‘Een ongeluk bragt hem tot de schilderkunst’

Stadstekenaar Gerrit Groenewegen tekende de stad in het Rotterdam van eind achttiende eeuw, begin negentiende eeuw. Dat werk ligt opgeslagen, nu is er een boek.

In 1782 schilderde Gerrit Groenewegen de Leuvehaven vanaf de Zeevismarkt. Foto Eric van Straaten
In 1782 schilderde Gerrit Groenewegen de Leuvehaven vanaf de Zeevismarkt. Foto Eric van Straaten

Op een aquarel uit november 1816 heeft hij zichzelf afgebeeld. Gerrit Groenewegen staat als al oudere man in de woonkamer van zijn huis aan Schielands Hoge Zeedijk. Hij draagt witte kleding, een gele jas, een groene muts en aan zijn linkervoet een eveneens groene pantoffel. Geen pantoffel aan zijn rechtervoet, want daar heeft hij een prothese. Om zich staande te houden, leunt hij op krukken die tot aan zijn oksels reiken.

Op die krukken moet Groenewegen de stad hebben doorkruist, strompelend over straten en langs kades, tas met tekenspullen op zijn rug. Hij legde vast wat hij zag: het Rotterdam van eind achttiende, begin negentiende eeuw.

Veel tekeningen en schilderijen zijn bewaard gebleven, de meeste in het Stadsarchief en het Maritiem Museum. Daarvan zijn er nu 85 opgenomen in het boek Stadstekenaar van Rotterdam. Gerrit Groenewegen 1754-1826 van auteur Bram Oosterwijk. Het boek ligt vanaf 3 december in de boekhandel. Ter gelegenheid van het verschijnen exposeert het Maritiem museum vanaf 26 november elf prenten uit de collectie.

Lees ook: de traditie van stadstekenaars nieuw leven ingeblazen

Groenewegen is geen bekende naam, maar is nooit geheel vergeten geweest. In 1976 organiseerde het toenmalige Gemeentearchief een tentoonstelling ter gelegenheid van zijn honderdvijftigste sterfdag. Vijftien jaar geleden was er een expositie van zijn werk in het Visserijmuseum in Vlaardingen. Maar niet eerder zijn zijn tekeningen en schilderijen voor een groter publiek toegankelijk gemaakt.

In zijn onderzoek naar de biografie van Groenewegen heeft Oosterwijk nieuwe feiten boven water gehaald. De stadstekenaar heeft geen gemakkelijk leven gehad. Geboren in het gehucht Cool, net buiten de Schiedamsepoort op het Vasteland, verloor hij al vroeg zijn moeder en een broertje. Hij was een aspirant scheepstimmerman, het beroep van zijn vader, die bij een werf in de Zalmhaven werkte. Maar, zoals het in een overzichtswerk van Nederlandse schilders uit de achttiende eeuw staat beschreven: „Een ongeluk bragt hem tot de schilderkunst.”

Groenewegen wilde snel een ophaalbrug oversteken die nog niet helemaal gesloten was. Hij moet zijn uitgegleden of gestruikeld, want hij raakte bekneld onder de brug, zodanig dat zijn been tot aan de knie moet worden afgezet. Hij was omstreeks achttien jaar oud en moest op een andere manier zijn brood zien te verdienen. Zijn tekentalent bracht redding.

Veertig jaar lang (van 1779 tot 1816) maakte hij afbeeldingen van allerlei locaties in de stad, van schepen op de rivier, van dorpen rond Rotterdam en af en toe van andere steden (onder meer Leiden, Haarlem en Dordrecht).

Tien jaar voor zijn dood was hij uitgetekend en bracht hij zijn tijd door in het Proveniershuis aan de Schiekade, een bejaardenhuis voor mannen. Oosterwijk heeft lang moeten speuren naar de plaats waar hij in 1826 werd begraven: op het kerkhof rondom de Zuiderkerk aan de Jufferstraat bij de Glashaven.

Bram Oosterwijk: Stadstekenaar van Rotterdam. Gerrit Groenewegen 1754-1826, uitgeverij Trichis, 160 blz. 34,95 euro.