Terugkeer IS-vrouwen zet kabinet klem

Syriëgangers De manoeuvreerruimte van het kabinet tegenover Nederlandse Syriëgangers neemt af en kan nog verder slinken.

Een bewaker van het Koerdische detentiekamp Al-Hol in Syrië weert een gesluierde vrouw. In het kamp zitten veel vrouwen en kinderen van IS-strijders.
Een bewaker van het Koerdische detentiekamp Al-Hol in Syrië weert een gesluierde vrouw. In het kamp zitten veel vrouwen en kinderen van IS-strijders. Foto Delil Souleiman/AFP

Plots zette Turkije twee IS-vrouwen op het vliegtuig naar Nederland. Tientallen ‘kalifaatkinderen’ moeten actief worden teruggehaald uit Noord-Syrië, oordeelde een Nederlandse rechter eerder. Kortom, de manoeuvreerruimte van het kabinet ten aanzien van Nederlandse Syriëgangers was al niet groot, werd deze week kleiner en kan vrijdag nog verder afnemen.

Vrijdag dient het hoger beroep van de staat tegen de rechterlijke uitspraak van 11 november dat Nederland zich moet inspannen voor de Nederlandse IS-kinderen die in kampen vastzitten, ook als dat betekent dat hun ongewenst verklaarde moeders mee terugkomen. Bevestiging van dat vonnis zou opnieuw een tegenslag zijn voor het kabinet, dat tot nu toe alles doet om de kwestie niet naar Nederland te importeren.

Dinsdag bleek al hoe moeilijk dit is geworden toen twee IS-vrouwen op Schiphol arriveerden, samen met twee kleinere kinderen. De kinderen zijn overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming, de vrouwen worden vrijdag aan de rechter-commissaris voorgeleid. Het is allesbehalve ‘de berechting in de regio’ die het kabinet voor ogen heeft en waarvoor al maanden internationaal wordt geijverd, onder meer in Irak. De terugkeer van de vrouwen heeft bovendien de al wankele diplomatieke relatie met Turkije verder onder druk gezet.

Een van de vrouwen, Xaviera S. (24) uit Apeldoorn, werd begin vorig jaar opgepakt in het zuiden van Turkije. De andere, Fatima H. (23), wandelde in oktober de Nederlandse ambassade in Ankara binnen met haar kinderen. Ze was ontsnapt uit het Koerdische detentiekamp Al-Hol in Syrië. Direct daarna trok minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) het Nederlanderschap in van de Tilburgse van Marokkaanse komaf.

Uitgebreide argumentatie

De boodschap aan Turkije – ‘ze is Marokkaans en dus niet ons probleem’ – bleek aan dovemansoren gericht. Fatima werd toch op het vliegtuig gezet. „Ondanks mijn uitgebreide argumentatie daarover naar mijn Turkse collega”, zei Grapperhaus donderdag tijdens een Kamerdebat. „Mijn rechtsmacht gaat niet zo ver dat ik kan bepalen hoe de gang van zaken op het vliegveld van Ankara is.”

Meteen terugzetten op een vliegtuig naar Turkije, een suggestie van onder meer PVV en CDA, was volgens Grapperhaus niet mogelijk, aangezien het Nederlandse Openbaar Ministerie om vervolging van de vrouw heeft gevraagd en de Turken zo bezien dus weinig verweten kan worden. Meteen naar Marokko doorsturen, een suggestie van de VVD, kan ook niet, omdat de door het OM gevraagde vervolging eerst moet plaatsvinden.

Lees ook: hoe het OM en het kabinet botsen over de vervolging van Syriëgangers

De coalitie in Den Haag is onverminderd verdeeld over de kwestie. D66 wil niet dat strijders onder de radar verdwijnen en hun straf ontlopen, en vindt dat Nederland actief achter ze aan moet. VVD-Kamerlid Dilan Yesilgöz vindt dat de vrouwen „hier niets te zoeken” hebben en „een bedreiging voor onze veiligheid” vormen. Zij vindt dat Fatima zo snel mogelijk moet worden uitgezet naar Marokko en dat ook van Xaviera, die van Nederlands-Antilliaanse komaf is, zo snel mogelijk de Nederlandse nationaliteit moet worden ingetrokken.

Voor D66 tonen de jongste ontwikkelingen aan dat de pogingen om de kwestie zoveel mogelijk dáár te parkeren zijn stukgelopen. „De grootste prioriteit is nu de bewijslast tegen deze mensen”, zegt Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma. „Die moet echt op orde zijn.” Sjoerdsma is bezorgd over de capaciteit van het team Internationale Misdrijven van het OM, dat de zaken tegen de jihadisten rond moet krijgen, en roept Grapperhaus al sinds de zomer op om die te vergroten. „We willen niet dat IS-vrouwen snel weer op straat staan.”

