Hof: staat hoeft IS-kinderen niet terug te halen

De Nederlandse staat hoeft de kinderen van IS-vrouwen die in kampen in Noord-Syrië zitten, niet terug te halen. Deze uitspraak in hoger beroep is een meevaller voor het kabinet.
Het gerechtshof tijdens het spoedappèl tegen het vonnis over de IS-kinderen.
Het gerechtshof tijdens het spoedappèl tegen het vonnis over de IS-kinderen. Foto Marco de Swart/ANP

De staat hoeft zich niet in te spannen om 56 kinderen en 23 vrouwen terug te halen uit twee kampen uit Noord-Syrië. Dat heeft het Haagse gerechtshof vrijdagmiddag bepaald. De uitspraak kwam ongeveer anderhalf uur na de zitting, met een korte motivering. Het hof vindt dat het aan de staat is om te bepalen of de vrouwen en kinderen moeten terugkeren. Over twee weken wordt een uitgebreide toelichting gepubliceerd.

De beslissing kwam na het hoger beroep dat de staat had ingesteld inzake de mogelijke terugkeer van de kinderen en vrouwen uit Noord-Syrië. De staat was in hoger beroep gegaan tegen het vonnis in het kort geding van bijna twee weken geleden.

De voorzieningenrechter had bepaald dat de staat zich moest inspannen om de kinderen van 23 vrouwelijke uitreizigers naar Islamitische Staat terug te halen. Dit onder meer vanwege de „erbarmelijke omstandigheden” in de kampen Al-Hol en Al-Roj. Eventueel zouden ook de vrouwen moeten terugkomen, als de Koerden niet zouden toestaan dat moeders van de kinderen werden gescheiden. Het hof bepaalde vrijdag dat het aan de staat is om te oordelen over die omstandigheden en de gevolgen daarvan voor de vrouwen en kinderen.

De uitspraak van vrijdagmiddag gaat in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter. Het is een grote meevaller voor het kabinet en regeringspartijen VVD en CDA. Die zijn tegen terugkeer van de moeders en kinderen. Volgens het kabinet is het gebied te onveilig en onstabiel om tot repatriëring van de vrouwen en kinderen te kunnen overgaan. Zowel het kabinet als de regeringspartijen VVD en CDA zien in de terugkeer van met name de moeders een gevaar voor de nationale veiligheid.

Lees ook: de weerstand tegen terugkeer kinderen uit Noord-Syrië bleef, ondanks het vonnis van 11 november

„De kans is groot dat een aantal van hen niet afscheid heeft genomen van het jihadistisch gedachtengoed”, aldus de landsadvocaat vanmorgen voor het Hof. Hij wees erop dat de groep vrouwen om wie het gaat al lang in het strijdgebied zit, gemiddeld drie jaar.

Buitenlands beleid

Ook vond de advocaat namens de staat dat de rechter zich niet met het buitenlands beleid moet bemoeien. „Nederland is niet een van de actoren in het gebied”, aldus de landsadvocaat in zijn pleidooi. „Turkije, Syrië, Rusland, de Koerden en de VS zijn dat wel.” Een rechterlijk besluit om de vrouwen en kinderen terug te halen, zou de staat dwingen met die landen te gaan onderhandelen, inclusief Syrië, waarmee Den Haag alle diplomatieke banden heeft doorbroken. Een rechter kan zoiets nooit van het kabinet eisen, dat ook nog eens gesteund wordt door een Kamermeerderheid, aldus de landsadvocaat.

De advocaten André Seebregts en Tom de Boer stelden daartegenover dat het de plicht van de staat is zijn onderdanen te beschermen tegen de zeer zware omstandigheden in de kampen, maar ook tegen marteling, verkrachting en moord. De kans daarop is groot als de Syriërs hun invloed in het noorden van hun land uitbreiden en de kampen overnemen van de Koerden, aldus de advocaten van de moeders. Zij citeerden diverse rapporten van de VN en andere organisaties waarin beschreven staat hoe vrouwen en kinderen behandeld worden en overlijden in Syrische gevangenschap. „De staat handelt onrechtmatig als ze niet al het mogelijke in het werk stelt om te voorkomen dat haar onderdanen dat lot treft”, betoogde advocaat De Boer.

Daarvoor wijkt ook het primaat van de staat in het buitenlands beleid, zei hij. Dat geldt eens te meer omdat de Koerden, de VS en het Rode Kruis Nederland hebben aangeboden om bij de repatriëring van de vrouwen en de kinderen te helpen. „Het recht dwingt de staat tot actie”, aldus De Boer.

Verder wees Seebregts erop dat nog deze week een vertegenwoordiger van de Deense regering in het gebied is geweest om een weeskind op te halen. „Dat geeft aan dat het gebied veiliger is dan de staat betoogt”, aldus Seebregts.

De argumenten over en weer waren verder grotendeels dezelfde als die van drie weken geleden. Net als de vorige keer was er de nodige belangstelling van de familie van de uitreizigers.