Niet de bank, maar de klant is nu eindelijk de baas

Consumenten profiteren Fintech is al bijna een halve eeuw in ontwikkeling. Maar pas de laatste jaren komt de klant echt centraal te staan. En die heeft reële eisen.

Illustratie Pepijn Barnard

In een oogopslag je vaste lasten op een rijtje. Of al je bankrekeningen in één overzicht en van daaruit alle betalingen doen. Of een app waarmee je als kleine ondernemer snel je eigen leningen kunt regelen.

Het zijn op het oog geen exorbitante verwachtingen die hedendaagse consumenten, gewend aan digitalisering, big data en innovatie, van het financiële bedrijfsleven hebben. Wie zijn favoriete tv-series op afroep beschikbaar heeft, met behulp van een app eten laat bezorgen en online sociale contacten onderhoudt, verwacht dat zijn financiële huishouding mee-innoveert.

Toch heeft het lang geduurd voor de financiële wereld die verwachtingen ging inlossen. Tot nu.

De reden? Fintech.

In essentie staat fintech – een samentrekking van ‘financieel’ en ‘technologie’ – voor digitale innovatie in financiële dienstverlening als bankieren, verzekeren of beleggen. En anders dan de huidige aandacht ervoor doet vermoeden, is het geen nieuw fenomeen.

De wereld beleeft nu de vierde golf van de fintech-revolutie, schreven durfinvesteerders Finch Capital en Dealroom.co vorige maand. In de jaren 70 begon het met financiële software. Thuisbankieren maakte de Postbank met Girotel mogelijk in 1986. Eind vorige eeuw deed elektronisch betalen zijn intree. En vanaf 2010 doken de uitdagers van de financiële gevestigde orde op, de disruptors. Nu domineren trends als kunstmatige intelligentie en blockchain-oplossingen de wereld van de fintech.

Gesloten bolwerk

Sinds anderhalf jaar staat het start-ups en andere bedrijven in Europa vrij om een vergunning aan te vragen bij De Nederlandsche Bank. Als aan een reeks voorwaarden wordt voldaan, krijgt de aanvrager met de vergunning inzage in de bankrekening van klanten die daar toestemming voor hebben gegeven – hun bank moet daar dan aan meewerken. Ook is het mogelijk uit naam van de klant betalingen te doen.

Doel van deze regels (in de sector bekend als PSD2, Payment Service Directive 2) was om de dominante positie van banken te doorbreken en vernieuwing in de financiële sector op gang te helpen. Tot dan toe was de financiële sector een zeer gesloten bolwerk, omgeven door zo ongeveer de zwaarste regulering ter wereld.

Inmiddels hebben circa twintig partijen een vergunning aangevraagd (acht kregen hem al, negen zijn nog in behandeling). Daar zitten naast start-ups ook ‘brexitvluchtelingen’ bij, financiële dienstverleners die via de Nederlandse toezichthouder toegang tot de Europese markt willen garanderen bij een Brits vertrek uit Europa.

Via andere nationale toezichthouders hebben bovendien honderden start-ups en techgiganten als Google, Facebook, Alibaba en Amazon ook hun Europese pas om financiële diensten te gaan bieden.

Inmiddels kunnen consumenten kiezen uit tal van elkaar beconcurrerende aanbieders van financiële diensten. Consumenten moeten daarbij bedenken wie ze wel en niet toegang geven tot hun betaaldata.

Terughoudendheid

Waar miljarden mensen er inmiddels geen enkele moeite meer mee hebben om hun sociale contacten (en lief en leed) te delen op platformen als Facebook, is de terughoudendheid ten aanzien van de bankrekening veel groter, zo blijkt uit onderzoek.

Toen de Nederlandse bank ING nog maar vijf jaar geleden een plan lanceerde om mensen advies te geven en aanbiedingen te doen op basis van hun betaaldata, was de ophef niet te overzien. De bank trok het voorstel snel weer in.

Advieskantoor EY houdt sinds 2015 iedere twee jaar bij hoe het met de acceptatie van fintech gesteld is. Uit het meest recente rapport, van afgelopen zomer, waarvoor 27.000 consumenten uit 27 landen werden geïnterviewd, blijken de verschillen tussen landen en regio’s nog erg groot.

In landen waar het bancaire systeem nog niet zo ver ontwikkeld was hebben consumenten de fase van credit- en betaalkaart nagenoeg overgeslagen en is het gebruik van fintech gigantisch hoog. Bijna 90 procent van de Indiërs en Chinezen maakt gebruik van minimaal twee fintech-diensten, aldus EY.

De afgelopen jaren is de adaptatie van fintech door consumenten ook in westerse landen in een stroomversnelling gekomen. Dat komt met name doordat ook gevestigde partijen de nieuwe technologieën hebben omarmd, concludeerde EY. Zij hebben de drempel naar het gebruik ervan enorm verlaagd. Het merendeel van de gebruikers van fintech geeft aan dat ze innovaties van hun eigen bank (of een andere gevestigde naam in de financiële wereld) eerder zullen gebruiken dan nieuwe diensten van nieuwkomers.

Volwassen klanten

Tegelijkertijd wordt de markt volwassener. Waar vroege gebruikers vooral de snelheid van een nieuwe applicatie als belangrijke reden noemden om ermee te beginnen, geeft nu een groter deel van de mensen aan het belangrijker te vinden dat de nieuwe applicatie daadwerkelijk voordeel oplevert. In de vorm van lagere kosten, hogere rentes of diensten die (nog) niet gevestigde partijen nog niet aanbieden.

