Slaapliedjes hebben toch universele kenmerken

AntropologieZoeken naar universele kenmerken van muziek zou hopeloos zijn. Maar het is nu toch gelukt, voor vier soorten liedjes.

Zang en dans door de Ju/’Hoansi-San in het ‘Living Museum’ in Grashoek, Namibië.
Zang en dans door de Ju/’Hoansi-San in het ‘Living Museum’ in Grashoek, Namibië. Foto Oleksandr Rupeta/NurPhoto

Er zijn wel degelijk universele kenmerken te vinden in muziek van over de hele wereld. Dat blijkt uit een groot onderzoek naar vergelijkbare patronen in gezongen liedjes (zoals dans- en slaapliedjes) in zestig kleinschalige culturen dat donderdag gepubliceerd is in Science. Een belangrijke conclusie is dat uit de muzikale vorm van een lied de functie is af te leiden, of het nu gaat om een genezingslied uit Centraal-Afrika of een indiaans slaapliedje. Voor het onderzoek is een groot aantal analyses gemaakt van de etnografische context en de muzieknoten van liederen.

Kinderen van de Mentawai-stam op het Indonesische eiland Siberut oefenen in de keuken. Film: Manvir Singh.

Slaapliedjes hebben overal vaker een melodie in mineur (kleine terts) dan genezingsliederen, bleek uit een van de analyses. Een genezingmelodie bestaat uit veel meer kleine toonintervallen (met verschillen van maar één of twee pianotoetsen: grote of een kleine secunde) dan een danslied. Dat dansliederen wereldwijd meer geaccentueerd blijken dan slaapliedjes ligt wel voor de hand, maar dat liefdesliederen veel meer variatie in toonintervallen blijken te hebben dan dansliedjes niet. De liedgenres konden ook over de hele wereld herkend worden, ook zonder enige informatie over de context. Zoals de onderzoeksgroep onder leiding van de Harvard-psycholoog Samuel Mehr het in Science formuleert: „De akoestische vorm van vocale muziek voorspelt wereldwijd de gedragscontext ervan, in ieder geval inzake dans, slaapliedjes, genezing en liefde.”

Sjamanen zingen en doen de gibbon-dans (turuk laggai uliat bilou). Aan het eind raakt een van hen in trance.

Die wereldwijd herkenbare akoestische vorm bestaat niet uit specifieke melodieën of ritmes, maar uit samenhangende structurele verhoudingen in een lied zoals accent, metrum en intervalstructuur. Het gaat om „clusters van samenhangend gedrag, zoals het sussende zingen van een moeder voor haar kind en levendige publieke ritmische liederen van een groep dansers”. Als laatste test organiseerden de onderzoekers ook een World Music Quiz op de website themusiclab.org. Daarin bleken de bijna 30.000 deelnemers uit 122 verschillende landen – ook zonder enige ervaring met ‘wereldmuziek’ of muzikale training – redelijk goed de verschillende genres van dans-, genezings-, slaap- en in mindere mate ook liefdesliedjes te kunnen determineren.

Lees ook: Waar komt ons gevoel voor muziek vandaan?

Deze publicatie vormt aldus een mijlpaal in het onderzoek naar universele kenmerken van muziek. Want muziek komt weliswaar overal ter wereld voor, maar in zúlke uiteenlopende functies en vormen dat musicologen het vrijwel hebben opgegeven om te zoeken naar universele kenmerken. In de muziekpsychologie wordt hooguit losjes geconcludeerd dat in de meeste muziek het octaaf wel een rol zal spelen en meestal netjes verdeeld wordt in kleine stukjes. De Nederlandse hoogleraar muziekcognitie Henkjan Honing (Universiteit van Amsterdam), die niet bij het onderzoek betrokken is, reageert daarom verheugd: „Wat een prachtige, systematische studie!”

De studie maakt volgens Honing duidelijk dat er wel degelijk natuurlijke beperkingen bestaan in die enorme variëteit van muziek: in de samenhang tussen melodische en ritmische patronen en de functie van muziek. „Kort door de bocht: zowel een Canadese als Ghanese luisteraar kan horen of een lied een slaapliedje dan wel healing song is, of het nu uit Japan of Finland komt. Iedereen kan het decoderen.”

Aan de basis van het met methodieken en controle-analyses overladen onderzoek liggen twee nieuwe databases, die met speciale software en beoordelingen door experts en leken op patronen zijn doorzocht. De eerste bestaat uit zo’n 4.700 beschrijvingen van zang uit zestig willekeurig gekozen kleinschalige culturen van over de hele wereld, van de Dogon uit Mali tot de Iroquois in Noord-Amerika, van de Andamanezen uit India tot de Yanoamami uit het Amazone-gebied. De tweede database bestaat uit concrete muziekvoorbeelden van dans-, slaap-, genezings- en liefdesliedjes uit dertig van die regio’s.

Zingende sjamanen van de Mentawai-stam. Film: Manvir Singh.

Uit een enquête die de onderzoekers vooraf onder etnomusicologen hielden, bleek dat de helft dacht dat ‘tonaliteit’ (dat een melodie een duidelijke tonale kern heeft) geen universeel kenmerk van muziek zou zijn. Maar in de (blinde) beoordeling van de verzamelde liedjes door een muzikaal ervaren testpanel werd in de overgrote meerderheid (113 van de 118) een duidelijk tonale kern teruggevonden. Analyse van de notentranscripties door gespecialiseerde software bevestigde dat oordeel.

Uit de analyses bleek verder dat ongeveer een kwart van de variatie in de etnografische context van de onderzochte liedvormen verklaard kan worden door drie factoren. De factor ‘ceremonieel’ (‘formality’, met veel publiek en betrokken volwassenen) kon bijvoorbeeld 15 procent variatie verklaren, die is vrijwel altijd laag bij slaap- en liefdesliedjes, maar juist hoog bij genezing en dans. Andere factoren waren opwinding en religiositeit. Die scores per lied variëren allicht tussen de verschillende culturen, maar belangrijk is dat bínnen een cultuur de verschillen (per lied) zes keer zo groot zijn dan gemiddeld tússen die culturen.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Onbehaarde Apen: Onbehaarde Apen: Zijn wij de enige muzikale dieren?

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.