Nouchka Fontijn

Foto Andreas Terlaak

Nouchka Fontijn: ik ga nooit wereldkampioen worden

Interview Nouchka Fontijn (32) werd vorige maand uitgeroepen tot wereldkampioen, maar die beslissing werd door een protest teruggedraaid. „Als ik er niet aan denk gaat het goed.”

De opluchting staat op haar gezicht geschreven, omdat ze zeker weet dat de scheidsrechter, die zijn hand om haar linkerpols houdt, die arm weldra omhoog zal bewegen. Als een vrouwenstem door de stadionspeaker klinkt, trappelt ze met haar benen alsof ze nodig plassen moet. Bij de ‘r’ van ‘red corner’ gooit ze haar hoofd in haar nek, haar ogen vallen dicht, en met een euforische grijns glijdt jarenlange zelfkastijding van haar lichaam af. Op zondag 13 oktober wordt ze wereldkampioen boksen.

Haar lange armen houdt ze gestrekt boven haar hoofd en zo loopt Nouchka Fontijn, dan nog 31 jaar, naar de verslagen Welshe Lauren Price, de dame in het blauw die een kop kleiner is dan zij, tegen wie ze het zo vaak lastig heeft omdat ze voortdurend ontwijkt, schijnbeweegt, en dan na een serie vinnige klappen in een soort omhelzing eindigt. Niet het spel dat Fontijn graag speelt, maar dat maakt nu niet meer uit. Op de tribune steekt vader Ruud in zijn oranje trui een Nederlandse vlag omhoog. Hij kwam met de Transsiberië Express naar het Russische Oelan-Oede, boven Mongolië, en ziet dat zijn onvoorwaardelijke steun met sportgeschiedenis wordt beloond.

Fontijn bedankt de scheidsrechter en loopt vederlicht naar haar hoek, waar haar partner en bondscoach Abdul Fkiri haar omhelst en even van de grond tilt. Ze hebben het geflikt, na jarenlang te zijn tegengewerkt door de Nederlandse Boksbond, die vond dat een liefdesrelatie tussen coach en pupil tot te veel emotionele betrokkenheid leidde. Het werd hen nogal eens verboden samen te werken, tot en met 2015, waarna het verzet wegviel en successen volgden: vier keer een Europese titel, twee keer zilver op het WK, zilver op de Spelen van Rio. Maar alles valt in het niet bij deze prestatie.

Oefenen op het Wilhelmus

Als ze uit de ring stapt, kijkt ze naar het scorebord. Het was zo vaak net niet op een WK dat ze zwart op wit wil zien dat zij de beste is, en dat staat er: drie van de vijf juryleden kozen voor haar, twee zelfs met ruime cijfers (30-27). Opgelucht loopt ze naar de kleedkamer, niet wetend wat zich achter haar in de ring heeft afgespeeld. Tegen Price zegt ze dat haar tijd nog komt, dat dit haar laatste WK is en ze deze titel dus wel moést pakken. Met de kennis van nu walgt ze van dat moment.

Er is geen tijd om droge kleding aan te trekken, Price en Fontijn worden meteen naar het podium geleid, waar eerst twee bronzen medailles worden uitgereikt. Fontijn trekt haar bokshemd recht en oefent op het Wilhelmus. Door de opwinding is ze kwijt welke hand ze ook alweer op haar hart moet houden.

Maar er volgt geen tune. Fontijn denkt aanvankelijk aan een technisch probleem, maar dan trekt een schokgolf vanuit haar maag door haar lichaam en stokt haar adem alsof ze in haar maag wordt gestompt. Waarom worden de nummers één en twee niet omgeroepen? Dat kan maar een ding betekenen: protest, sinds een paar weken mogelijk, en op deze WK al 32 keer ingezet. Volgens de nieuwe regels moet dat binnen een minuut na de partij kenbaar worden gemaakt met een gele kaart. Voor een tegenprotest geldt hetzelfde, maar een bokser die tot winnaar wordt uitgeroepen gaat tegen die beslissing vanzelfsprekend niet in beroep. De regel werd ingevoerd om extreme, corrupte jurybeslissingen weg te filteren.

Duizelig

Ze wordt duizelig, krijgt het gevoel dat ze gaat flauwvallen, van ellende, niet van te weinig eten. Nee, dit kan toch niet, denkt ze, dit gaat toch niet echt fout? Er is niemand die haar vasthoudt, en ze heeft niets omhanden. „Ik krijg hier kippenvel van”, zegt ze een maand later in de Schiedamse sportschool Mesa Sport, waar ze in de kantine aan een houten tafeltje zit, en met haar benen wiebelt, friemelt aan een pen en haar theeglas steeds verplaatst. „Je zit daar in de hel te wachten. Dat is het ergste.”

