Opinie

Voetbalracisme: doe niet als Italië, wel als Engeland

Racisme Een collectieve boete, tijdelijk zonder publiek spelen – dat bant racisme op de voetbalvelden niet uit, weet David Winner. Wat te doen?

Foto Getty Images, beeldbewerking NRC

Plichtmatig. De officiële reacties op de racistische beledigingen die fans van FC Den Bosch naar het hoofd van speler Ahmad Mendes Moreira van Excelsior slingerden, hebben iets plichtmatigs. Frank Paauw, portefeuillehouder voetbal bij de Nationale Politie, was ongetwijfeld oprecht toen hij zei: „Dit soort uitingen van racisme zijn alleen uit te bannen met keiharde straffen.” En minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) klonk net zo streng toen hij van de KNVB „meer concrete actie” tegen „dit kwaad” eiste. De KNVB, die op dit punt een fraai klinkend beleid heeft, zal FC Den Bosch ook zeker een straf opleggen.

Maar wat is nu precies het plan? Zullen vrome woorden en vooral symbolische straffen een einde aan zulke beschamende incidenten maken? Zullen ze helpen het racisme in het voetbal te verminderen?

Afgaande op de geschiedenis is het antwoord nee. In heel Europa betekenen „keiharde straffen” en „concrete actie” inzake racistisch gedrag meestal collectieve straffen – denk aan boetes of tijdelijke sluiting van een stadion. Zulke maatregelen hebben het voordeel dat de autoriteiten daadkrachtig en slagvaardig overkomen, maar hebben het nadeel vaak grotendeels nutteloos te zijn.

De tijdelijke sluiting van een stadion leidt ertoe dat óók onschuldige fans worden gestraft; racisten krijgen onbedoeld macht. En boetes die je kan inzetten om antiracistische onderwijsprogramma’s te financieren, verdwijnen naar de algemene bankrekening van overheidsorganen.

Bovendien, zou de sluiting van stadions werkelijk effect hebben, dan zouden clubs als Legia Warschau de ‘Martin Luther Kings van het voetbal’ zijn. We zijn allang de tel kwijt van het aantal keren dat een boete is opgelegd en het stadion is gesloten, maar de fans van die Poolse clubs behoren nog altijd tot de beruchtste racisten in het voetbal.

Lees ook: ‘We groeien op met racistische uitingen

Een holistische benadering

Tijd voor een nieuwe, slimmere, holistische benadering; open deuren en lippendienst volstaan immers niet meer. Een paar jaar geleden leek het racisme op de terugweg. Nu in heel Europa de xenofobie, het nativisme en de haatpolitiek toeneemt, groeit het gevaar.

De beschamende gebeurtenissen in Den Bosch van afgelopen zondag, toen Moreira een stortvloed van apengeluiden over zich heen kreeg en uitgemaakt werd voor „kankerneger”, deden denken aan de schandalige wedstrijd tussen Bulgarije en Engeland, vorige maand in Sofia. Een kleine, georganiseerde groep van zo’n honderd Bulgaarse ultra’s beledigde toen systematisch de zwarte Engelse spelers en bracht de nazigroet.

Net als in Den Bosch volgde de scheidsrechter nauwgezet de bejubelde nieuwe antiracismeprotocollen van de UEFA: eerst riep hij op te stoppen met het beledigende gedrag, daarna legde hij de wedstrijd tijdelijk stil. In beide gevallen verzuimde de scheidsrechter echter de laatste stap te zetten, namelijk het staken van de wedstrijd. En net als bij de bestuurders van Den Bosch bestond de eerste reactie van de Bulgaarse autoriteiten uit een schandelijke ontkenning en kreeg het slachtoffer de schuld.

Lees ook: Racisme sluimert altijd in de samenleving, dus ook in het voetbal

Keerpunt

Sommigen beschouwen het incident in Den Bosch als een mogelijk keerpunt. Dat werd ook over Sofia gezegd. De UEFA legde daar een slappe boete van 75.000 euro op, plus een stadionsluiting voor twee wedstrijden (waarvan één voorwaardelijk). Er veranderde niets. Sterker nog, de wedstrijd mocht een schande voor Bulgarije zijn, voor extreemrechts was het een propagandacoup. Vanuit hun oogpunt kon het niet beter hebben uitgepakt. Na de door hen veroorzaakte ophef glipten de nazi’s stilletjes weg in de nacht.

