Bruinkoolgroeve in Duitsland. Overheden moeten klimaatverandering tegengaan via investeringen, belastingen, strengere normen en verboden, vindt Stiglitz.

Foto Friedemann Vogel/EPA

Interview

Topeconoom Stiglitz: ‘Klimaatverandering is onze wereldoorlog’

Interviewreeks | Klimaat & groei | Joseph Stiglitz Voor Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz is overheid de aanjager van de vergroening.

Joseph Stiglitz vergelijkt klimaatverandering met de wereldoorlogen. „De oorlog zorgde voor een totale mobilisatie van de economie en de samenleving. De transformatie naar een duurzame samenleving zal een vergelijkbare mobilisatie vergen.”

De Nobelprijswinnende Amerikaanse econoom Stiglitz (76) is kort in Nederland voor de promotie van zijn nieuwe boek Winst voor iedereen. In een Amsterdams hotel werkt hij tussen het praten door een broodje en een smoothie naar binnen.

„Het positieve is dat deze mobilisatie niet zoveel opoffering zal vergen als een echte oorlog,” zegt hij. “Het gaat waarschijnlijk juist economische groei stimuleren. De term ‘Green New Deal’ is misschien wel een betere analogie dan de oorlog wat dat betreft. Net zoals de originele ‘New Deal’ [een enorm investeringsprogramma van de Amerikaanse overheid in de jaren 30, red.] een manier was om ons te redden van de Grote Depressie, is de overgang naar groene technologie een kans.”

Wat opvalt aan de plannen voor een Green New Deal, is dat die nogal breed en vaag zijn.

„Toen president Franklin Delano Roosevelt de New Deal voorstelde, wist hij ook nog niet precies wat daar allemaal bij kwam kijken, het evolueerde in de loop der jaren.”

Wat is dan de belangrijkste stap om nu te nemen?

„De New Deal, en daarna de oorlogseconomie, betekende een enorme sociale transformatie. Dat was het moment dat vrouwen en Afro-Amerikanen voor het eerst in groten getale de arbeidsmarkt opkwamen. We moeten de Green New Deal gebruiken om veel meer mensen aan werk te helpen. Grote groepen Amerikanen zitten nu zonder werk, ook al tellen ze niet altijd in de statistieken mee als werkloos.”

Hoe dan?

„De overheid moet investeren in projecten voor de omslag naar duurzame energie. Je begint natuurlijk met dingen als transport en energie, dat is overduidelijk. Openbaar vervoer is veel efficiënter dan auto’s. Of neem stedenbouw, alle steden moeten worden verduurzaamd, daar ligt een enorme kans. Laat mensen die nu geen werk hebben aan die projecten werken.”

Wat openbaar vervoer betreft: dat zou in Europa bijvoorbeeld de aanleg van een hogesnelheidsnetwerk van treinen kunnen zijn.

„Ik weet niet welke vaardigheden je nodig hebt om een treinnetwerk te bouwen. Als zo’n project zou passen bij de mensen die nu onderbenut zijn op de arbeidsmarkt, zou dat een goed voorbeeld kunnen zijn. De overheid zou zo’n project moeten initiëren, actief mensen moeten recruteren die nu buiten de boot vallen, en ze opleiden, trainen, zodat ze mee kunnen doen.”

„Een van de opvallendste dingen aan de New Deal was dat we niet alleen indirecte maatregelen gebruikten zoals subsidies of belastingen, maar dat de overheid werkgelegenheidsprojecten opzette. Zo richtte de Amerikaanse overheid in 1933 het Civilian Conservation Corps op voor ongetrouwde werkloze mannen: zij hielpen bij de aanleg en het onderhoud van parken. Daar hebben we nog steeds plezier van.”

Stiglitz denkt dat overheden de klimaatverandering op veel manieren moeten tegengaan: ze moeten groots investeren in duurzame energie en transport, een belasting op de uitstoot van broeikasgas CO2 invoeren, en strenge productienormen stellen zoals een verbod op kolencentrales. „Ik denk dat er veel dingen zijn die de markt niet zal doen, en ik denk ook niet dat een CO2-belasting alleen genoeg helpt.”

Hoe voorkom je dat overheden zich vergissen, en de samenleving in de verkeerde technologische richting sturen?

„Dat is een absurde vraag: alsof de private sector niet ook enorme vergissingen maakt. Niemand verspilt geld op de schaal van de private sector, daar kan geen overheid tegenop. Het idee dat de overheid heel inefficiënt is, is een ideologische vooringenomenheid. Denk aan de financiële sector in 2008: daar is 10 tot 15 biljoen dollar verkwist.

„Het idee dat de private sector efficiënt is, en de overheid inefficiënt, is echt onzin. Ze zijn beide imperfect en maken fouten. Je moet niet alles op één technologie of één project inzetten natuurlijk.”

U denkt dat overheden zelfs beter zijn in dit soort investeringen dan de markt?

„Ja, dat denk ik inderdaad. Prikkels in de markt zijn gericht op de vraag: wat kan ik mezelf toe-eigenen? Niemand in de private sector zou ooit hebben geïnvesteerd in de ontwikkeling van het internet. Als je dat eenmaal hebt gecreëerd, zijn de voordelen gigantisch, alleen die gaan niet naar jezelf. Een bedrijf zou dat nooit doen. Of neem de ontdekking van DNA. Het ontcijferen van het menselijk genoom was een publieke investering. De private sector richt zich vervolgens op twee of drie genen die borstkanker veroorzaken, en bedenken een test. Vervolgens zeggen bedrijven: als je me geen 5.000 dollar geeft voor zo’n test, laten we je doodgaan.”

In de kringen die voor een Green New Deal zijn, klinkt vaak dat er grenzen zijn aan de groei. Hoe kijkt u daarnaar?

„Ik denk niet dat rijke landen, vooral rijke mensen in rijke landen, nou per se groei nodig hebben. Voor arme landen is het een ander verhaal. Die hebben die groei gewoon nodig. Maar ik denk dat er veel te zeggen is voor beleid dat is gericht op welzijn in plaats van bbp-groei.”

Organiseert u niet veel weerstand, bijvoorbeeld bij Amerikanen die op de Republikeinen stemmen, door zoveel op te hangen aan klimaatbeleid?

„Wat we in elk geval weten: als we slechts stapje voor stapje veranderen, worden we gefrituurd. Dus kleine stapjes zijn geen optie. Er is sprake van grote urgentie. Maar dat betekent niet dat je alle problemen binnen drie jaar hebt opgelost.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.