Andwelé Slory en Marjorie Esajas

Foto Annabel Oosteweeghel

Interview

‘We groeien op met racistische uitingen. Ze komen niet uit het niets’

Hij is oud-profvoetballer. Zij is gedragswetenschapper en zijn moeder. Andwelé Slory en Marjorie Esajas praten aan de keukentafel over racisme. „Het voelt als een onzichtbare vijand.”

Wel vijftien keer heeft hij de beelden teruggekeken. Wat riepen ze op de tribune? Welke gebaren maakten ze? De racistische uitingen jegens Excelsior-aanvaller Ahmad Mendes Moreira, afgelopen zondag, veroorzaakten „pijn, verdriet en teleurstelling”, bij de 37-jarige oud-profvoetballer Andwelé Slory.

We zitten aan de keukentafel bij zijn moeder Marjorie Esajas. Die werd deze week geïnterviewd over racisme in het radioprogramma Dit is de dag – als gedragswetenschapper én als Surinaamse vrouw. Over de ervaringen van haar zoon wilde zij toen niet uitweiden, maar nu doen zij samen dan toch hun verhaal. Over hoe het is om in een land te wonen dat „water in toom kan houden”, zoals Marjorie zegt, maar geen goed antwoord heeft op racisme.

Marjorie kookt Moksi Alesi, een Surinaams gerecht. Ze gooit ingrediënten in een grote pan en vertelt welke littekens racisme kan veroorzaken in een mensenleven. „Het doet wat met je spirit”, zegt zij. „Alsof die je ontnomen wordt. Je weet nooit wanneer racisme wordt geuit en door wie. Daardoor voelt het als een onzichtbare vijand.”

Zelfs aan haar zoon heeft ze nooit verteld wat er gebeurde toen zij bij de bushalte stond, jaren geleden. Marjorie werkte als groepsleider in de jeugdhulpverlening. Ze had een zware dienst achter de rug, was in gedachten verzonken. Opeens stopte een auto. Er ging een raam open en vloog een klodder spuug in haar gezicht. ‘Vuile zwarte, ga terug naar je eigen land.’ Nog voor ze kon reageren was de auto verdwenen. „Ik onderging het gelaten, had ook geen kenteken genoteerd. In de bus stappen was de enige optie.”

Andwelé hoort het zwijgzaam aan. Hij lijkt verbaasd dat zijn moeder hem nooit eerder over het voorval heeft verteld. „Weet je nog dat ik met Excelsior tegen ADO in het Zuiderpark speelde”, vraagt hij. „Ik hoorde oerwoudgeluiden. Iemand gooide pepernoten vanaf de tribune naar Mitchell Piqué [oud-verdediger van Surinaamse komaf]. Mitchell draaide zijn hoofd om te kijken wie dat deed. Het bleek een Hindoestaanse man te zijn, net zo donker als wij!” Hij wipt vrolijk op zijn stoel.

Marjorie: „Jij lacht nou wel, maar ik weet nog dat je als kind vergat dat je donker was. Je had net gehoord dat je met Stormvogels Telstar tegen Ajax moest spelen en kwam thuis met de woorden: ‘Mama, mama, we moeten tegen die Amsterdammers!’ Ik vroeg wat daar zo bijzonder aan was, want je zei het op een aparte manier. ‘Bij Ajax voetballen veel Surinamers’, antwoordde je. ‘Die zijn agressief.’”

Andwelé: „Ik dacht dat je ging vertellen over die keer dat ik tegen je zei dat er bij de selectie voor Noord-Holland ‘alleen maar donkere jongens’ zaten. Ik was mij niet bewust van mijn huidskleur, omdat ik ben opgegroeid met blanke vrienden in Heemskerk. Jij herinnerde me eraan dat ik zelf ook donker ben.”

Marjorie: „Je zat in een identiteitscrisis. Het was de tijd van Kluivert en Davids toen je opgroeide; er gebeurde nogal wat. We voerden veel gesprekken aan de keukentafel.”

Andwelé: „Ik keek zeker niet op donkere jongens neer. Waarom ik zo reageerde is moeilijk te verklaren.”

Marjorie: „Je ging mee met wat anderen dachten en voelden. Ik besefte dat ik je bewust moest maken van je identiteit en afkomst. Ik heb toen een retourtje Paramaribo geboekt en ben met je gaan lezen. Weet je nog welk boek?”

Andwelé: „Tom Sawyer?”

Marjorie: „De hut van oom Tom. Ik hoopte dat je zou gaan beseffen dat de wereld niet zo in elkaar stak als jij dacht. Ik wilde je weerbaar maken.”

Wat voelde Andwelé toen hij die oerwoudgeluiden hoorde? Voor iemand die zich als kind niet bewust was van zijn huidskleur, moet dat misschien extra hard zijn aangekomen. „Je voelt je klein worden”, zegt hij. „Machteloos. Het beste is dat je je afsluit, maar dat gaat niet. Het zit in je systeem. Ik weet nog hoe agressief ik juichte toen ik die wedstrijd tegen ADO gescoord had – de beelden staan nog op YouTube. Niemand wist waarom ik mij voelde zoals ik mij voelde, dat heb ik nog nooit in interviews verteld. De emotie bij Moreira na zijn doelpunt tegen Den Bosch, begrijp ik helemaal.”

