‘Gek dacht ik. Dit weet het UWV toch allemaal al?’

Arbeidsongeschikt Falende systemen, verkeerde diagnoses en een gevoelloze opstelling. Vivian Beumer ervoer het bij uitkeringsinstantie UWV. Dit is haar verhaal.

Illustratie Mikko Kuiper

De dwaaltocht van de familie Beumer door de UWV-systemen begon op 26 maart 2018, met een telefoontje over borstvoeding. Vivian Beumer, tot dan toe tevreden klant van de uitkeringsinstantie, kampte op dat moment al meer dan anderhalf jaar met bekkenklachten. Die waren tijdens haar zwangerschap begonnen en na de geboorte van haar dochter op 10 december 2016 verergerd.

Hoe gaat het met de baby, viel de UWV-medewerkster met de deur in huis. En met de borstvoeding? En kun je haar al de trap op tillen? In hun woonkamer in het Brabantse Erp kunnen Beumer en haar man Bas het gesprek nog bijna woordelijk herhalen.

„Ik snapte er niets van,” zegt Vivian Beumer. „Onze dochter was al bijna anderhalf, dus die kroop zelf naar boven. Borstvoeding gaf ik al een jaar niet meer.” Het gesprek werd daarna allengs gekker. De vrouw van het UWV geloofde Beumer niet. „Volgens haar was mijn dochtertje pas zes weken oud. Dat bleek uit het systeem.”

Aan het eind van het gesprek maakte de UWV’er een notitie, voor intern gebruik: Beumer moest op het spreekuur van een UWV-arts komen. Maar een uitnodiging bleef uit. De vrouw noteerde ook dat Beumer vermoedelijk „een mentale beperking” had.

Het was niet de bedoeling dat deze kwalificatie ooit openbaar zou worden, maar het UWV stuurde die later per ongeluk toe aan de advocaat van Beumer. Ze kan er weer kwaad over worden: „Zo gaat het dus. Een medewerker zonder medische bevoegdheid, die me niet kent en niet heeft onderzocht, schrijft zoiets op. Ze gelooft het UWV-systeem eerder dan mij als moeder.”

Falende systemen, een gevoelloze opstelling richting klanten en bedrijven – het zijn verwijten die het UWV wel vaker treffen. Veel mensen laten het er bij zitten, maar niet de familie Beumer. Zij wilden hun verhaal persoonlijk overbrengen aan Fred Paling, de bestuursvoorzitter van het UWV. Maar toen ze na maanden aandringen uiteindelijk tegenover hem zaten, vonden ze hem „kil en afstandelijk”. Dezelfde indruk maakte de ‘coulancebetaling’ die het UWV kort voor het gesprek naar de Beumers overmaakte, maar die zij helemaal niet wilden hebben.

Daarom doet Vivian Beumer haar verhaal bij NRC. Om politici en andere UWV-klanten te waarschuwen dat de systemen het van de rede en de menselijkheid aan het winnen zijn.

Verkeerde datum

Het begon allemaal, zo kan Beumer inmiddels reconstrueren, met een administratieve fout. Het hotel waar ze kok was, moest haar na de bevalling opnieuw aanmelden bij het UWV, maar vergiste zich. Het hotel gaf een datum een half jaar eerder op, toen Beumer voor het eerst met klachten thuis kwam te zitten.

Zelf merkte zij niets van de fout. Ze kreeg waar ze recht op had en was druk met haar eigen sores. Sinds de bevalling kon ze niet tillen, bukken, maar kort zitten of lopen. Alles deed pijn. Werken kon ze zeker niet – ze was arbeidsongeschikt.

Op 22 maart 2018 kreeg ze opeens een brief, waarin het UWV haar meldde dat haar werkgever haar 13 maanden eerder, op 19 februari 2017, ziek had gemeld. Gek, dacht ze. Het UWV weet dit toch allemaal al? Daar had ze een jaar eerder al een brief van de uitkeringsinstantie over gekregen.