Leiding aan drone-eenheid

Fatima’s kinderen zijn volgens de Belgische krant De Morgen van een Belgische jihadist: Ali el M. Ze zouden in Syrië zijn getrouwd. Ali el M. is niet zomaar een IS-strijder: hij zou leiding hebben gegeven aan de drone-eenheid van de terreurbeweging. Waar hij zich nu bevindt – en of hij nog leeft – is onduidelijk. In 2014 vroeg Fatima haar familie om geld, bleek tijdens een rechtszaak eerder dit jaar tegen familieleden. De moeder erkende geld te hebben verstuurd via een tussenpersoon, omdat Fatima zei dat ze zwanger was. Volgens justitie kwam een deel van het geld, bijna 3.000 euro, bij IS terecht.

De terugkeer van de IS-vrouwen heeft de al wankele diplomatieke relatie met Turkije verder onder druk gezet

Volgens het OM kan Fatima in Nederland worden vervolgd, ook al heeft ze niet langer de Nederlandse nationaliteit, omdat ze ten tijde van haar IS-activiteiten nog wel Nederlander was. „Nederland heeft in dit geval rechtsmacht”, zegt een woordvoerder van het landelijk parket. Pas na haar berechting kan ze naar Marokko worden uitgezet: dat wil geen IS-mannen terugnemen, maar zou wel bereid zijn vrouwen te ontvangen. Makkelijk wordt dat overigens niet, zegt De Bruin. „Dat kan nog best lang duren. Mogelijk pas na de veroordeling én een eventueel hoger beroep.”

Ouderlijk gezag

Fatima heeft twee kinderen, van drie en vier jaar, die zijn overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming. „De kinderen zijn gescheiden van hun moeder, die in voorlopige hechtenis zit, en wij hebben bij de rechter voorlopige voogdij aangevraagd en gekregen”, zegt een woordvoerder. Voor de komende drie maanden is nu volgens protocol een voogd toegewezen. In die tijd zal de Raad onderzoeken hoe het met de kinderen gesteld is en wat zij nodig zullen hebben voor de lange termijn. De Raad houdt daarbij contact met het OM om te beoordelen of de moeder haar ouderlijke verantwoordelijkheid kan en wil nemen. „Kinderen hebben wettelijk het recht op te groeien met hun eigen ouders, dus wij zullen onderzoeken of dat mogelijk is.”

Na drie maanden zal de Raad aan de rechter een advies uitbrengen. Dan kan of hereniging plaatsvinden, of toewijzing aan iemand in de directe omgeving, of toewijzing aan een „neutrale” voogd. Ook kan de rechter beslissen tot verlenging van de voorlopige voogdij.

De andere vrouw, Xaviera, verkeerde bij haar aanhouding in het gezelschap van dertien IS-leden, onder wie haar man Dadi M., een Algerijn die al sinds 2002 in Nederland actief is in jihadistische kringen. De Algerijn is een bekende van ex-terrorist Samir A. van de Hofstadgroep. Xaviera zou haar man in het kalifaat hebben leren kennen. De dochter van een Antilliaanse vader en Nederlandse moeder radicaliseerde pijlsnel na haar bekering tot de islam in 2013. Een jaar later gaf Xaviera gehoor aan de oproep van IS om in het net uitgeroepen ‘kalifaat’ te komen wonen.

Dreigen met een AK-47

Vanuit Syrië uitte Xaviera via Facebook bedreigingen, onder meer naar de Nederlandse journaliste Brenda Stoter die onderzoek deed naar IS-vrouwen. Ze stuurde Stoter een foto van een automatisch geweer met het bericht: „Het is dat je niet om de hoek bent, anders kwam ik wel eventjes met mijn AK-47 op je af lopen.” Ze zou haar „kop maar al te graag willen laten rollen”. Eind 2018 veroordeelde de Turkse rechtbank Xaviera tot zes jaar gevangenisstraf. Ze kwam al ruim een half jaar later vervroegd vrij – maar mocht het land nog niet verlaten, tot deze week.

Lees ook: hoe Turkije zich ergert aan de Nederlandse weigering om eigen Syriëgangers terug te nemen

In totaal wil Turkije voor het einde van het jaar 220 buitenlandse IS-gangers deporteren, het overgrote deel van de groep die het land al langer in handen heeft of recent in Noord-Syrië heeft opgepakt. Minstens drie Belgische IS-vrouwen zouden via Turkije op weg naar huis zijn. Het Verenigd Koninkrijk, tot nu toe ook niet van plan Syriëgangers op te halen, lijkt zich te hebben neergelegd bij de nieuwe situatie. De BBC meldde donderdag dat Londen is begonnen met het repatriëren van de eerste Britse burgers uit Noord-Syrië.

In Denemarken lijkt eerder sprake van een verharding. Daar wordt gewerkt aan een wet waarmee Deense IS-gangers hun recht op consulaire bijstand zouden verliezen. „We zijn de strijders absoluut niets verschuldigd”, twitterde de Deense minister Jeppe Kofod van Buitenlandse Zaken afgelopen weekeinde. VVD-Kamerlid Yesilgöz wil dat Nederland zulke bijstand ook stopt en diende donderdag een motie in.

Met medewerking van Toon Beemsterboer, Koen Greven en Gert Van Langendonck