Marokko en Nederland praten al jaren langs elkaar heen

Relatie Rabat-Den Haag Premier Rutte ontkende vrijdag dat Marokko niet zou willen praten met zijn staatssecretaris voor asielzaken. Toch past Rabats weigering van overleg in een al jaren moeizame relatie.

Staatssecretaris Ankie Broekers Knol (Justitie en Veiligheid, VVD) verklapte deze week aan de Tweede Kamer dat de Marokkaanse regering niet met haar zou willen overleggen.
Staatssecretaris Ankie Broekers Knol (Justitie en Veiligheid, VVD) verklapte deze week aan de Tweede Kamer dat de Marokkaanse regering niet met haar zou willen overleggen. Foto BART MAAT/ANP

Mark Rutte kwam vrijdagmiddag persoonlijk in actie om een diplomatieke rel tussen Nederland en Marokko te sussen. „Er komt zo snel mogelijk een afspraak. Het is een agendakwestie”, liet de premier in zijn wekelijkse persconferentie weten. Hij probeerde zo de schade te beperken van een onhandig optreden van zijn partijgenoot, staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel en Migratie, VVD) die de Kamer donderdag had laten weten dat ze in Marokko niet welkom zou zijn.

Rutte wilde vrijdag niet ingaan op de verhouding tussen beide landen: „Internationale diplomatie leent zich niet voor persconferenties”, stelde hij. Tegelijkertijd is duidelijk dat de verhoudingen tussen beide regeringen zo gespannen zijn, dat onderling overleg door Rabat wel degelijk wordt afgehouden, bevestigen meerdere kenners van de bilaterale relatie.

Inkijkje aan de Kamer

Broekers-Knol gaf donderdag – al dan niet bewust – een inkijkje in de spanningen. Ze maakt het parlement deelgenoot van haar pogingen een afspraak te maken over het terugnemen van illegale Marokkanen. Daar zou ze als sinds juli mee bezig zijn geweest, totdat ze onlangs via het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken vernam dat ze „de juiste persoon toch niet te spreken zou krijgen”.

Daarna staakte Broekers-Knol naar eigen zeggen en tot verbazing van de Kamer verdere pogingen de Marokkaanse minister van Binnenlandse Zaken, Abdelouafi Laftit, te spreken te krijgen. Ze noemde de situatie openlijk „problematisch”. Marokko neemt nu maar mondjesmaat onderdanen terug.

Een dag later probeerde ze het conflict in een gesprek op NPO Radio 1 alweer te relativeren: „We gaan een volgende poging wagen.” En minister Sigrid Kaag (Ontwikkelingssamenwerking, D66) sprak op vrijdagmiddag van „een misverstand in woorden”.

Marokko-kenner Paolo de Mas keek deze week met stijgende verbazing naar het optreden van Broekers-Knol. Volgens De Mas, oud-directeur van het Nederlands Instituut in Rabat en nu actief bij het Afrika-Studiecentrum in Leiden, is het duidelijk dat er veel meer aan de hand moet zijn dan een ‘agendakwestie’.

De Mas: „Want als dat echt zo zou zijn, dan hoef je daarmee toch niet naar buiten te treden? Dan houd je dat toch intern? We hebben het over een zeer oud dossier dat al zo’n tien jaar speelt. In het verleden werd dit gekoppeld aan de discussie over verlagen van sociale uitkeringen voor Marokkanen. En nu spelen er weer andere zaken een rol.”

Moeizame verhoudingen

De relatie tussen Marokko en Nederland is de afgelopen jaren mede verslechterd door de onrust in het Rifgebied. Een groot deel van de Marokkaanse Nederlanders komt oorspronkelijk uit deze streek waar protesten tegen het regime met geweld zijn neergeslagen. Verschillende leiders werden tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. Toen minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) daar tijdens een ontmoeting met premier Saadeddine Othmani en minister Bourita in april 2018 in Rabat over begon, werd dat niet in dank afgenomen.

Vijf maanden later kwam het opnieuw tot een botsing tussen Blok en Bourita, bij de Verenigde Naties in New York. Bourita liet in een reactie – na een volgens Marokkaanse media ‘stormachtig verlopen gesprek’ – openlijk weten dat zijn land niet zit te wachten op „lessen vanuit Nederland”. Volgens de minister van Buitenlandse Zaken ging het hier bovendien om een binnenlandse kwestie waar geen discussie met ‘buitenlanden’ over wordt gevoerd.

Vervolgens haalde Bourita de zaak van Saïd Chaou erbij. De Marokkaanse regering is verbolgen over de uitspraak van een Nederlandse rechter, die voorkwam dat de verdachte van drugshandel werd uitgeleverd.

‘Nederland is een kleine speler’

Volgens De Mas kan Nederland simpelweg onvoldoende politiek en economisch gewicht in de schaal leggen om het de Marokkaanse regering moeilijk te maken. „In tegenstelling tot landen als de Verenigde Staten, Frankrijk of Spanje heeft Nederland weinig om over te onderhandelen met Marokko. Vandaag de dag moeten er in de politiek deals worden gesloten. Met de vuist op tafel slaan haalt niets uit. Delicate onderhandelingen over de agenda voor overleg laat je aan diplomaten ter plekke over. Die moet je als staatssecretaris niet voor de voeten lopen met ronkende uitspraken.”

Herhaalde schriftelijke en telefonische pogingen van NRC om de Marokkaanse regering de gelegenheid te geven te reageren leverden vrijdag niets op. De Marokkaanse ambassade in Den Haag zou aan de NOS hebben laten weten dat er nooit een verzoek van Broekers-Knol voor een ontmoeting is ingediend.

Volgens Mohammed Mohandis is de handelwijze van Marokko het bewijs dat het Noord-Afrikaanse land niets ziet in een bilateraal gesprek met Nederland. „Voor Marokko is Nederland slechts een kleine speler. Bovendien is Nederland het enige land dat openlijk vraagtekens heeft gezet bij de politiek in het Rifgebied. Marokko voelt de hete adem in de nek, maar heeft geen zin om dat met Nederland te bespreken. Ze zien het in Marokko liever als een Europees probleem waarmee ze de Europese Unie onder druk kunnen zetten”, stelt Mohandis die fractievoorzitter is van de PvdA in Gouda en voorheen lid was van de Tweede Kamer.

De PvdA’er komt zelf uit een familie die het Rifgebied in de vorige eeuw verruilde voor Nederland. „De afgelopen jaren is het aantal migranten vanuit heel Marokko wegens algemene onvrede naar Europa weer fors toegenomen. Dat is een zorgelijke situatie en een ingewikkeld dossier waar over gesproken moet worden. De houding van Nederland is echter al heel lang super soft in de richting van Marokko.”