Foto: Frank Ruiter

Interview

‘Ik kom uit een wereld waar je pas naar de dokter gaat als je tumor een tennisbal is’

Tash Aw Het nieuwe boek van deze schrijver gaat over mensen die ‘niet’ de moeite van een verhaal waard zijn. „Ik kom uit een wereld waar je pas naar de dokter gaat als het al te laat is, als je tumor een tennisbal is.”

‘Aan de tijd waarin we nu leven is niets grappigs”, zegt Tash Aw (1971). De in China geboren schrijver is in Den Haag om bij het muziek- en literatuurfestival Crossing Border in Den Haag te vertellen over zijn vierde roman Wij, de overlevenden en over de positie van de uitgestotenen in de samenleving.

Om overleven gaat het in zowel de eerste twee (historische) romans, als in zijn twee eigentijdse romans Vijfsterrenmiljardair en Wij, de overlevenden. In de laatstgenoemde vertelt de Chinese man Ah Hock aan een journaliste over een moord die hij heeft gepleegd. Het is niet zozeer een biecht of schuldbekentenis, maar eerder het relaas van iemand die vertelt hoe het zo ver heeft kunnen komen dat hij, zelf een immigrant, op een dag een immigrant uit Bangladesh doodt. In Vijfsterrenmiljardair (2013) waren er nog personages die iets meer geluk hadden in het grijpen van kansen. Dat boek is geestiger en absurder, de toon in het laatste boek is somber, er wordt ingezoomd op één kansloze man.

„Er zijn verschillen, maar er zijn ook veel overeenkomsten”, vindt Tash Aw. „In beide verhalen overheerst de gedachte, zoals in heel Azië, dat je zelf verantwoordelijk bent voor je lot. Als je arm bent is het jouw probleem, had je maar harder moeten werken. Dit boek is persoonlijker. Vijfsterrenmiljardair was een zoektocht naar sociale mobiliteit. In Wij, de overlevenden blijkt dat die er niet is.

„Je hebt gelijk als je zegt dat de toon anders is. We leven nu in tijden waarin dit onderwerp veel urgenter is. Ooit was er de vraag: kan ik mijn maatschappelijke omstandigheden veranderen, dat was onderdeel van een sociaal experiment, en dat leek bevrijdend. Nu realiseren mensen zich dat, hoe hard je ook werkt, de dingen niet beter hoeven te worden.”

Lees ook de recensie van Vijfsterrenmiljardair: Alle grote romans zijn biseksueel

Wij, de overlevenden staat dicht bij Aw omdat hij hierin in feite het leven schetst van zijn neven, die geen stap vooruitkomen, hoezeer ze ook hun best doen. „Het gevoel van groei en bloei dat we in Azië enkele decennia hebben gehad, is voorbij. Mensen werken nu om te overleven. Er is geen vooruitzicht meer dat je leven de komende twintig jaar beter wordt. De American Dream is erg verleidelijk voor ons, dat idee haalt namelijk de verantwoordelijkheid bij de staat weg. Het gevoel van ongelijkheid is toegenomen de laatste jaren, er staat veel op het spel. Als arme mensen opeens heel rijk worden, hef je het systeem op, zodat de rijkdom in jouw handen blijft.”

Behalve het gebrek aan kansen, valt ook op dat er in uw boeken op geen enkele manier sprake is van solidariteit. Hoe kan dat?

„Met mijn boek plaats ik vraagtekens bij het systeem. Ik wil niet dat de dominante klasse in Azië kan blijven zeggen dat de armen hun eigen gemeenschappen hebben, hun eigen solidariteit en dat ze daardoor zelfredzaam zijn. Of die solidariteit er nu is of niet, is niet relevant. We leven in een extreem ongelijke samenleving. Als je aan mijn neven vraagt hoe het hun vergaat, zeggen ze: prima. Ze ervaren hun omstandigheden nu eenmaal als normaal. Ze gaan niet dood aan het eind van de maand, maar dat wil niet zeggen dat hun leven zo voort moet gaan.”

