Recensie

Recensie Boeken

Kun je van iemand houden die dood is?

Kinderboek De Zweedse schrijver Ulf Stark beschrijft in zijn allerlaatste kinderboek prachtig gevoelvol hoe opa van Klein-Gottfried afscheid neemt van zijn grote liefde en leven.

‘Kun je van iemand houden die dood is?’ Voor Klein-Gottfried, de ik-persoon uit De weglopers, het allerlaatste kinderboek van Ulf Stark (1944-2017), is dit cruciaal om te weten. Niet alleen omdat hij met eigen ogen ziet hoezeer zijn in het ziekenhuis opgenomen opa zijn overleden oma mist, maar ook omdat hij aanvoelt dat zijn favoriete opa met wie hij meer deelt dan alleen zijn naam, niet lang meer zal leven. En stel nu eens dat de vrees van zijn opa klopt, ‘dat er na dit leven niks meer is’, wat blijft er dan van hun liefde over?

Een eenduidig antwoord op deze piekervraag hoef je van Stark niet te verwachten: de in eigen land geliefde Zweedse schrijver, die dankzij het vorig jaar verschenen Liefde is niet voor lafaards in Nederlands is herontdekt, is een meester in suggestief schrijven. Ja, De weglopers gaat onmiskenbaar over verlies en gemis en afscheid nemen, maar hoe het na de dood zal zijn, mag iedereen gelukkig zelf invullen. Geholpen door Starks goed getroffen kinderlogica, stelt Klein-Gottfried zich aldus gerust met de gedachte dat als je sterren kunt zien terwijl ze niet meer bestaan, er dan vast ook wel iets kan bestaan wat je niet kunt zien. Opa vindt evenwel troost in de allerlaatste pot vossenbessenjam die zijn vrouw heeft gemaakt. ‘Een deel van haar zit in die jam’, legt hij zijn kleinzoon uit, omdat ze er tijd aan heeft besteed en gedachten aan gewijd.

Ontsnappingsplan

Ondanks de zware thematiek is De weglopers licht van toon en humorvol. Niet het minst komt dit door het obstinate karakter dat Stark opa gaf. De man voelt zich beknot in zijn vrijheid. Hij blaft het ziekenhuispersoneel af en vloekt en tiert naar hartenlust. Niemand begrijpt hem echter. Behalve Klein-Gottfried: ‘Ik geef om hem’, zegt hij tegen zijn vader. ‘En ik wil niet dat hij zich eenzaam voelt.’ Dus verzint hij een ontsnappingsplan zodat opa’s laatste wens in vervulling kan gaan: nog een keer terugkeren naar zijn huisje op het eiland waar hij samen met oma woonde.

Dit is weliswaar een beproefd verhaalingrediënt dat in veel kinderboeken opduikt, maar dat maakt het zorgvuldig uitgedachte ontsnappingsavontuur van Opa en Klein-Gottfried niet minder genietbaar. Onder het anarchistische credo ‘voor vrijheid’, en gesterkt door opa’s uitspraak ‘soms is liegen de enige manier om de waarheid te vertellen’, misleidt Klein-Gottfried zijn ouders en de verpleging moeiteloos.

Kwetsbare oude man

Eenmaal op het eiland blijkt dat onder al die bravoure een kwetsbare oude man schuilt. Middels terloopse observaties en dialogen, en zuinig maar precies van taal, beschrijft Stark prachtig gevoelvol hoe opa daar afscheid neemt van zijn grote liefde en leven. Treffend is Klein-Gottfrieds besef dat ze bij aankomst ‘allebei wat anders zagen’. Opa ‘zag wat er was geweest’, stelt de jongen vast. ‘Hij reisde terug in de tijd. Dat kon je aan zijn gezicht zien.’ Niet minder ontroerend is het moment van vertrek, als opa, met de vossenbessenjam op zak (iedere dag een theelepel voor fijne dromen), zijn gezicht met zijn ogen dicht naar de zon toedraait en Klein-Gottfried raak opmerkt: ‘hij wilde alles uit zijn tijd in de vrijheid halen.’

Hoe opa van een grompot met een roodopgeblazen, kwaadaardige kop verandert in een versleten ziekenhuispatiënt die, naarmate de pot vossenbessenjam de bodem nadert, de dood snel voelt naderen, is ook te zien op de karakteristieke potloottekeningen in passende herfstige roodtinten van Kitty Crowther. Net als Stark weet de vermaarde Belgische illustrator ongemerkt humor en weemoed te combineren. Geestig is bijvoorbeeld de illustratie van grootvader en kleinzoon die als ‘partners in crime’ op identieke wijze in de veerboot zitten. Hartroerend daarentegen is de evocatieve, droomachtige slottekening waarop opa met oma verenigd is. Mooi.