Nouchka Fontijn Foto Andreas Terlaak

In dat halfuur gaat Fontijn van onzekerheid naar ontreddering en wordt ze teruggebracht naar de kleedkamer. Wales wil dat de tweede ronde wordt teruggekeken. Als er geschreeuw uit de ruimte naast haar klinkt, weet ze het. De scores van het Chinese jurylid zijn aangepast in Fontijns nadeel. Haar coaches komen met tranen in hun ogen naar binnen. „Ze dachten: hoe gaan we dit vertellen? Maar dat was niet nodig. Ik bleef roepen: dit kan niet, dit kan toch niet?”

Het is de eerste keer dat Fontijn wordt gevraagd het moeilijkste moment uit haar carrière tot in detail terug te halen. Zelfs tijdens twee weken vakantie met haar moeder in het noorden van Vietnam, slaagde ze erin die vervloekte oktoberavond te ontwijken. Ze was blij dat ze haar „kop in het zand” kon steken. Ze lacht flauwtjes als ze dat zegt. „Je denkt er gewoon niet aan. Ik heb ook geen medaille, dus er is helemaal geen bewijs dat het gebeurd is.”

Nooit wereldkampioen

Het gezin-Fontijn – vier dochters – is volgens vader Ruud „van weinig woorden, snel verstaan”. Nouchka is niet iemand die in zak en as gaat zitten. „De emoties zijn er, maar ze uit ze niet. Ze kan teleurstellingen goed verwerken.”

Fontijn doorliep het vwo met Russisch en Spaans als extra vakken, deed aan taekwondo en stapte over naar boksen toen haar trainer, haar latere partner Abdul Fkiri, talent zag. „Er is niemand in Nederland van haar niveau”, zegt hij. De twee reizen de wereld over op zoek naar sparringpartners die Fontijn partij kunnen bieden. Vaak mocht Fkiri haar in de ring niet coachen, alleen trainen in de sportschool, terwijl juist een coach op wie een bokser altijd blind kan varen essentieel is. Fkiri: „Maar waar je geen invloed op hebt, daar moet je niet te lang bij stilstaan. Je praat jezelf twijfel aan. Tegenslagen maken je sterker in de sport.” Fontijn: „Maar dit keer is het niet komma en door. Dit is een punt achter iets wat nooit gaat gebeuren. Ik ga nooit wereldkampioen worden.”

Terwijl er gebeuk uit de speakers in Mesa Sports klinkt en het buiten stormt, kan Fontijn haar tranen niet bedwingen. Even laat ze zien dat ze pijn heeft, maar ze slikt haar verdriet gauw weg. „Je hebt er niks aan, het is voorbij”.

Twee maanden voor de WK in Rusland denkt ze erover om mental coaching te proberen. Ze heeft het idee dat ze op dat vlak „dingen laat liggen” maar is huiverig voor de gevolgen. „Je kan ook naar een psycholoog gaan en jezelf helemaal… Word je daar niet zwak van? Als je over zwaktes gaat praten, dan krijg je ze ook.”

Wat zijn dan zwaktes in jouw ogen?

„Nou, onzekerheden of zo.”

En je bent bang dat het tegen je gaat werken?

„Ja, ja”. Ze gaat snel door: „Dus toen heb ik het er met Hans [Kroon, haar krachttrainer] over gehad, en die zei: ‘Ik heb wel vaker sporters naar de psycholoog gestuurd, en daar had ik achteraf spijt van’. Dus toen hebben we het intern opgelost. In mijn voorbereiding heb ik vier keer met hem gezeten. Hij weet zo veel, is trainer van judoka’s, tennissers. Hans zegt: het is uiteindelijk gewoon een kwestie van mindset.”

Fontijn maakt een lijstje met dingen waar ze mee zit. Na haar zilveren medaille in Delhi vorig jaar begon ze zich af te vragen of er niet één procent in haar zit die helemaal geen wereldkampioen wíl worden. „Ik houd niet van status, en ook niet van druk. Als ik wereldkampioen zou worden, dan zou ik me daarna snel een nietsnut voelen. Alsof het nooit meer goed genoeg is.” In de gesprekken met Kroon wordt haar lijst goeddeels terzijde geschoven. „We hebben de meeste dingen niet besproken, zijn alleen over positieve dingen gaan praten. Soms moet je gewoon rechtdoor, en ga je rechtdoor.” En zo reist ze af naar Oelan-Oede.

