Schilderij profiteert van mooie buur

Psychologie Een schilderij vinden mensen nóg mooier wanneer ze het voorafgaande kunstwerk ook al fraai vonden.

Een bezoeker bewondert een schilderij van Peter Paul Rubens van de Romeinse consul Decius Mus in het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest, Hongarije.
Een bezoeker bewondert een schilderij van Peter Paul Rubens van de Romeinse consul Decius Mus in het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest, Hongarije. Foto Marton Monus/AP

Iedereen die wel eens in een museum komt zal het gevoel herkennen: de sensatie dat je beetje bij beetje een overdosis schoonheid oploopt. Nóg een zaal vol mooie schilderijen, nóg een meesterwerk, nóg meer verrukking – totdat je uiteindelijk groggy in de touwen hangt. Onderzoek van psychologen van de universiteiten van Sidney en Florence werpt nu nieuw licht op dit fenomeen: mensen zijn geneigd om een schilderij mooier te vinden als ze het schilderij ervoor óók al mooi vonden. Wie eenmaal in een flow zit, blijft makkelijker genieten. De onderzoekers publiceerden hun resultaten deze week in het Journal of Vision.

Om de waardering van in opeenvolging geconsumeerde kunst te kunnen meten, ontwierpen de onderzoekers een experiment. Ze lieten een groep proefpersonen op een beeldscherm achter elkaar veertig schilderijen zien, elke gedurende een seconde. Het ging om landschappen en stillevens.

De revue passeren

Na elk schilderij moesten de kijkers hun waardering laten blijken door met hun muis een schuif van links (heel lelijk) naar rechts (heel mooi) te verplaatsen. Ze kregen de set schilderijen in totaal twintig keer voorgeschoteld, telkens in een andere volgorde. Op die manier konden de onderzoekers goed meten wat ieder schilderij gemiddeld kreeg, én hoe de waardering zich verhield tot de volgorde waarin de kunstwerken de revue passeerden.

De onderzoekers vermoedden van tevoren dat opeenvolgende kunstwerken een effect op elkaars gepercipieerde schoonheid zouden hebben – dat was bijvoorbeeld al eerder aangetoond met gezichten – maar wisten niet of dat positief of negatief zou zijn. Steekt na een prachtig schilderij het volgende wat bleekjes af, of profiteert het juist van de schoonheid van zijn voorganger?

Abstracte kunst werd minder gewaardeerd als de kijktijd korter was

De uitkomsten van het experiment waren duidelijk: wanneer een schilderij in een reeks getoond werd ná een schilderij dat de proefpersoon mooi vond, kreeg het een waardering die boven het gemiddelde lag. Volgde het op een lelijk schilderij, dan ging het cijfer naar beneden.

De onderzoekers waren benieuwd wanneer in het proces het besluit werd genomen of iets fraai of minder fraai was. Daarom herhaalden ze het experiment, maar de tweede keer werden de kunstwerken slechts een kwart seconde getoond. Hoewel het verband minder sterk was, bleef de relatie tussen opeenvolgende schilderijen bestaan. De beslissing of we iets mooi of lelijk vinden, vindt dus vrij snel na de waarneming plaats. Verwerking speelt een bescheiden rol.

Abstract kost meer tijd

Het onderzoek leverde nog een aantal andere interessante waarnemingen op. Abstracte kunst werd minder gewaardeerd als de kijktijd korter was, in tegenstelling tot figuratieve kunst. Dit wijst erop dat het meer moeite lijkt te kosten om een abstract schilderij te absorberen dan een landschap of stilleven waarvan meteen duidelijk is wat erop staat.

Ook bleek, in navolging van eerder onderzoek, dat de proefpersonen meer genoten van schilderijen met ‘koele’ kleuren als blauw en groen dan ‘warme’ kleuren als rood en oranje.

Een manco aan de studie is het feit dat de deelnemers jonge mensen waren die bijna allemaal aangaven geen grote kunstkenners te zijn. Het zou dus goed kunnen dat de doorgewinterde museumbezoeker beter in staat is ieder schilderij individueel te beoordelen en de waardering minder af te laten hangen van alle schoonheid die het netvlies reeds gepasseerd is.