Reportage

64 keer naar Soldaat van Oranje

Theater De musical Soldaat van Oranje verwelkomde zondag de 3 miljoenste bezoeker – een record. Zes vaste bezoekers aan het woord: „Elke voorstelling is net weer een beetje anders.”

Een scène uit de musical.
Een scène uit de musical. Foto Joris van Bennekom

Ajax heeft er drieënhalf seizoen eredivisievoetbal voor nodig. En Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen, de zes grootste steden van Nederland, tellen samen beduidend minder inwoners.

Twee vergelijkingen om de verbijsterende bezoekcijfers van Soldaat van Oranje – De Musical in perspectief te plaatsen. De oorlogsmusical naar het boek van Engelandvaarder Erik Hazelhoff Roelfzema speelt al ruim negen jaar in het gelegenheidstheater op het voormalige vliegveld Valkenburg bij Katwijk. Bij voorstelling 2.800 wordt zondag de 3 miljoenste bezoeker verwelkomd.

Het grootste succes uit de Nederlandse theatergeschiedenis stoelt op een opeenstapeling van ongerijmdheden. Een onbekende producent (Fred Boot) maakt met een onbekende musicalregisseur (toneelregisseur Theu Boermans) een musical van een legendarische film. Een geldschieter van buiten de theaterwereld (ondernemer Alex Mulder) steekt ruim 10 miljoen euro in het risicovolle project.

Inmiddels hebben zeventien actrices de rol van koningin Wilhelmina vertolkt, staat de voorstelling bijna twee keer zo lang als de oorlog duurde, en wordt hard gewerkt aan een Britse versie. Bij de Londen City luchthaven bouwt producent Boot een nieuw theater vergelijkbaar met de TheaterHangaar op vliegveld Valkenburg. Dus met een cirkelvormig toneel en het publiek op een 360 graden draaibare tribune, zodat snel van de ene naar de andere scène kan worden gewisseld. Uiteraard wordt er gesproken over een bijrol in Soldier of Orange – The Musical voor de Britse oorlogspremier Winston Churchill („De Nederlandse regering kent maar één kerel en dat is Wilhelmina!”).

Alle mannelijke hoofdrolspelers van de afgelopen negen jaar.
Foto Patricia Steur
Tien van de zeventien actrices die de rol van Wilhelmina vertolkten en alle mannelijke hoofdrolspelers van de afgelopen negen jaar.
Foto’s Patricia Steur
Soldaat van Oranje is onlangs verlengd tot mei 2020.

64 keer

Drie miljoen bezoekers, dat had kunnen betekenen dat één op de vijf inwoners van Nederland van 12 jaar en ouder Soldaat van Oranje heeft bezocht. Maar zo is het niet. Het herhaalbezoek ligt op 30 procent. Zes van die frequente bezoekers vertellen waarom de voorstelling hun steeds weer raakt.

Jessica Uijttewaal (43) docente uit Breukelen, bezocht Soldaat van Oranje 64 keer.

‘Mijn eerste bezoek was in november 2010, twee weken na de première. Ik ging zonder hoge verwachtingen, en vooral omdat ik een van de acteurs kende. Maar toen ik met mijn vriendinnen weer buiten stond, zei ik: ‘Wanneer gaan we weer?’

„We carpoolen altijd en zorgen dat we voor de files uit op vliegveld Valkenburg zijn. Sommige van mijn vriendinnen hebben de voorstelling veertig of vijftig keer gezien. Ik ben net voor de 64ste keer geweest.

„Best een dure hobby, ja. Een kaartje kost al snel 60 euro. Voor mijn verjaardag vraag ik altijd theaterbonnen. Gelukkig krijg ik ook weleens perskaarten, omdat ik voor een musicalsite schrijf.

„Ik verveel me nooit; elke voorstelling is net weer een beetje anders. Als een van de acteurs een beetje afwijkt van de tekst, hoor ik dat meteen. De cast wisselt regelmatig, en ik heb alle Eriks en Wilhelmina’s gezien.

