Reportage

China dwingt Hongkongse scholieren in het gareel

Pro-Chinese scholen Hippo Leung uit Hongkong weigert op haar school het Chinese volkslied te zingen. Slechte aantekeningen zijn het gevolg.

Vorige maand demonstreerden klasgenoten van Tsang Chi-kin (18), nadat hij tijdens een demonstratie door de politie in zijn borst was geschoten.
Vorige maand demonstreerden klasgenoten van Tsang Chi-kin (18), nadat hij tijdens een demonstratie door de politie in zijn borst was geschoten. Foto Mohd Rasfan / AFP

Hippo Leung is kort, gedrongen en boos. Op haar school moet het zeventienjarige meisje elke maandag het Chinese volkslied zingen, waarna de Chinese vlag wordt gehesen. Hippo Leung weigert te zingen. „China verdient mijn trots niet”, geeft ze als reden. „Ik zing liever Hongkongse liederen.” Ze zit op een pro-Chinese school, waar negen op de tien leerlingen pas uit de Volksrepubliek China naar Hongkong zijn geëmigreerd.

Haar dikke haar is met een elastiekje samengebonden in een paardenstaart, ze heeft een geel-rood sportshirt aan. Een schooluniform hoeft vandaag niet – haar school is net als alle andere onderwijsinstellingen in Hongkong op last van de overheid gesloten. Het is te gevaarlijk op straat nu er overal gevechten tussen de politie en demonstranten zijn.

Een op de zeven is Chinees

In Hongkong is inmiddels ongeveer één op de zeven inwoners recent uit China geïmmigreerd, en dat aantal groeit alleen maar. Elke dag mogen er 150 mensen van het vasteland blijvend naar Hongkong komen. Wie dat zijn bepaalt China, Hongkong heeft daar geen invloed op. Dat wekt de nodige irritatie onder de bevolking. Ze vrezen dat met de toevloed van de mensen van het vasteland van China het liberale en open karakter van Hongkong steeds meer verdwijnt.

„Ze denken heel anders dan wij”, zegt Leung over de leerlingen uit China op haar school. „Ik praat niet met ze. Ik praat alleen met Hongkongse leerlingen. Die denken net zoals ik.” De leerlingen uit China krijgen alle informatie over wat er in Hongkong gebeurt uit Chinese staatsmedia. „En die informatie geloven ze dan.”

Leung voelt zich op school inmiddels behoorlijk geïsoleerd. Liefst ging ze naar een andere school, maar dat is lastig omdat ze al in haar eindexamenjaar zit. Haar ouders hebben deze school voor haar gekozen omdat die in de buurt zat. Handig, dachten zij. Stom, vindt Leung nu.

Op de foto wil ze niet, en ze geeft ook liever niet de naam van haar middelbare school. Ze wil haar toekomst niet nog verder verpesten: dat heeft ze al genoeg gedaan. Als je het volkslied niet meezingt, moet je nablijven om de tekst te leren. Als je dat ook weigert, zoals Leung doet, dan krijg je een slechte aantekening voor gedrag.

Elke vrijdag is er een weeksluiting. Op de school van haar vriendin Jolie Tsoi, die niet pro-Chinees is, gaat het dan bijvoorbeeld over gezondheid of over de schoolopvoering aan het einde van het jaar. Eens in de maand wordt ook op haar school de Chinese vlag gehesen en het volkslied gezongen. „Sommigen zingen dan mee, ik nooit. Maar daar ben ik nog nooit op aangesproken”, zegt Tsoi.

‘Dapper China’

Bij Leung zijn er tijdens de weeksluiting regelmatig sprekers uit China te gast. Dat zijn dan vaak leden van het plaatselijke Volkscongres, de Chinese volksvertegenwoordiging die zwaar onder invloed staat van de communistische partij. „Ze vertellen over het Chinese project van de Nieuwe Zijderoute en over hoe goed dat is”, zegt Leung. „De laatste weeksluiting ging het over de Tweede Wereldoorlog, en over hoe dapper China toen tegen Japan heeft gestreden.”

Leung houdt haar lippen altijd stijf op elkaar bij die weeksluiting. Ze stelt geen vragen, ze beantwoordt ze ook niet. Maar dat levert haar wel weer een slechte aantekening op.

Het curriculum zelf is op alle scholen in Hongkong gelijk. Alleen wat de docenten eromheen vertellen, is anders. „Bij mij zeggen ze hoe goed China is, en hoe China door Amerika wordt aangevallen”, zegt Leung. „Maar ik geloof dat niet, want ik zie daar heel andere berichten over.”

De slechtste aantekening kreeg Leung toen ze begin september meedeed aan een algehele schoolstaking in Hongkong. Ze wilde zo de demonstranten steunen. „Er deden maar tien mensen van onze school mee. Allemaal mensen die geboren en getogen zijn in Hongkong”, zegt Leung. „Acht politiemensen zijn toen naar onze school gekomen om ons tot de orde te roepen.” De school had zelf de politie gebeld.

„Buiten de school riepen we leuzen. De politie zei dat we vernielingen aan de school hadden aangebracht.” Niet waar, volgens Leung. „Ze pakten onze telefoons af en keken wat we erop hadden staan. Ze hebben ons verder niet ondervraagd, maar ze zeiden wel dat wat we deden, illegaal was.”

Van de school kreeg ze later te horen dat ze een zware onvoldoende zou krijgen voor gedrag. Daardoor zou ze niet in aanmerking komen voor toelating tot de universiteit. Ze vroeg het na bij de hogere onderwijsinstantie die daarover gaat. Het bleek een leugen. „Mijn toelatingsexamen voor de universiteit was gewoon al aangevraagd.” Ze kan niet wachten tot het jaar voorbij is.