Schreef u dit boek om uw neven een gezicht te geven of uit schuldgevoel jegens hen, omdat u wel een goed leven hebt in Londen en het inderdaad beter hebt gekregen dan uw ouders?

„Beide. Ik kan niet over de levens van mijn neven schrijven zonder te beseffen dat ik deel uit maak van de geprivilegieerde groep – ik was een van de gelukkigen die eruit wist te komen. Ik ben niet waar ik nu ben door hard te werken, maar door de omstandigheden. Als ik ervan uitga dat ik zelf verantwoordelijk ben voor hoe ik leef, dan heb ik schuld.”

Foto: Frank Ruiter

Nu u dit verhaal hebt opgeschreven, is het schuldgevoel minder geworden?

„Nee, dat blijft. Schuld en schande zitten in onze cultuur. Tegelijkertijd kun je niet door Azië lopen en zien hoe zwaar sommigen het hebben zonder je schuldig te voelen. Opluchting is er ook, maar die bestaat niet zonder schuldgevoel. Of ik met mijn romans wat bereik, weet ik niet. Mijn ouders zijn er trots op dat ik boeken schrijf, maar of ze die ook daadwerkelijk lezen? Ze gaan ervan uit dat ze niet voor mensen zoals zij zijn bedoeld en zien zichzelf als volstrekt onbelangrijk. Met dat idee ben ik ook opgevoed. Mijn grootouders en ouders hebben me altijd geleerd dat we er niet toe doen. Als ik vroeg waarom er geen verhalen over mensen zoals wij bestonden, zeiden ze altijd dat we niet de moeite van een verhaal waard waren. Mijn boek is een onderzoek naar iemand die niet de moeite waard zou zijn, gekoppeld aan de vraag waarom hij een moord pleegt.”

Het loopt niet uit op een schuldbekentenis, wat in de westerse literatuur vaak wél gebeurt. Is de bekentenis in romanvorm een typisch westers verschijnsel?

„Een schuldbekentenis heeft iets katholieks, je deelt wat vertrouwelijk is. Als je je schuldig voelt over je daad dan heb je het idee dat je iets bijzonders hebt gedaan, dat je uniek bent in je schuldgevoel. Dat is ook het uitgangspunt van een westerse schrijver. Ah Hocks bekentenis is niet privé, niet uitzonderlijk. Hij vindt het niet bijzonder wat hij heeft gedaan, geweld maakt deel uit van zijn leven.”

Als buitenstaander vermoordt Ah Hock een buitenstaander. Zijn romans over outsiders de laatste jaren veranderd? Leveren ze een ander perspectief op?

„Ja, dat denk ik wel. Dat komt doordat er nu meer outsiders schrijven. De niet-westerse auteur komt steeds meer op, daarom verandert de positie van de outsider vanzelf. Kan een outsider schuldig zijn door een moord te plegen op een outsider, is het erg als een outsider een andere outsider haat? Globalisering heeft nieuwe outsiders gecreëerd, er zijn nu veel meer soorten verhalen die verteld moeten worden.

„Om nog even terug te komen op dat schuldgevoel: ik ben een outsider in Europa, natuurlijk voel ik me schuldig. Ik zit in een wereld waarin iedereen goed voor zichzelf zorgt, waar je naar een dokter kunt om te vragen of er iets aan de hand is. Ik kom uit een wereld waar je pas naar de dokter gaat als het al te laat is, als je tumor een tennisbal is. Ik heb het nu niet over het lijden van mensen ver weg, ik heb het over mijn eigen ouders.”

In Europa vreest men dat heel China Europa zal opkopen, en dat is een verhaal dat China goed uitkomt

Is dat ook waarom uw laatste twee romans over het heden gaan?

