provincies laten zien dat er een nieuwe miljardentegenvaller in aantocht is.

De gevoeligste vraag wordt hoe het kabinet de belofte van geen gedwongen bedrijfssaneringen zal intrekken.

Omfloerste formules lijken voor de hand te liggen, maar binnen de coalitie circuleerde deze week ook een concepttekst waarin het begrip ‘onteigening’ voorkwam.

Intussen vormt dit wiebelige klimaat de context bij een van de spannendste debatten van het jaar.

De hele week hoorde je over conceptversies van de nieuwe Kamerbrief van Bijleveld (Defensie, CDA) over burgerdoden in het Iraakse Hawija. Haar eerste debat over de onthulling van NRC en NOS liep zo slecht dat het eindigde met grote politieke vragen over de rol van Rutte – wat wist hij, en wanneer? – en over het optreden van Bijleveld zelf – had zij haar zaakjes op orde?

Zo heeft de kwestie nu iets van een thriller.

Haar definitieve brief wordt begin volgende week verwacht – het debat is vermoedelijk woensdag. En hoewel coalitiepartners geen brokken willen maken, viel aan het einde van de week erg op hoeveel spanning om het dossier hangt.

Al zag je ook, zoals vaker bij Rutte, dat ze bleven werken aan de persoonlijke verhoudingen: maandagavond werden de premier en de minister van Defensie dinerend gespot in een restaurant aan het Lange Voorhout, Cottontree City.