De eerste ronde van de finale tegen Lauren Price, van wie ze vorig jaar op de WK won, voelt als winst. Na de tweede ronde vraagt ze aan Fkiri, terwijl ze in haar hoek uitpuft: „Heb ik de tweede ook?” Fkiri: „Daar moet je nu niet mee bezig zijn.” Gedurende de partij roept de scheidsrechter Price talloze keren tot de orde: „No wrestling”, zegt hij, en „head up”. Na drie rondes van drie minuten wordt Fontijn als winnaar uitgeroepen. Een halfuur is ze de beste bokser ter wereld, totdat het protest uit Wales wordt toegekend. Functionarissen van boksfederatie AIBA smeken Fontijn naar de ceremonie te gaan, maar dat weigert ze. „Dat doe ik mezelf toch niet aan? Ik heb daar al zo vaak op mijn wang staan bijten.” Het kan haar op een tweejarige schorsing komen te staan.

Ze grist haar telefoon uit de handen van haar partner en beent naar buiten. Door te vertrekken krijgt ze controle over de situatie terug.

Ze doolt een tijd rond op een donker en koud terrein in Oost-Siberië, en appt met vrienden. Terwijl Price tot wereldkampioen wordt gekroond, stapt Fontijn een Russische bar in en bestelt ze een pizza. Uiteindelijk komen haar vader en het Nederlands team daar ook heen.

Die nacht slaapt ze niet. Dat kan ze niet, en wil ze niet, bang voor de stilte die komen gaat. Ze kijkt de gewraakte partij één keer terug, maar wordt er onzeker van. „Ik ga dan denken: misschien hebben ze gelijk. Ik heb daarna aan Fkiri gevraagd: ‘Hoeveel procent weet jij zeker dat ik gewonnen heb?’ Hij zei: ‘Honderdduizend.’ Ik zei: ‘Oké dan vraag ik dit nooit meer.’” Thuis is het juist Abdul Fkiri die breekt, als hij zijn eigen Facebook-post hardop voorleest.

Hoe is het om hem zo te zien?

„Ja, dat is erg. Heel erg. Je wordt ’s nachts wakker en het eerste waar je aan denkt is dat. Ik pak mijn telefoon, ik moet input, anders ga ik malen. Het lijkt wel PTTS [posttraumatische stressstoornis]. Eerst is het ongeloof, je kan niet geloven dat dit jouw levensverhaal is. Later werd ik boos, chagrijnig. Toen ben ik naar Vietnam gegaan en kon ik alles achterlaten. Ik nam geen tijd om erover na te denken.”

Je gunt jezelf geen tijd.

„Nee, want als ik dat wel doe… Ik kan niet geloven dat ik die wereld weer moet instappen, die olympische cyclus weer in moet. Het kwalificatietoernooi voor de Spelen is in Londen, bij haar thuis. Dat zie ik helemaal niet zitten.”

Hoe gaat het nu met je?

„Wel goed, als ik er gewoon niet aan denk, dan is het toch heel makkelijk?”

Lukt dat?

„Nee, ik denk er elk uur aan.”

Wat denk je dan?

„Weet je wat zo stom is… Ik heb altijd tics voor een wedstrijd. Alleen ervóór, en als het klaar is, gaan ze weg. Maar nu is het niet klaar.”

Welke tics heb je nu?

Ze wijst naar haar sporttas, die naast haar op tafel ligt. „Je weet dat ik daar in het rood heb gebokst? Op een stapel zal ik dan altijd de rode kleren bovenop leggen, voor mij staat dat voor de bovenliggende partij.” Inderdaad, haar rode tenue ligt bovenop. „Dat is geen toeval. Normaal stopt dat. Nu niet. Misschien komt dat omdat ik er nog 0,01 procent in geloof dat het toch nog goed komt, dat de uitslag wordt teruggedraaid. Terwijl ik weet dat het niet kan.”

Boris van der Vorst, directeur van de Nederlandse boksbond, laat weten dat met juristen wordt gekeken of een CAS-procedure kan worden gestart. Hij heeft de British Boxing Federation schriftelijk verzocht de medaille terug te geven, maar daaraan is geen gehoor gegeven. Fontijn: „Ik wil die titel alleen terug als wordt toegegeven dat ik ’m met boksen verdiend heb, niet vanwege procedurele fouten.”

En weet je zeker dat je niet nog een WK bokst?

„Ja, het is klaar. Op de volgende WK is er ook weer een kans dat ik zilver pak. Na Tokio is het tijd voor een leven na het boksen. Dan wil ik werken, iets normaals doen.” Ze laat een lange stilte en zegt dan: „Weet je, dit is nu kut, maar misschien ook niet meer dan dat.”