Was de voorkennis wel voorkennis?

Boete ABN Amro ABN Amro meldde in 2016 te laat dat topman Gerrit Zalm vertrok, oordeelt de AFM. Drie vragen over ‘een lichtgrijs gebied’.

Gerrit Zalm en zijn opvolger CFO Kees van Dijkhuizen tijdens de persconferentie over de derde kwartaalcijfers van ABN AMRO in 2016.
Gerrit Zalm en zijn opvolger CFO Kees van Dijkhuizen tijdens de persconferentie over de derde kwartaalcijfers van ABN AMRO in 2016. Foto Robin van Lonkhuijsen

„De woordvoeringslijn (...) is: geen commentaar”, schreef de persvoorlichting van ABN Amro op 18 juli 2016 in een interne mail. Het Financieele Dagblad (FD) wist van bronnen bij de bank dat topman Gerrit Zalm vervroegd zou terugtreden. Toen de krant het nieuws later die dag bracht, hield ABN Amro zich stil. Dat veranderde pas in september, toen Zalms vertrek vaststond.

Voor die handelwijze krijgt ABN Amro 2 miljoen euro boete, zo besliste de Autoriteit Financiële Markten donderdagochtend. Volgens de AFM waren de lopende voorbereidingen voor het vertrek van Zalm al voorkennis. De beursgenoteerde bank had dit moeten melden zodra het FD erover had bericht, redeneerde de AFM.

De bank „is het boetebesluit aan het bestuderen”, zegt een woordvoerder. Mocht het tot een rechtszaak komen, dan wordt dat interessant, zegt hoogleraar ondernemingsstrafrecht Daan Doorenbos van de Radboud Universiteit. „Op dit vlak is élke zaak interessant, omdat de wettelijke bepalingen zo rekbaar zijn en zo moeilijk zijn toe te passen.”

1.

Waarom overtrad ABN Amro de regels rond voorkennis zodra er een stuk in de krant verscheen?

Beursgenoteerde bedrijven moeten voorwetenschap „zo snel mogelijk” openbaar maken, zo staat in de wet. Dat betekent niet dat bedrijven ongeremd alle gevoelige informatie moeten verspreiden die in de bedrijfsleiding rond gaat, verduidelijkt hoogleraar financieel strafrecht Matthijs Nelemans van Tilburg University. „Als je nog aan het onderhandelen bent over een overname, dan kan het je onderhandelingspositie schaden als je daarover naar buiten treedt.”

Het bedrijf moet wel garanderen dat koersgevoelige informatie niet door anderen kan worden misbruikt om een slag te slaan op de beurs. „De informatie moet binnen de kleinst mogelijke kring van ingewijden blijven” verduidelijkt Doorenbos, die naast zijn hoogleraarschap partner is bij Stibbe. Zodra allerlei details rond Zalms opvolging bij het FD belandden, was dat evident mislukt. „De interne bron is weer bezig”, mailde een commissaris nadien.

2.

Maar: was dit wel voorkennis?

Dat is de lastigste kwestie, zegt hoogleraar Nelemans. „Het gaat om de vraag: vanaf welk moment is die informatie concreet? Dat is een lichtgrijs gebied.”

Volgens ABN Amro was het ten tijde van de publicatie nog geen uitgemaakte zaak dat Zalm weg zou gaan. Zalm wilde zelf niet, zegt de bank.

De AFM, die twee jaar onderzoek deed, ziet dat anders. Er was die zomer al met alle betrokkenen, tot aan de minister van Financiën, „intensief” overlegd over Zalms opvolging, en er werd ook al gepraat over een datum van aftreden.

Alle juristen kijken hierbij naar de zaak rond het vertrek van een bestuursvoorzitter van autofabrikant Daimler. Jürgen Schrempp zei in mei 2005 tegen de bedrijfstop dat hij wilde opstappen. Daimler maakte dat pas twee maanden later bekend, toen Schrempps vertrek rond was. Dat was te laat, oordeelde het Europese Hof van Justitie in 2012.

Het is er sindsdien niet gemakkelijker op geworden, zegt Doorenbos. „Niet het eindresultaat ‘de bestuursvoorzitter treedt terug’ is voorwetenschap, maar ook de tussenstapjes zijn van belang.” Dat maakt de zaak alleen maar ingewikkelder, zegt hij. „Voor je het weet zegt de bestuursvoorzitter: ‘Ik denk er nog maar eens even over na.’”

3.

En was de informatie rond Zalms gesprek dan koersgevoelig?

Dat kan „in het kielzog” ook nog een discussiepunt worden, schat Nelemans in. „Het vertrek van een bestuursvoorzitter is niet altíjd koersgevoelige informatie.” Noch na het verschijnen van het FD-artikel, noch na de officiële bekendmaking door de bank reageerde de beurskoers – al is dat geen doorslaggevend argument, zegt Nelemans.

De AFM maakt er een punt van dat topman Gerrit Zalm belangrijk was voor de bank. „In de markt bestond het beeld dat hij de bank onherkenbaar had veranderd”, staat in het boetebesluit. ABN Amro lichtte vervolgens uitgebreid toe dat Zalm er niet zo toe deed. „Hij werd, ondanks de grote waardering voor zijn werk, niet meer van groot belang geacht voor de toekomst van ABN Amro.”