Reportage

Held voor de een, bedreiging voor de ander

Reportage Sri Lanka De nieuw gekozen president brengt geen rust in de etnische verhoudingen op Sri Lanka, die na de aanslagen op kerken en hotels in april toch al op scherp stonden. Moslims en Tamils verwachten weinig goeds van hem.

President Gotabaya Rajapaksa van Sri Lanka (rechts) met zijn broer en voormalig president Mahinda Rajapaksa (links), bij diens beëdiging als premier, 21 november 2019
President Gotabaya Rajapaksa van Sri Lanka (rechts) met zijn broer en voormalig president Mahinda Rajapaksa (links), bij diens beëdiging als premier, 21 november 2019 Foto AP/Eranga Jayawardena)

God had Roshan Mahesan gewaarschuwd. Enkele weken voordat een onbekende man met een grote rugtas een bloedbad aanrichtte voor zijn kerk, bekroop de 54-jarige pastor een naar voorgevoel. „Ik wist dat iets de Paaszondagdienst zou verstoren. Iets slechts.” In de weken die volgden, vormden zich in zijn hoofd allerlei scenario’s. Iemand zou gaan staan en schreeuwen. De geluidsinstallatie zou springen.

Het scenario waar de pastor geen rekening mee hield: dat zijn evangelische Zionkerk in Batticaloa, een stad omgeven door palmbomen en lagunes aan de oostkust van Sri Lanka, het doelwit zou worden van een terreuraanslag. Toch is dat wat gebeurde. Op paaszondag blies een groep door IS geïnspireerde terroristen zichzelf kort na elkaar op in kerken en luxehotels in en nabij de hoofdstad Colombo. Eén bom ontplofte 300 kilometer oostwaarts.

„De zwaarste van allemaal”, aldus pastor Mahesan. In totaal kwamen ruim 250 mensen om en raakten vele honderden gewond. In Batticaloa vielen 31 doden, onder wie veertien kinderen die net klaar waren met zondagsschool. Hun foto’s hangen samen met die van de andere slachtoffers op een grote poster naast de weg. Ernaast het pad dat leidt naar waar de fundering van de Zionkerk nog overeind staat, en aan de rest wordt getimmerd.

De klap van Paaszondag dreunt maanden later onverminderd hard na. Niet alleen door de rouw om de vele doden of de hotels die hun deuren moesten sluiten door het wegblijven van toeristen. De explosies maakten ook een abrupt eind aan de nog fragiele hoop onder Sri Lankanen dat zij na een burgeroorlog van bijna drie decennia die meer dan honderdduizend levens kostte, waren verlost van bloedig etnisch geweld.

Politieke familie

Daarmee plaveiden de aanslagen ook de weg voor de terugkeer van Sri Lanka’s beruchtste politieke familie in het centrum van de macht. Maandag werd Gotabaya Rajapaksa, voormalig staatssecretaris van Defensie , beëdigd als president. Donderdag kreeg hij gezelschap van zijn broer Mahinda, van 2005 tot 2015 president van Sri Lanka en nu aangesteld als interim-premier.

Lees ook: Nieuwe, omstreden president Sri Lanka belooft orde en veiligheid

Zijn winst dankt Gotabaya Rajapaksa aan de Sri Lankaanse boeddhisten, ruim 70 procent van de 21 miljoen inwoners. Voor hen is de grijs besnorde Gotabaya een oorlogsheld omdat hij onder leiding van zijn broer het eiland bevrijdde van de terreur van de separatistische Tamil Tijgers. Nu zou hij hetzelfde doen met de jihadisten, bezwoer Gotabaya daags na de aanslagen.

Maar bij de minderheden op het eiland roepen de gebroeders Rajapaksa heel andere herinneringen op. Een deel staat opgesomd in een lijvig rapport van de Verenigde Naties uit 2015 over de martelingen en buitengerechtelijke executies tijdens de oorlog. In de laatste fase van de strijd kwamen witte busjes voorrijden waarin journalisten, activisten en tienduizenden Tamils verdwenen. „Ze hebben duizenden onschuldige mensen gedood”, zegt Mahesan van de Zionkerk. Hij doelt zowel op het leger als op de Tamil Tijgers.