Nederland wordt in veel onderzoeken genoemd als land waar fintech goed geland is. Het vertrouwen van Nederlanders in het toezicht op de sector zou een van de verklaringen zijn voor de adaptatie van fintech. Het is daarom opmerkelijk dat juist de toezichthouder zelf, De Nederlandsche Bank, vorige maand nog met onderzoek over fintech naar buiten kwam dat op scepsis duidt. Een op de vijf ondervraagden zou de eigen bank de mogelijkheid willen geven een overzicht te maken van alle rekeningen en inkomsten en uitgaven. Voor niet bancaire-bedrijven is dat maar een op de zeventien. Pas als het voordeel groot genoeg is, zijn Nederlanders bereid hun privacy in te leveren. Zo zegt 29 procent akkoord te gaan met datagebruik door de eigen bank als daar een hogere spaarrente tegenover staat.

Deze data kunnen het succes van fintech mede bepalen. Niet eerder viel in de praktijk zo snel te testen of een nieuwe dienst klanten bevalt. Één bedrijfje hoeft het maar te proberen, en de klant kan volgen – of niet.

Lees ook: Een start-up over de vloer maakt oude bank weer lenig

Wat Uber deed voor de taximarkt en Airbnb voor de hotelwereld, gebeurt door fintech nu ook in het hart van de financiële sector. En hoewel de invloed van de klassieke disruptors afneemt, heeft fintech wel degelijk voor een revolutie gezorgd. De wereldwijde crisis van 2008 – die duizenden miljarden euro’s schade opleverde en de reputatie van banken fors beschadigde – kreeg niet voor elkaar wat fintech nu wel lukt: de consument staat weer centraal in bankenland.

Een app die je uit de schulden houdt

Portret Dyme Dyme is amper twee jaar oud. De financiële app die het ontwikkelde, valt bij investeerders in de smaak.

Daar gaan we: Netflix, Apple en Spotify. Eneco, CZ, Allsecur en Ziggo, Ben, NS en Natuurmonumenten. BNNVARA, Postcodeloterij en Basic Fit. En, oh ja, NRC, Hello Fresh en War Child. Even scrollen door het rekeningoverzicht van zomaar een bank-app levert een aardig beeld op van al die terugkerende kosten van abonnementen, vervoer, verzekeraars en loterijen. De optelsom van deze bijna onzichtbare lasten veroorzaakt niet zelden problematische schulden bij huishoudens.

Dáár wilden Joran Iedema, David Knap, Wouter Florijn en David Schogt wat aan doen. De vier jonge ondernemers ontwikkelden de app Dyme, om mensen inzicht te geven in hun maandelijkse kosten, hen bewust te maken van de vaste lasten én hun de mogelijkheid te bieden daarop te besparen. De vier begonnen in februari 2018 in een container bij het Amsterdamse Science Park. Inmiddels zitten ze met negen collega’s middenin de stad, in het TQ-gebouw, een broedplaats van nieuwe bedrijven.

Start-ups als Dyme kunnen sinds februari 2019 een licentie aanvragen bij De Nederlandsche Bank om toegang te krijgen tot betaalgegevens van klanten. Die moeten daar zelf iedere drie maanden opnieuw toestemming voor geven. Eind oktober verwierf Dyme, met steun van sponsors als accountant EY en advocatenkantoor Stibbe, die licentie. Ook Hans van der Noordaa hielp, oud-bestuurder van ING en Delta Llloyd. Knap: „Hij was een van onze eerste investeerders.”

Overzicht is één

Wie de app installeert, kan zijn bankrenening(en) koppelen aan Dyme. Dat is nu alleen mogelijk met rekeningen van ABN, ING, Rabobank en Bunq, aan de rest wordt gewerkt. Dyme filtert de abonnementen uit de lijst betalingen en presenteert ze in een handzaam overzicht.

Overzicht is één, daar actie op ondernemen is minstens zo belangrijk. Dus maakt Dyme het met een druk op de knop mogelijk lopende abonnementen op te zeggen. Aan manieren om klanten goedkopere alternatieven te bieden voor energie, zorg en andere diensten wordt gewerkt.

Van terughoudendheid bij consumenten om bankgegevens te delen, hebben ze bij Dyme weinig gemerkt. Iedema: „Doordat we heel duidelijk zijn over wat we met de gegevens doen: niet delen, niet doorverkopen. Ons verdienmodel is gebaseerd op de kortingen die we onze klanten geven.”

Dyme heeft nu 25.000 gebruikers. Met zeven ontwikkelaars werkt het aan nieuwe diensten. Iedema: „We kunnen je op basis van je betaalgegevens bespaartips geven, een andere zorgverzekeraar aanraden, een telecomabonnement. En we gaan dat uitbouwen. Als je iets bestelt bij bol.com, heb je 14 dagen het recht dat te retourneren. Daar kunnen we je aan helpen herinneren. Of we waarschuwen je als we zien dat je salaris stijgt waardoor je recht op zorgtoeslag vervalt.”

Dyme wil komend jaar naar 100.000 gebruikers in Nederland en actief worden in Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Intussen praat het met investeerders over een volgende stap. Daar zitten durfkapitalisten als Peak Capital bij (dat dit jaar al zes ton in Dyme investeerde), maar ook grote fintech-fondsen van gevestigde banken.