Marjorie: „Het voelt alsof die club ten onrechte beloond is. Ondanks de racistische geluiden konden ze [de wedstrijd werd een kwartier stilgelegd] terugkomen van 1-2 naar 3-3.”

Andwelé: „Ze hadden nooit door mogen spelen.”

Marjorie: „Den Bosch had die wedstrijd reglementair moeten verliezen. De KNVB had moeten zeggen: wie z’n publiek niet in de hand heeft, komt op achterstand.”

Andwelé knikt. „Het moet geld kosten. Het moet pijn doen. Dan nóg los je het probleem niet op, maar woorden alleen volstaan niet.”

Andwelé is vol lof over het optreden van Georginio Wijnaldum, de aanvoerder van het Nederlands elftal die tijdens een persconferentie met bondscoach Ronald Koeman, afgelopen maandag, zijn woede en ongeloof over de behandeling van Moreira niet verborg. „Georginio heeft alles gezegd wat hij moest zeggen. Ik heb van hem genoten. Hij heeft een voorbeeldfunctie.”

Lees ook: Voetbalracisme: doe niet als Italië, wel als Engeland

Maar waar Andwelé zich over verbaast is de stilte bij blanke internationals. „Matthijs de Ligt, Daley Blind, Frenkie de Jong … waarom spreken zij zich niet voor de camera uit? Ze zien en horen de emoties van donkere spelers toch in de kleedkamer? We groeien op met racistische uitingen. Ze komen niet uit het niets.”

Zijn moeder citeert uit een bericht van de Surinaamse oud-voetballer Edgar Davids op Instagram, eerder deze week: „Een eerste stap is om te erkennen dat sommige tradities niet meer van deze tijd zijn, want net als Zwarte Piet, is racisme helaas een traditie.”

Marjorie: „Daar ben ik het mee eens. Ik hoorde Johan Derksen gisteren bij Pauw zeggen dat ‘Den Bosch’ een incident is. Maar dit gedrag bestaat al eeuwen, en beperkt zich echt niet alleen tot de voetbalwereld.”

Andwelé: „Hoe vaak ik wel niet in pak naar kantoor loop – hij is spelersmakelaar – en zie hoe een vrouw haar handtas stevig tegen haar middel drukt als ik langsloop. Eerlijk gezegd lach ik daar nu om, en dat zegt misschien wel genoeg, dat het me niks doet. Soms loop ik een restaurant binnen en word ik genegeerd. Pas als mensen horen dat ik oud-voetballer ben, tonen ze interesse.”

Marjorie: „Ik krijg de stomste vragen. Kan je man niet voor Zwarte Piet spelen? Wat kom je hier eigenlijk doen in Nederland?”

Andwelé: „Een paar maanden geleden reed ik per auto mijn buurt in. Roept een vrouw: ‘oprotten!’ Ik was perplex. Zette mijn auto in z’n achteruit en vroeg wat ze had gezegd. ‘Dat jullie altijd te hard rijden’, zei ze. ‘Wie is jullie?’ ‘Jullie buitenlanders.”

Later kwam hij de vrouw tegen tijdens het uitlaten van zijn hond. Ze begon een gesprek: ‘jij bent die voetballer hè?’ Andwelé herinnerde haar aan hun vorige ontmoeting, waarop zij antwoordde „dat het zo niet was bedoeld”.

Hoe langer ze praten, hoe meer er naar boven borrelt bij moeder en zoon, soms tot hun eigen verrassing. Andwelé vertelt dat hij als zevenjarige van school veranderde omdat hij zo gepest werd door een jongen. „Het was best heftig. Hij vernielde mijn fiets en maakte me voor ‘strontvlieg’ en ‘Zwarte Piet’ uit. Niet één keer, maar elke dag. Een jaar lang.”

Toen hij een aantal jaren geleden Kerst vierde bij zijn tante, deed een van de buren zijn voordeur open toen Andwelé uit de auto stapte. In een flits zag hij dat het zijn voormalige bully was. „Ik werd zó boos dat ik hem wilde aanvliegen. Hij herkende me, en gooide snel de deur dicht.”

Waarmee hij maar wil zeggen: zó lang kunnen ervaringen met racisme blijven rondzingen in je hoofd, hoe hard je ook probeert ze te verdringen. „Mensen moeten niet doen of het niet bestaat. Het is er. En het gaat door merg en been.”

Zijn moeder staat op om een blik in de pan te werpen. Ze is een levensgenieter, had ze eerder verteld. Eigenlijk vindt ze het zonde om over racisme te praten, ze voelt zelfs iets van schaamte. „Maar het moet, want het is vechten tegen de bierkaai.”

Bij het afscheid informeren we naar Jaden, de 14-jarige zoon van Andwelé, die in de jeugd van Feyenoord speelt. Wat verwacht hij van diens generatie? „Veel”, zegt Andwelé. Ook Jaden blijft niet van racisme gevrijwaard, maar er hangt een andere vibe rond de jeugdvelden. Jongens met verschillende culturele achtergronden „chillen” met elkaar. „Ik heb het gevoel dat het bij die generatie toch anders is.”