Het strategisch aan zee gelegen Batticaloa gold tijdens de oorlog als bolwerk van de separatisten. Aan het eind van de oorlog keek niemand meer op van het geluid van ontploffende mortiergranaten en landmijnen, vertelt de pastor, zelf een Tamil. En ook niet van de dode lichamen die voorbij kwamen drijven in de nabijgelegen lagune.

Moslims in Sri Lanka zijn niet vergeten hoe radicale boeddhisten tijdens het Rajapaksa-regime in speeches en op sociale media openlijk geweld tegen hen begonnen te propageren. De boodschap: net als de Tamils proberen de moslims ‘ons’ eiland over te nemen. De afgelopen jaren leidde dat meerdere malen tot hevige rellen waarbij moskeeën en huizen, winkels en restaurants van moslims in vlammen opgingen.

Het verbaasde dan ook niemand dat de verkiezingen in de noordoostelijke provincies, waar de Tamils en moslims wonen, met overmacht werden gewonnen door Gotabaya’s belangrijkste rivaal. Al was dat voor velen vooral een stem tégen Rajapaksa.

Met ons of tegen ons

„We wisten vanaf het begin dat de Sri Lankaanse boeddhisten mij de overwinning zouden brengen”, zei Rajapaksa toen hij werd beëdigd. „Toch verwachtte ik dat de Tamils en moslims daar ook deel van zouden zijn. Als jullie nieuwe president nodig ik jullie nogmaals uit je bij mij te voegen voor de ontwikkeling van dit land.”

Zijn luid juichende aanhangers hoorden een verzoenende leider. Maar in Batticaloa, waar bewoners de ceremonie op hun televisies en radio’s volgden, hoorden ze iets anders: je bent met ons of je bent tegen ons. En zij weten wat dat laatste betekent.

„We hebben tien jaar met onderdrukking geleefd”, zegt Rajan Rohan. Voor de pastor van een lokale kerk voelde de uitslag als een persoonlijk falen. Samen met hindoepriesters en moslimleiders uit Batticaloa organiseerde hij in aanloop naar de verkiezingen bijeenkomsten om mensen ervan te overtuigen dat ze moesten gaan stemmen. „We noemden nooit namen”, zegt Rohan. „We moedigden hen alleen aan te kiezen voor de kandidaat die wél ruimte zou laten voor de rechten van minderheden en dissidente stemmen.”

Gezeten op een plastic stoel in zijn parochie kijkt de pastor gepijnigd voor zich uit. Hij vreest voor wat de terugkeer van de Rajapaksa’s zal betekenen voor de toch al gespannen verhoudingen tussen de Tamils en moslims in Batticaloa, waar oud zeer uit de oorlog weer bovenkwam na de aanslag op de Zionkerk in april. Al helemaal toen de vermeende leider van de terreurgroep een ‘local’ bleek.

Dadelpalmen uit Saoedi-Arabië

Kattankudy kondigt zich aan met een poort waarop ‘welkom’ staat, maar het straatbeeld maakt al duidelijk waar de buitenwijk begint. Plots heten de winkels Najeem’s en Al Jazeera Bookshop, dragen de vrouwen zwarte abaya’s en de mannen topi’s en wordt de hoofdweg gescheiden door dadelpalmen uit Saoedi-Arabië. De pakweg vijftigduizend inwoners hier zijn „100 procent moslim”, vertelt een verkoper van verf.

Inmiddels gaan de zaken weer iets beter, zegt hij. Dat was vlak na Paaszondag wel anders. Woede over de aanslag leidde niet alleen tot hatelijke opmerkingen op straat en op sociale media, maar maakte ook dat Tamils (bijna alle slachtoffers in Batticaloa waren Tamils) weigerden nog bij moslims te kopen of te eten. De spanningen zijn nu voorbij, stelt de verkoper. „Wij hebben geen problemen met elkaar. Het zijn de politici die stoken.”

