Opinie

Geef geboortegolvers niet van alles de schuld

Floor Rusman

Wat heeft de babyboomer misdaan? De vraag dringt zich op nu de ‘boomer’, geboren tussen grofweg 1945 en 1960, van alle kanten onder vuur wordt genomen. Het minachtende „OK boomer”, door jonge mensen gebruikt om vermoeiende ouderen de mond mee te snoeren, brak onlangs door van de online naar de echte wereld toen een 25-jarig Nieuw-Zeelands parlementslid het zei tegen een oudere collega. En nu hoor en zie je de leus óveral, zelfs op truien.

Boomer bashing kent een lange traditie: al in de jaren tachtig, toen de geboortegolvers belangrijke posities begonnen in te nemen, duidden media hen in negatieve termen. „De jongeren van de jaren zestig hebben hun machtsposities veroverd en blokkeren als een immense trombose de kansen voor volgende generaties”, zeiden twee onderzoekers in 1993 in Trouw. In andere kranten werden ze afgeschilderd als „zondagskinderen” die alles mee hadden: stijgende lonen, goedkope huizen, noem maar op.

Pim Fortuyn wijdde in 1998 een heel boek aan de babyboomers, die volgens hem verantwoordelijk waren voor de regenten- en de graai- en grijpcultuur. Latere rechtse politici gaven de babyboomers, ook wel de protestgeneratie of soixante-huitards, de schuld van de progressieve dominantie in Nederland. En nu zijn ze volgens de kwade jongeren juist niet progressief genoeg. Gemene deler van de kritiek: de babyboomers hebben het goed voor zichzelf geregeld, en ze laten ons achter in de puinhoop.

Dit lijkt me op ten minste twee manieren onzin. Eén: het is onzin dat babyboomers het altijd makkelijker hadden dan jonge mensen nu. Terwijl de millennials en ‘generatie Z’ opgroeiden met een overvloed aan speelgoed, persoonlijke aandacht, lekker eten en vakanties, moesten de boomers de schaarse ruimte, middelen en aandacht delen met veel broers en zussen. Later in hun leven moesten ze hun plek bevechten, zeker als ze vrouw of homo waren of uit de lagere (midden)klasse kwamen.

Twee: het is onzin dat ‘de babyboomers’ alle vergissingen van de voorbije decennia op hun geweten hebben. Zij waren minder aan de macht dan we denken, schreef Hubert Smeets vorig jaar al in NRC: geen enkele premier kwam uit de geboortegolf. En zelfs al waren sommige machthebbers wél babyboomers, dan nog hadden de meeste boomers met die macht niks te maken: zij gingen gewoon naar hun werk, deden boodschappen, voedden hun kinderen op.

Wat is het verwijt dan precies? Dat ze niet genoeg protesteerden tegen zaken als flexibilisering en milieuvervuiling, wellicht. Maar hadden de millennials en de tieners van nu dat in hun schoenen wel gedaan? Is zoiets niet meer een kwestie van tijdgeest?

Het andere verwijt aan de boomers is simpelweg dat ze met zo veel zijn: zo’n grote geboortegolf leidt tot maatschappelijke problemen, zoals het feit dat we nu veel meer pensioenen moeten betalen. Een columnist van de Leeuwarder Courant omschreef de geboortegolf in 1993 als „een soort demografische milieuvervuiling”. Maar valt dit individuele boomers aan te rekenen?

De babyboomers hebben in sommige opzichten gewoon geluk gehad, net zoals ze straks pech hebben als ze niet in een verpleeghuis terecht kunnen omdat ze met te veel zijn en er te weinig mensen zijn om ze te verzorgen. Op hun beurt hebben de millennials geluk dat ze in een tijd van overvloed zijn geboren, en pech dat ze meer zullen merken van problemen als klimaatverandering.

Maar concepten als geluk en pech zijn niet zo bevredigend. Veel fijner is het om gewoon een groep de schuld te geven.

Floor Rusman is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.