Waarom werd de psychotische Carla niet opgenomen?

Reconstructie | Dood Carla Rodrigues In de Alkmaarse buurt Het Rak wist iedereen: Carla is in de war. Buren deden eindeloos meldingen, maar toch ging het mis. Carla stierf door een politiekogel voor een basisschool bij haar in de buurt.

De plek waar Carla werd neergeschoten door de politie, waarna ze overleed.
De plek waar Carla werd neergeschoten door de politie, waarna ze overleed. Foto’s Inter Visual Studio/ANP, Jan Jong

De avond voor haar dood treft Jan Boon zijn buurvrouw aan in het halletje van hun appartementencomplex. Ze drinkt halve liters bier, haar hangoorkonijn staat „in een benchie” naast haar op de trap. Boon kijkt er niet van op. Zijn buurvrouw is al maanden in de war. „Lieve schat, ga toch eens naar binnen”, zegt hij. Boon (48) is een van de laatste bewoners die nog tegen haar durft te praten.

Vorige week woensdagochtend overleed Carla door een politiekogel. Het gebeurde vlakbij de basisschool, een paar honderd meter verderop. Carla was met een mes en een hamer in haar handen de straat opgegaan en sloeg in op auto’s. Carla Floriano Rodrigues werd 48 jaar.

In de Alkmaarse buurt Het Rak willen ze graag over haar praten. De buren vinden dat iedereen moet weten wat er is gebeurd. Eindeloos veel meldingen hebben ze over haar gedaan, bij elke instantie die ze konden bedenken. En toch ging het mis.

De buren hebben filmpjes van Carla op hun telefoon, om te laten zien hoe ze was. Carla wiegend naast de vuilcontainers langs de weg, haar konijn in haar handen. Carla in een voortuin van mensen die ze niet kent, het lijkt wel of ze staat te mediteren. Haar schoenen heeft ze in haar handen, haar schouders hangen. Carla die bij de wielen van een busje in de straat knielt. Als de buren naar haar toe gaan, zegt ze dat „ze onderzoek doet” naar de buurman die „een seriemoordenaar” is.

Lees ook: ‘De zwaksten dragen in zwakke wijken de grootste lasten’

Krap tweekamerappartement

Carla woonde in een appartementencomplex aan de Elgerweg, waar de voordeuren aan een galerij grenzen. Op de achtergrond klinkt het gesuis van de N9 van Alkmaar naar Den Helder. De huizen worden verhuurd door woningcorporatie Woonwaard. Voor een krap tweekamerappartement betaal je er nog geen 500 euro.

Ook veel andere bewoners in het complex hebben geen makkelijk leven gehad. Maar Jan Boon, installateur van zonweringen, vond er „rust aan zijn kanis”. Op zijn ribstof bank liggen okergele sierkussens, die bij de kaarsen in zijn raamkozijn passen.

Aan de Elgerweg wonen mannen die zeggen dat ze elkaar nu in de gaten moeten houden, na wat er is gebeurd. Dat zeggen ze allemaal afzonderlijk over elkaar.

Maar wie moet geholpen worden en door wie?

John Spies leerde Carla meer dan twintig jaar geleden kennen in de Alkmaarse prostitutiesteeg de Achterdam. Ze was als tienermeisje naar Europa gekomen, haar drie kinderen liet ze achter in Brazilië. Spies kwam bij Carla als klant, later werden ze goede vrienden. Hij zegt dat ze temperament had maar ook heel verzorgend was.

Met Carla ging het vaker niet goed. Ze kreeg een relatie met een man die haar met een riem sloeg. Ze had psychische problemen en dronk, daar werd ze voor behandeld.

Toen ze in 2014 aan de Elgerstraat kwam wonen, was er met Carla helemaal nog niet zoveel aan de hand, zeggen de buren. Carla hielp met het onderhoud van de perkjes, veegde de galerij.

Spies woont een stukje verderop in Alkmaar. Hij zegt dat het weer fout ging nadat Carla hoorde dat haar zoon was overleden. Dat was een paar maanden geleden. Haar moeder zou haar op komen zoeken, maar zegde af, „ze had het geld al aan een facelift uitgegeven”. Spies zag Carla opeens op haar knieën op straat zitten, starend in de zon. Ze bedreigde hem met een mes en moest door de politie van de ringweg worden gehaald. Ze deed aangifte tegen de politie omdat ze dacht dat ze haar bespioneerden. „En als de hulpverleners kwamen, deed Carla of er niets aan de hand was.”

