Recensie

Recensie Uit eten

Indiaas eten in een zaak waar het nog knus en vriendelijk is

Uit eten Amsterdam

Foto Novi Zijlstra

Hoera, er is een Indiaas restaurant in Amsterdam bij gekomen waar het gezellig is: Redbone, genoemd naar de popband die in de jaren zeventig een hit had waarmee wij uit volle borst meezongen zonder te weten dat het over een afschuwelijk bloedbad tussen Amerikanen en native Americans, Indianen dus, ging. ‘We were all wounded at Wounded Knee, you and me’. De platenhoes hangt in de zaak, maar verder ontbreekt iedere connectie.

Redbone is gelegen in de ooit niet zo gezellige Jan Evertsenstraat. Eigenaar Waldy Brewster huurt het pand van Albert Heijn die er pal tegenover zit, hiervoor zat er een Chinees restaurant. En juist dat van die Chinees maakt het gezellig: we zitten in een bonte kermis van bruine kunststof lambrisering met goudkleurige accenten, roodgekleurde lampions en een wit systeemplafond. Wie had ooit gedacht dat we ons zo prettig konden voelen in dit decor?

In dit café annex restaurant, dat is opgefrist met kleurige, hippe stoeltjes, wordt Indiaas eten geserveerd. De kaart is minder uitgebreid dan je zou verwachten, maar alle greatest hits staan er op: curry’s, tandoorigerechten, saag paneer, samosa’s, verschillende soorten naan, enzovoort. De prijzen zijn hoger dan bij een traditioneel Indiase zaak, er worden betere drankjes (cocktails, bier, wijn) geschonken en er staan veel vegetarische gerechten op de kaart, de tijdgeest en Indiaas eten gaan nu eenmaal goed samen. De bediening is Nederlands, in de keuken staan drie mannen van Nepalese komaf te koken.

Eén van ons kiest tandoori chicken tikka (18,50), de ander een thali combination met vegetarische gerechten (18,50) en vooraf bestellen we uienbeignets (5,50), een Normandische cider (4,50) en witte wijn (4,-, Isle Saint Pierre). Die drankjes zijn er meteen, de cider is lekker boers, de witte wijn wel aardig, maar de appetizer laat op zich wachten en dan blijkt dat de jongedame in de bediening, ze heeft vriendelijkheid en vrolijkheid hoog in het vizier, er deze avond alleen voor staat – haar collega heeft net afgebeld. Na een gemeend mea culpa bijten we alsnog in de onion bhaji (5,50), maar het is eigenlijk een dikke prop uien, het smaakt vooral naar deeg en is droog.

Bij de hoofdgerechten gaat het beter. Alhoewel de kip een tikkie droog is, is de smaak uitstekend, de marinade van de kip is dus goed en de spiesen waar de kip eerst aan zaten, hebben daadwerkelijk boven houtskool gehangen. De selectie van vegetarische gerechtjes is lekker licht: zwarte linzen met rode bonen en boter (dal makhani) is zacht en pittig, de spinaziecurry (saag paneer) optimaal, de kikkererwten met tomaat (chana masala) hadden pittiger gemogen, de raita van rode kool valt een beetje tegen, te veel knagen, maar het brood (naan) is voortreffelijk.

Ondertussen zijn we op de rode wijn overgestapt: Chateau Cambon (6,50) van Marcel Lapierre uit de Beaujolais en stoer rood van Domaine de Rapatel (5,50), beide opgewekte vins nature, puur natuur zonder opdringerig te zijn. De dessertkaart bestaat uit drie ijsjes, waarvan twee zelfgemaakt. De kulfi icecream met pistache en mango (4,50) is lekker; India heeft een mooie traditie van stilstaande ijsbereidingen, het ijs is minder zoet en wint daardoor aan smaak. Deze zit echter vol met ijskristallen en dat maakt het ijs minder boterig, het is alsof je ijs zit te kauwen.

Bij het afrekenen heeft de vriendelijk-vrolijke jongedame alle tijd en vertelt dat de zaak in het nieuwe jaar op de schop gaat. Eigenlijk willen we hard ‘Nee’ schreeuwen, want de charme is juist dat het hier zo’n heerlijk zootje ongeregeld lijkt. Maar na haar toelichting – er deugt van alles niet aan het plafond en de muren – snappen we dat er iets moet gebeuren. We hopen dat het niet zo’n gelikte zaak wordt.

Toegegeven, we hebben op verschillende plekken beter en authentieker Indiaas gegeten. Maar het is hier knus en vriendelijk, de boze buitenwereld is nog niet over de drempel gestapt en we zouden eigenlijk willen dat dat altijd zo bleef.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.