Het Nederlandse racismeprobleem is niet zo ernstig als in Bulgarije, Polen, Hongarije, Rusland, Oekraïne en elders in het oosten. Maar Nederland kan wel degelijk iets leren, van Italië en het Verenigd Koninkrijk, twee West-Europese landen met tegengestelde ervaringen.

Al dertig jaar blijven de Italiaanse autoriteiten flagrant in gebreke bij de bestrijding van racisme in het voetbal. Het land ontkent het probleem. Inmiddels zijn de zogenaamde ultragroepen, die de meeste beledigingen uiten, zo krachtig geworden dat de clubs hen niet durven aan te pakken.

Volgens Piara Powar, directeur van de internationale antiracisme-organisatie FARE, zijn de Italiaanse voetbalautoriteiten en disciplinaire systemen „niet op hun taak berekend”. Twee maanden geleden zei hij: „Er zijn geen zichtbare campagnes, geen vooruitstrevende besturen van supportersverenigingen en de media zijn apathisch en vooringenomen. Niemand neemt het probleem serieus – niemand behalve de spelers, de slachtoffers zelf en een paar medestanders die dapper genoeg zijn geweest om in opstand te komen.”

Voetbalracisme in Italië

John Foot, hoogleraar moderne Italiaanse geschiedenis aan de universiteit van Bristol en auteur van boeken over de Italiaanse sport, waaronder Calcio, a History of Italian Football, zegt: „Er zijn duizenden, letterlijk duizenden incidenten in Italië. Toen ik voor het eerst in Milaan kwam, was er in de stadions totaal geen racisme. Nu wel. Ze hebben het aangeleerd, deels van andere fans en deels van politici.”

Lees ook: Het Italiaanse voetbal moet nu eens echt wakker worden

Mario Balotelli, de meest getalenteerde Italiaanse speler van zijn generatie en de eerste zwarte voetballer die tijdens een groot toernooi in het nationale elftal speelde, staat geregeld bloot aan racistische beledigingen. Eerder deze maand, hij speelde met Brescia in Verona, werd Balotelli zo kwaad over de apengeluiden dat hij de bal in de tribunes trapte en bijna van het veld liep (zijn ploeggenoten haalden hem over om te blijven). De scheidsrechter volgde de UEFA-protocollen naar de letter. Na de wedstrijd ontkende Verona-coach Ivan Juric dat de thuisfans iets verkeerd hadden gedaan.

Vergeet ook niet: dit is het land waar de voorzitter van de nationale voetbalbond, Carlo Tavecchio, voor het WK van 2014 klaagde over een fictieve Afrikaanse speler „die vroeger bananen at en toen opeens in het eerste van Lazio speelde”. Deze opmerkingen beletten Tavecchio niet om tweemaal te worden herkozen.

De ‘blanke’ uitleg

Dit seizoen wordt de Belgische sterspeler Romelu Lukaku, die nu voor Internazionale in Milaan uitkomt, regelmatig beledigd. Na zo’n geval in de stad Cagliari gaf een aantal fans van de eigen club hem de ‘blanke’ uitleg: „Beschouw die houding van de Italiaanse fans maar als een vorm van respect, omdat ze bang voor je zijn vanwege de goals die je wel eens tegen hun ploeg zou kunnen scoren, en niet omdat ze je haten of racisten zijn.”

Hoogleraar Foot merkt op: „De Italiaanse autoriteiten prutsen maar een beetje aan met verschillende ideeën en regels. De UEFA-protocollen lijken totaal niet te werken en met de sluiting van stadions of staking van wedstrijden krijgen de racisten en ultra’s een enorme macht. Ze kunnen wedstrijden stilleggen wanneer ze willen en kunnen clubs chanteren.”

Wat kan Nederland volgens hem van de chaos in Italië leren? „Boetes en sluitingen werken niet. Het enige wat er opzit, is om de leiders eruit te pikken en ze levenslang te schorsen, zoals in Engeland gebeurt. De clubs weten globaal wie deze mensen zijn, maar missen de wil of de moed om hen een halt toe te roepen.”

Lees ook: Wil jij nog wel voor die club spelen?