Met twee messen naar buiten

Bram Stoker (27), stratenmaker en directe buurman, besloot in september dat het zo langer niet kon. Hij klaagde bij haar over geluidsoverlast, zij kwam met twee messen in haar hand naar buiten. Nadat hij naar binnen was gevlucht, ramde ze eerst nog door zijn voordeur, daarna achtervolgde ze de toegesnelde Boon, en stak ze de banden van de werkbus van Stoker lek. Dat was ook de dag dat Jan Boon en Bram Stoker vrienden werden. Carla werd meegenomen door de politie. „De volgende middag was ze er weer”, zeggen ze. De dagen erna houdt Stoker voor de zekerheid een schep in zijn hand als hij over de galerij loopt. Stoker en Boon doet aangifte van bedreiging.

Jan Boon: „We wisten ook dat we moesten uitkijken. Ze is ontoerekeningsvatbaar, als vrouw kun je alles doen. Maar als je als man iets terugdoet, moet je tien jaar zitten.” Ze zien Carla vermageren. Ze at niet meer, zegt Boon, ze dronk alleen nog maar.

Carla ging in het hoofd van Jan Boon zitten. „Elke keer als ik de deur uitstapte, was ik op mijn hoede. Waar is Carla? Hoe gaat het met Carla?”

Steen door haar eigen ruit

Stoker en Boon beginnen een handtekeningenactie, om Carla het huis uit te krijgen. Ze schrijven een brief en gaan langs de deuren. „Alle bewoners ondertekenen. Maar toen ik hem bij de woningbouwvereniging inleverde, zeiden ze dat elke bewoner zelf een brief had moeten sturen”, zegt Stoker. De woningcorporatie zegt dat hij een dossier moet aanleggen. „Daar kan ik inkomen. Maar niemand zegt hoe dat dossier eruit moet zien.”

Steeds weer speelt die avond voor Carla’s dood zich af in het hoofd van Jan Boon. Hij zegt dat Carla hem, nadat hij haar in de hal had aangetroffen, vroeg of hij de deur niet open kon breken. Hij belde de politie, voor hulp. Nog voor de politie er was, had ze al een steen door haar ruit gegooid. Ze sloot zich op in haar huiskamer, zegt Boon, onder de deur kwam een wietlucht vandaan. „’Die krijgt een psychose’, zei ik nog.” Boon zegt dat de agenten de crisisdienst belden. „Maar de crisisdienst zei dat ze pas over vier uur weer plek hadden.” Dat heeft Jan Boon zelf gehoord, hij stond ernaast. In de buurt vragen ze zich af waarom Carla daarna niet alsnog is opgehaald.

„Ik heb ADHD, bij mij konden ze binnen een week zien wat ik had. En dan zien ze niet dat Carla veel meer dan alleen een drank- en drugsprobleem had?”

De woordvoerder van de ggz zegt dat dit verhaal niet klopt. Nee, hij kan om privacyredenen niet specifiek op deze zaak ingaan, maar hij kan de werkwijze nog een keer uitleggen. „De urgentie van de melder wordt door de crisisdienst en de melder bepaald. Als iemand acuut gevaarlijk is, vanuit een psychiatrisch beeld, kunnen we voor een opname zorgen. Daarvoor zijn die bedden, waar het over gaat. Plek is er altijd, die moet er ook zijn. In een uitzonderlijk geval, stel dat er geen bed in Alkmaar zou zijn, wat hier niet speelt, zou er wel ergens anders in de regio plek zijn.”

Hij zegt ook: „Verward gedrag vanuit dronkenschap of onder invloed van drugs is geen psychiatrie.”

Op de bewonersavond in wijkcentrum Mare Nostrum, een week na haar dood, legt de uitleg van het zorgprotocol het af tegen de emotie van de buurtbewoners. De gemeente is er ook, net als de woningbouwvereniging, de GGD, de politie en de verslavingsinstelling waar Carla vermoedelijk onder behandeling was. Welke hulp ze kreeg, kunnen de instanties niet zeggen.