Soldaat is een voorstelling die je kunt aanbevelen aan mensen die denken niet van musical te houden. Er zit echt een verhaal in. De muziek is heel goed, het decor geweldig, en de ronddraaiende tribune is spectaculair. Als je voor het eerst gaat, probeer dan een kaartje in het midden van rij 9, 10 of 11 te krijgen. Dan heb je goed overzicht op het toneel en krijg je ook nog wat mee van de gezichtsuitdrukkingen van de acteurs.

„Een bijzondere scène vind ik de dans van Bram, de joodse studievriend van hoofdpersoon Erik. Jorrit Ruijs, de eerste Bram, speelde die rol sterk. Ook de huidige Bram, Eli ter Hart, is geweldig. Laatst zat ik bij de dansscène opeens weer met tranen in mijn ogen. Dat ik bij mijn 64ste bezoek opnieuw geëmotioneerd raak, zegt iets over de kracht van de voorstelling.”

8 keer

Jeroen Wind (40) docent dienstverlening & producten op een VMBO in Amersfoort, zag de voorstelling zeker acht keer met leerlingen.

‘Van Soldaat van Oranje wordt sinds 2012 een paar keer per jaar een scholenmatinee of educatievoorstelling georganiseerd. Een kaartje kost dan maar 25 euro, een bedrag dat voor scholen net te doen is.

„Bezoek is bij ons op vrijwillige basis. We vragen de leerlingen alleen een eigen bijdrage van 10 euro voor de bus. Deelnemers moeten wel intrinsiek gemotiveerd zijn. Op hun vrije dinsdagmiddag moeten ze verplicht twee voorbereidingslessen volgen. Omdat het voor velen de eerste theatervoorstelling wordt, geef ik uitleg over de etiquette. Lachen mag, vertel ik, maar het is geen bioscoop: je moet stil zijn en meeleven met de acteurs. In de tweede les vertel ik over de oorlog. En geef ik uitleg over bepaalde scènes in de musical. Mijn leerlingen zijn niet vertrouwd met ontgroenen, een praeses en nullen.

„Ik schat dat een derde van de leerlingen de voorstelling heeft bezocht. Meisjes tonen iets meer belangstelling dan jongens. De voorstelling raakt de leerlingen meer dan ze hadden verwacht. Ze worden het verhaal ingezogen, moeten soms slikken en traantjes wegpinken. Eén keer zat in de zaal ook een groep zeventigplussers. Na afloop gingen mijn leerlingen met die ouderen in gesprek over de voorstelling. Hartstikke mooi vond ik dat.

„Na de voorstelling volgt op school nog een les waarin ik vragen stel over de oorlog. Degenen die de musical zagen tonen dan duidelijk meer begrip voor de keuzes die je in zo’n moeilijke tijd moet maken.”

10 keer

Eddy Jonker (99) Engelandvaarder, mede-initiatiefnemer van Museum Engelandvaarders in Noordwijk, en gepensioneerd ondernemer. Hij zag de voorstelling „acht, negen, misschien wel tien” keer.

‘Vrijheid is iets waarvoor ik heb willen vechten, met alle risico’s van dien. Tijdens de voorstelling moet ik vaak denken aan de goede vrienden die ik in de oorlog heb verloren.

„Het verhaal van Erik Hazelhoff en zijn kornuiten is een van de belangrijke verhalen van de grootste oorlog uit de Nederlandse geschiedenis. Fantastisch dat die musical zo’n succes is. Voor verandering is moed, lef en doorzettingsvermogen nodig. Dat die boodschap aan de jeugd wordt doorgegeven, vind ik heel belangrijk.

„Of ik nog eens ga? Dat hangt ervan af. Ik nader de 100, weet u. Maar als ik me goed voel, ga ik met plezier nog een keer.”

14 keer

Joost van de Mortel (43) ziekenhuismanager in Den Bosch, en 14-voudig bezoeker van Soldaat van Oranje.