Over het anti-moslimgeweld in Sri Lanka: Sri Lanka laat boeddhistische haat hoog oplaaien

Berucht is vooral een man wiens nom de guerre als Tamil Tijger nog altijd wordt gebruikt: Karuna Amman. Ooit het kopstuk van de separatisten in het oosten, zou hij later het leger helpen de Tijgers te verslaan en politicus worden voor de partij van toenmalig president Mahinda Rajapaksa. Na diens verlies in 2015 verdween Amman uit beeld, maar de laatste maanden liet hij weer van zich horen, dit keer vanuit het pro-Gotabaya-kamp.

In Kattankudy zijn ze hem nooit vergeten. In de Meera Grand Jummah-moskee zitten de muren, pilaren en de preekstoel van de imam nog altijd vol met de gaten van kogels die Tamil-strijders er op een vrijdagmiddag in 1990 op afvuurden. Ruim honderd gelovigen kwamen die dag om, hun namen en leeftijden staan op een gedenkplaat buiten de moskee.

Volgens Human Rights Watch waren Karuna’s mannen direct betrokken bij sommige van de ergste misdaden in de 26 jaar van de burgeroorlog: van massa-executies als in Kattankudy tot het ronselen van kindsoldaten. Een werkgroep van de Verenigde Naties ontdekte dat de splintergroep die hij daarna leidde en die het leger steunde, verantwoordelijk was voor talloze verdwijningen tussen 2006 en 2007.

In een kamer met felblauwe muren, behangen met schilderijtjes van Jezus en Maria, barst Murugapillai Thiresh, 78, in huilen uit. Ze zit op de grond, omringd door dossiers en mappen waaruit ze af en toe een vergeeld papiertje trekt. Getypte smeekbedes aan politiedepartementen, ministeries, het Rode Kruis. Of íemand weet wat er met haar zoon Emmanuel is gebeurd nadat hij op een middag in 2007 in een auto werd gesleurd.

Twee zonen heeft de oorlog Thiresh gekost. Haar oudste werd in de begindagen door het leger doodgeschoten tijdens een zoekactie in hun dorp naar militanten. Van hem heeft ze tenminste een overlijdensakte, zegt ze. Van Emmanuel: niets. Het enige wat haar is verteld, is dat Karuna’s mannen hem hebben meegenomen. „Nooit is hij voor zijn daden gestraft”, zegt Thiresh, haar waterige ogen vernauwd. „En met dit terugkeer van dit regime gaat dat ook niet gebeuren.”

Pardon voor oorlogshelden

Die kans lijkt inderdaad klein. Sterker: tijdens zijn campagne beloofde Rajapaksa dat hij als president met een pardon zou komen voor de „oorlogshelden” die onder zijn voorgangers werden opgepakt. Een eerste aanzet is al gedaan: donderdag werd de man die het onderzoek naar verschillende legerofficieren leidde, uit zijn functie ontheven. De directeur van een speciale politie-eenheid is nu iemands persoonlijke assistent.

Rajapaksa heeft ook gezegd dat hij niet van plan is zich te houden aan de beloftes die na de val van zijn broer werden gedaan aan de Verenigde Naties. De vorige regering kwam er zelf ook slechts eentje na: een speciale commissie buigt zich over het lot van de tienduizenden Sri Lankanen die net als de zoon van Thiresh tijdens de oorlog verdwenen. Ver zijn ze nog niet gekomen, mede omdat politie en leger weigeren mee te werken.

Maar Thiresh heeft hoop. Ze is naar een astroloog geweest, zegt ze. Die vertelde haar dat Emmanuel in de gevangenis in Galle zit. In de brief die ze terugkreeg van een bewaarder staat dat zich onder hun gevangenen geen Murugapillai Emmanuel bevindt. Een leugen, denkt Thiresh. Of een fout.

Wordt dit artikel in Sri Lanka gepubliceerd, vraagt ze plots angstig, haar hand stevig om die van de verslaggever. „Ik heb nog twee zonen over en ik wil niet dat hun iets overkomt.”