Als de ggz die avond vertelt dat er altijd een crisisplek vrij is, loopt Bram Stoker opgefokt de zaal uit, om buiten een peuk te roken. Waarom werd Carla toch niet meegenomen? „Ik heb ADHD, bij mij konden ze binnen een week zien wat ik had. En dan zien ze niet dat Carla veel meer dan alleen een drank- en drugsprobleem had?”

„Ze lazen allemaal een boekje voor”, zegt zijn overbuurman Quincy de Nijs (23). „Kijk eens, hoe goed we zijn. Ze wilden allemaal hun straatje schoonvegen.” Maar toen Carla er nog was, durfde hij zijn zoontje van vier niet meer buiten te laten spelen. Hij zegt dat hij meer dan tweehonderd meldingen deed.

Een woordvoerder van de ggz zegt: „Door de emoties kwam de uitleg van de werkwijze niet op iedereen over.”

Er is één ding dat de zorgverleners wel concreet over deze zaak kunnen melden: donderdag zou de rechter oordelen of ze gedwongen opgenomen zou worden. „Maar daar heeft niemand nu nog wat aan”, zegt Jan Boon.

Nu ze dood is, moet Boon zelfs in zijn huis de hele dag aan haar denken. „Sta ik te pissen, kijk ik naar mijn wc-raampje, en denk ik: hoe heeft ze het voor elkaar gekregen om zo’n raam in te slaan?” Het lukt hem al een week niet meer om naar zijn werk te gaan. Hij wil ergens anders gaan wonen.

Politie: meer Carla’s in de wijk

De dood van Carla heeft wijkagent Bas Wijnen aan het twijfelen gebracht. Had hij niet meer kunnen doen? Hij weet het niet. Maar hij ziet wel iets wat anders kan. Behandelingen voor mensen die verslaafd en psychotisch zijn, zegt Wijnen, „sluiten vaak niet lekker op elkaar aan”.

Is een persoon ook verslaafd, dan moeten ze eerst afkicken, pas dan kan de psychische behandeling beginnen. Een verslaafde wordt eerst drie weken naar een afkickkliniek gestuurd. De daaropvolgende ggz-behandeling moeten ze soms dagen of weken thuis afwachten. „Raken ze weer verslaafd. En zegt de ggz weer: die is verslaafd, kunnen we niet opnemen. Zo kan het wel een tijdje doorgaan, voor er een goede aansluiting is.”

Van collega’s hoort Wijnen soortgelijke verhalen. Ze treffen iemand die verward op straat loopt te schreeuwen. Soms is er ook gedronken of drugs gebruikt. „Als dan de crisisdienst van de ggz wordt gebeld, kunnen ze lastig een diagnose stellen. Komt het gedrag voort uit drank of drugs, of wordt het veroorzaakt door een door een psychische aandoening?” Wijnen wil ‘de partners’ niet aanvallen, zegt hij. „Het is een capaciteitskwestie.” Wijnen zegt dat er nog „enkele Carla’s” in zijn wijk rondlopen, „met wie het op dezelfde manier mis kan gaan”.

‘Kogelgat in haar buik’

Als Jan Boon woensdagochtend naar zijn auto loopt en rinkelend glas hoort, denkt hij meteen: Carla. Ze slaat de ruiten van haar appartement van binnenuit aan scherven. Hij belt 112, ze ziet hem staan. „Ze kijkt me aan. Haar blik was zwart, net de duivel. Ze komt naar buiten, met een hamer in haar ene hand en een mes in de andere. Ze probeert op me in te steken. Spugend, krijsend. Ik schreeuw dat ze op moet rotten, weet haar te ontwijken.

„Ze loopt naar mijn auto, slaat op mijn motorkap, koplampen en ramen. Dan loopt ze richting de basisschool. Een van de twee gearriveerde agenten lost een waarschuwingsschot. De pepperspray die ze gebruiken, doet haar niets. Ze begint te rennen. Ik ren mee. Een agent probeert haar in te sluiten. Maar hij verstapt zich, valt naar achter, schiet. Ik zie een kogelgat in haar buik. Ze loopt nog een paar meter. En dan stort ze in elkaar.”

Carla wordt dinsdag begraven.