Opinie

De schrijver en zijn boek

Frits Abrahams

De tv-documentaire De schrijver, de moordenaar en zijn vrouw over Tim Krabbé en zijn boek Vrienden viel niet overal in goede aarde. Op de sociale media heerste veel verontwaardiging, men vond de fascinatie van Krabbé en zijn interviewer Twan Huys voor de moordenaar Ferdi E. misplaatst.

„Krabbé wil van E. een tragische held maken door te benadrukken dat je na zoveel tegenslag (…) op je 45ste ook niet veel anders kunt verzinnen dan wraak nemen op de maatschappij”, schreef Renate van der Bas, de tv-criticus van Trouw, boos.

Had ik me ook zo geërgerd? Eerlijk gezegd: nauwelijks. Sommige opmerkingen van Krabbé, zoals over de regenjas van E. die hij nog zo graag droeg, vond ik nogal tactloos ten opzichte van de nabestaanden van Gerrit Jan Heijn. Ook de beelden van de reconstructie moeten voor de familie niet te harden zijn geweest: E., die gedienstig opnieuw, maar nu voor de schijn, zijn prooi door het hoofd schiet.

Maar de fascinatie van Krabbé en Huys voor deze moord kon ik wel begrijpen. Hadden we daar in die dagen niet vrijwel allemaal tamelijk veel last van? De opzienbarende ontknoping – niet een bende zat erachter, maar een keurige burgerman uit Landsmeer – maakte onze honger naar nadere verklaringen alleen maar groter. Het zou hypocriet zijn dat nu te ontkennen.

Krabbé probeerde in het interview de drijfveren van de moordenaar uit te leggen. Het bleef duwen tegen een mysterie – in zo’n geval onvermijdelijk. Zeker, E. had een verknoeid, treurig leven achter de rug, maar als iedereen met zo’n leven aan het moorden sloeg, zou er dagelijks om ons heen een genocide plaatsvinden.

Waarom zette E. wél die stap? We zullen het nooit weten. Hooguit kunnen we vaststellen dat er al veel langer iets grondig mis was met zijn emotionele huishouding; in dat verband was de onthulling over de zware mishandeling door hem van zijn vrouw en een van zijn kinderen zeer relevant.

Waarom bleef Els, zijn vrouw, bij hem? Ook zo’n vraag waarmee je blijft worstelen. Eerst de mishandelingen, toen de ontdekking van die gruwelijke moord en vervolgens zijn ontrouw toen hij eenmaal uit de gevangenis was. Het was kiezen tussen schande en liefde, zei ze tegen een interviewer, en ze koos de liefde, of wat daar nog van over was.

En Krabbé? Die koos voor zijn boek. Hij zag ‘materiaal’ en hij besloot het op te rapen. Dat is een drijfveer die bij een echte schrijver nooit onderschat mag worden – zonder zou er geen literatuur bestaan.

Toen ik jaren geleden voor het eerst hoorde dat Krabbé bevriend was geraakt met E. was mijn eerste reactie: dat wordt een boek. Krabbé had het al eerder kunnen publiceren, maar ik neem aan dat hij bewust gewacht heeft tot de twee hoofdpersonen waren overleden. Hetzelfde deed Truman Capote, wiens In Cold Blood een inspiratiebron voor Krabbé is geweest. Capote wachtte net zo lang tot de twee moordenaars over wie hij schreef, waren geëxecuteerd. Toen had hij zijn roman rond.

Het verhaal gaat dat hij op een feestje blij in zijn handen (eigenlijk handjes) klapte, kort nadat hij het nieuws over het vonnis had vernomen, roepend: „I’m beside myself! Beside myself! Beside myself with joy!” Daarvan wil ik Tim Krabbé niet verdenken, maar ik vermoed wel dat hij zeer trots is op zijn boek.