De Engelse ervaring is bepaald anders. In de jaren tachtig hadden fans uit etnische minderheden meer kans om bij het voetbal racisme tegen te komen dan ergens anders. Hele stadions hieven beledigende spreekkoren tegen zwarte spelers aan. Maar hoewel de Engelse samenleving in deze Brexit-tijden xenofober is geworden, zijn de voetbalvelden relatief een oase van diversiteit. Uitingen van racisme zijn zeldzaam geworden en beperken zich tot enkelingen of kleine groepjes, en racistische onverdraagzaamheid wordt niet geduld.

Geliefde Engelse zwarte sterren

Die verschuiving is veroorzaakt door tal van factoren. De meeste topclubs hebben nu spelers uit de hele wereld; zij zijn geliefd. Dat geldt ook voor zwarte Engelse sterren. Er is een voelbare warmte voor het opvallend multi-etnische en multiculturele jonge Engelse nationale elftal dat vorig jaar bij het Wereldkampioenschap de halve finale bereikte. De komst van de Premier League in 1992 heeft een einde aan de oude cultuur van de staantribunes gemaakt. Veel oudere supporters betreuren dit, maar het heeft wel de macht van de hooligans gebroken.

Er is nog altijd racisme in en om het Engelse voetbal. Maar de incidenten zijn relatief zeldzaam en worden mede daardoor gedetailleerd gerapporteerd. Zelfs mogelijke misverstanden halen de krantenkoppen. Zo voelde een speler van Oldham Athletic zich in 2012 gekwetst toen hij een Liverpool-fan „black bastard” tegen hem hoorde roepen (want dat is racistisch). De fan hield vol dat hij „Manc bastard” had geroepen (iets wat gewoon beledigend is voor mensen uit Manchester).

Raheem Sterling van Manchester City heeft zich niet alleen ontpopt als een van de beste spelers van het land, maar ook als toonaangevende antiracistische stem. Toen hij vorige maand tegen Bulgarije scoorde, zongen de meegereisde Engelse fans (een groep die ooit berucht was om haar geweld en racisme in het buitenland) vrolijk in koor: „Who put the ball in the racists’ net? Raheem Sterling!

Twee jaar geleden leidde een filmpje waarin een groepje Chelsea-fans een zwarte forens uit een Parijse metro duwde en intussen zong: „We’re racist, we’re racist, and that’s the way we like it”, tot protesten. De Franse en Britse premier veroordeelden het incident. Andere Chelsea-fans hielpen om vast te stellen wie de daders waren en de club, ooit berucht om het racisme van haar harde kern, gaf de daders een levenslang stadionverbod. De club noemde hun gedrag „weerzinwekkend en in strijd met alle waarden van de club en ver onder de norm die de club verwacht van supporters die onze wedstrijden bijwonen”. Dit incident bracht zowel racisme als een bijna algemene afkeer van dat racisme aan het licht.

Slim en gericht

Dertig jaar antiracistische campagnes en onderwijs hebben een culturele verandering teweeggebracht. En de autoriteiten zijn slim en gericht te werk gegaan. Ze wagen zich niet aan onbeholpen en averechts werkende draconische collectieve straffen en vertrouwen vooral op individuele stadionverboden. De daders van racistisch optreden worden geïdentificeerd en krijgen een verbod krachtens de Football Spectators Act van 1989 (ingevoerd na de rampen in Hillsborough en het Heizel-stadion, waarbij in totaal 135 mensen omkwamen).

De autoriteiten hebben de overgrote meerderheid van niet-racistische fans als bondgenoten geworven, waardoor zij geen onderdeel van het probleem maar van de oplossing zijn geworden. Dat is essentieel. Ook de harde kern heeft bestuurlijke verantwoordelijkheid genomen. Antiracistische supportersgroepen gaan terug tot eind jaren zeventig, en de belangrijkste antiracistische organisatie, Kick It Out, werd al opgericht in 1993, tien jaar voor de meeste Europese tegenhangers.

Hoe het ook zij, de samenwerking tussen clubs, politie, overheidsorganen, rechtbanken en normale fans is indrukwekkend. Voor een deel is dit het gevolg van de uiterst extreme problemen met hooligans uit het verleden. Maar terwijl Italië ons precies laat zien hoe het niet moet, kan Engeland misschien een model zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.