55-plusser werkt vaker dan vijftien jaar geleden

Vooral vrouwen tussen de 55 en 65 jaar zijn meer gaan werken. In 2003 had circa 30 procent betaald werk, vorig jaar ging het om bijna 60 procent.
Twee ouderen fietsen door de natuur.
Twee ouderen fietsen door de natuur. Foto iStock

Nederlanders tussen de 55 en 65 jaar oud zijn veel vaker aan het werk dan vijftien jaar geleden. Dat blijkt uit een vrijdag gepubliceerd rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat gaat over de welvaart en welzijn van zogenoemde jonge ouderen.

Vooral vrouwen tussen de 55 en 65 jaar zijn meer gaan werken. In 2003 had circa 30 procent betaald werk, vorig jaar ging het om bijna 60 procent. Bij de mannen was de stijging minder groot, maar nog altijd fors: van 54 naar 77 procent. Dat het aantal jonge ouderen met werk toeneemt, komt volgens het CBS onder meer door de afschaffing van de VUT en het fiscaal gefaciliteerd prepensioen en verhoging van de AOW-leeftijd. Ook speelt een rol dat vrouwen steeds vaker blijven werken na een zwangerschap.

Hoogopgeleide 55- tot 65-jarigen zijn welvarender en hebben een hoger welzijn dan laagopgeleide leeftijdsgenoten. Dat komt onder meer doordat laagopgeleiden vaker met gezondheidsklachten kampen, en daardoor vaker arbeidsongeschikt raken voor het bereiken van de pensioenleeftijd. Hoogopgeleiden gaan juist op jongere leeftijd met pensioen. Bijna een kwart van de laagopgeleide jonge ouderen heeft een grote welvaart en groot welzijn, tegenover ruim 58 procent van de hoogopgeleiden.

Uitkeringen

De helft van de 65-jarigen die eind september 2016 met pensioen ging, had het jaar daarvoor betaald werk als belangrijkste inkomstenbron. Ruim 18 procent ontving voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd een uitkering door arbeidsongeschiktheid of ziekte. Ongeveer 40 procent van de 65-jarigen in 2016 had van zijn vijftigste tot zijn pensioen elk jaar betaald werk, zo’n 27 procent wisselde jaren van betaald werk af met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid of werkloosheid.

De komende twintig jaar verandert de samenstelling van de groep 55- tot 75-jarigen. Het CBS verwacht dat het percentage laagopgeleiden bijvoorbeeld daalt van ruim 38 in 2018 naar 20 in 2038, maar voorziet ook een stijging in het aantal jonge ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond en het aantal zonder partner.