„Ja, met mijn twee laatste romans wil ik de levens van mijn ouders waarde geven. Als je alleen maar uitgaat van economische groei, is dat een bedreiging voor een democratie. Waarom zou je immers aan democratische waarden hechten als die je rijkdom in de weg kunnen staan? In Europa vreest men dat heel China Europa zal opkopen, en dat is een verhaal dat China goed uitkomt. Het Chinese minderwaardigheidscomplex verdwijnt daarmee, maar de realiteit is dat Azië nog steeds enorm arm is. Waarom denk je anders dat er dagelijks zoveel vluchtelingen uit Azië komen? En daar gaan mijn romans over.

„De illusie van ongelimiteerde groei, die is er niet meer. In mijn boeken bevraag ik de illusie en het idee dat je je lot moet accepteren. Als mensen niet alleen maar gefixeerd zijn op economische groei, kun je je op andere dingen toeleggen: waarom is er ongelijkheid, racisme? Ik ben opgegroeid met racisme, lang voordat ik wist wat wit racisme was.”

In het Westen is veel racisme gekoppeld aan angst, in uw roman is die gekoppeld aan minachting. Is dat het verschil tussen Aziatisch en westers racisme?

„Ja, absoluut.”

Wat is erger: angst of minachting?

„Angst hebben voor de ander is een vorm van minachting. Europeanen kijken anders naar migranten dan Aziaten. Ze reageren anders op bijvoorbeeld Chinezen dan op moslims of migranten uit Afrika. De manier waarop Europeanen kijken naar de Afrikanen is hoe Aziaten kijken naar Rohingya’s. In Maleisië worden ze gezien als een bedreiging voor de economie, we zien niet dat ze gewoon nieuwe migranten zijn. In Europa komt de angst voor de moslims ook voort uit minachting. Ik ben zelf immigrant, ik heb een Chinese achtergrond terwijl ik opgroeide in Maleisië. Mijn ouders zijn daar geboren, maar we worden nog steeds als Chinezen behandeld. Ik merkte pas als kind van een jaar of negen dat ze het over mij hadden als ze ‘Chinees varken’ zeiden.”

Wat deed dat met u?

„Hoe meer je beseft dat je ergens niet thuis hoort, hoe vaker je hoort: ‘Ga terug naar China’, en des te meer word je een buitenstaander. Elke immigrant wil integreren, maar dat lukt niet omdat de lokale bevolking dat niet toestaat. Ik ging enorm mijn best doen om te laten zien dat ik er echt thuishoorde, werkte hard om me te bewijzen. Maar je hoort er nooit bij, je blijft de buitenstaander, het Chinese varken.”

Is dat de reden waarom uw boeken eindigen in eenzaamheid?

„Ja, als je je niet gesteund voelt door de rest van de maatschappij maakt dat je eenzaam. Ah Hock is eenzaam in het boek, zoals een Chinese landarbeider dat is in Maleisië – je hoort nergens bij. Toen mijn zusje naar een middelbare school in Singapore ging, vertelde ze dat ze het zwaar had. Mijn opa antwoordde: ‘Wat zeur je, je woont niet aan de andere kant van de wereld’. Mijn zusje antwoordde toen: ‘Maar ik voel me eenzaam’. Mijn opa begreep er niets van, hij zei: ‘Maar wat wil je dan? Je bent een immigrant en je bent een Chinees. Een Chinese immigrant is altijd eenzaam’. Ik dacht toen: dat wil ik niet. Maar ik denk dat ik dat gevoel van eenzaamheid van hem heb geërfd, dat sijpelt door in mijn personages. Je zoekt werk, stuurt geld op, je bent wanhopig op zoek naar manieren van overleven en zoveel mogelijk geld naar huis sturen. Als je die positie hebt, ben je eenzaam.”

Schrijver zijn lijkt me niet bepaald iets dat helpt om dat gevoel kwijt te raken.

„Ik koos dit beroep waarschijnlijk omdat de eenzaamheid nu eenmaal bij me past.”