‘Ik ben niet zo’n musicalliefhebber. Mijn eerste bezoek aan Soldaat van Oranje was een door mijn vrouw georganiseerd uitje. Het kwam hard binnen. Ellende, verbroedering en geluk liggen dicht bij elkaar. De voorstelling stelt ook allerlei vragen die relevant zijn voor ons dagelijks leven. Zoals het lied ‘Morgen is vandaag’ – stel niet uit, leef het avontuur, sta stil bij vandaag. Daarom heb ik ook mijn hele team van het werk meegenomen naar deze voorstelling. Een moment van bewustwording, hoop ik.

„Anderhalf jaar geleden is bij het theater een groot V-monument onthuld. Die transparante V van vrijheid is gevuld met oorlogsvoorwerpen. Daarvoor heb ik een paar kogelhulzen en twee oorlogshelmen gedoneerd. De kogels heb ik als kind met een metaaldetector gevonden. De helmen komen uit de verzameling van mijn opa’s. Mijn grootvaders, mijn vader en ik, de oorlog fascineert ons. Ik denk dat ik thuis wel tien meter boeken over de oorlog heb. En de film Soldaat van Oranje heb ik zo vaak gezien dat ik de dialogen kan meepraten.”

300 keer

Fred Boot (54) producent van Soldaat van Oranje. Zag de musical minstens 300 keer.

‘Sommige scènes blijven me raken. Ook kan ik natte ogen krijgen van nieuw acteurstalent. In al die jaren hebben we 120 auditiedagen gehad, we zijn nu toe aan de achttiende cast.

„Een leven zonder deze musical kan ik me haast niet voorstellen. Privé heeft de voorstelling een zware wissel getrokken, daar weid ik liever niet over uit. Soldaat geeft en neemt, laat ik dat zeggen.

„Naast Soldaat werk ik met een team aan een musical over de oorsprong van New York. Het script en de liedjes zijn klaar, en met de gemeente Almere zijn we in gesprek over een locatie aan het water, voor de bouw van een theater. Ook heb ik net de eerste audities voor Soldier of Orange achter de rug. In die Britse versie steekt Amerborgh International [de investeringsmaatschappij van ondernemer Alex Mulder, red.] 15 miljoen pond. Een groot risico, de voorstelling moet een stuk langer dan een jaar spelen. Maar we durven het aan, en vinden het belangrijk om dit verhaal ook buiten Nederland te vertellen.

„Geen idee hoe lang we in Katwijk nog doorgaan. Het gaat dit jaar gek genoeg beter dan vorig jaar. Of dat komt door 75 jaar bevrijding of de huidige goede cast, ik durf het niet te zeggen. Op kantoor halen we de woorden van Herman van Veen weleens aan. Hij vergeleek de voorstelling met de Keukenhof. Steeds zou er volgens hem een nieuwe generatie komen die de musical wil zien.

„Wat dit succes zegt? Het maakt duidelijk hoe ontzettend groot de behoefte is aan verhalen over onze eigen, nationale historie en identiteit.”

9 keer

Pieter-Christiaan van Oranje-Nassau (47) zag de musical „minimaal negen keer”.

‘Ik ben indertijd bij de première geweest en daarna bij iedere jubileumvoorstelling. Steeds opnieuw vond ik het een feest. Waarom zo vaak? Ik heb een speciale band met Erik Hazelhoff Roelfzema, ik was met hem bevriend. Een tijdloze man met een enorm natuurlijk charisma. Nooit saai of vervelend. In 2005 is hij getuige geweest op ons huwelijk. Zijn verhaal, zijn inzet voor het vaderland, komt in deze musical goed tot zijn recht. De andere verklaring voor het succes is de innovatieve kracht en het ondernemerschap van de makers. De draaiende tribune is een magische vondst.

„Er komen absoluut nog een paar jubileumvoorstellingen, absoluut. Daar verheug ik me op; mijn kinderen zijn nu oud genoeg om mee te gaan.”