Wat Beumer niet kon bevroeden, was dat de door de UWV-computers automatisch gegenereerde brief het gevolg was van een poging van het hotel waar ze werkte om de foutieve datum van de ziektemelding recht te zetten. Evenmin wist ze dat die correctie ergens in de UWV-machine een belletje had doen rinkelen.

Door de verkeerde datering ontstond twijfel of Beumers arbeidsongeschiktheid wel door de zwangerschap kwam. Dat zou financiële consequenties hebben: als dat verband er is, betaalt het UWV mee aan haar uitkering. Is het er niet, dan moet het hotel de uitkering betalen.

Telefoontje

De uitkeringsinstantie zette een medewerker op de zaak. Die belde Beumer op 26 maart, kreeg met haar een discussie over de bevallingsdatum en noteerde dat zij vermoedelijk mentaal beperkt was. Een arts werd bij dit oordeel nooit betrokken. Wel kreeg Beumer drie weken later, op 17 april 2018, een telefoontje van een ‘sociaal-medisch verpleegkundige’ van het UWV.

Daarna bleef het drie maanden stil, totdat er een brief op de mat viel. Het UWV schreef daarin dat Beumer in het telefoongesprek van de verpleegkundige te horen had gekregen dat de zwangerschap „niet meer” de reden van haar arbeidsongeschiktheid was. Dat zou ook al in „een eerdere brief” staan.

Maar wat er in de brief stond over het telefoongesprek, klopte niet. Dat bleek toen Beumer het gespreksverslag opvroeg bij het UWV. De UWV-medewerker had genoteerd dat ze helemaal „niet kon beoordelen” of de klachten veroorzaakt waren door de zwangerschap. Maanden later moest het UWV toegeven dat de „eerdere brief” helemaal niet bestond.

Pas op 5 juli besloot de verpleegkundige alsnog dat „de klachten en symptomen voortvloeien uit aandoeningen welke geen relatie hebben met zwangerschap en bevalling”, zo staat in het dossier.

Waar de verpleegkundige dat uit opmaakte, blijft onduidelijk. De medische informatie die ze intussen bij Beumer had opgevraagd, bood hiervoor geen aanknopingspunten. Beumer had nog stapels medische papieren liggen die wél verband legden tussen zwangerschap en klachten, maar die hoefde het UWV niet te zien.

Lees ook: Het UWV let meer op ‘het proces’ dan op fraude

De conclusies van de verpleegkundige moeten – zo schrijven UWV-procedures voor – bekrachtigd door een arts, die daarover belt met de betrokkene. Dat is gebeurd, noteerde de arts in het dossier. Flauwekul, zegt Beumer. „Een UWV-arts belde me op en vroeg hoe het met me ging. Daarna zei dat hij ‘genoeg’ wist en hing weer op.” Duur van het gesprek, volgens haar telefoon: 2 minuten en 26 seconden.

Beumer’s lezing: „Fout 1: De sociaal-medisch verpleegkundige bemoeit zich met de medische diagnose. Fout 2: ze vergist zich. Fout 3: de verzekeringsarts die er echt over gaat, vindt het niet nodig me persoonlijk te zien en werkt de zaak af in een gesprekje van nog geen drie minuten.”

In de dagen daarna stuurde het UWV nog twee brieven. In de eerste stond dat Beumer tot 17 april 2018 arbeidsongeschikt was door haar zwangerschap en bevalling. Maar in de tweede stond dat vanaf 17 april het tegenovergestelde gold: haar arbeidsongeschiktheid had opeens niets met haar zwangerschap te maken.

Bezwaar

Voor Beumer was de maat vol. Ze schakelde een advocaat in en tekende bezwaar aan tegen de gang van zaken. Terwijl ze op een bezwaarzitting wachtte om haar verhaal te doen, verdwaalde ze opnieuw in het UWV-doolhof. Deze keer bij het aanvragen van een WIA-uitkering, waar ze recht op had omdat ze inmiddels meer dan twee jaar ziek was.

Nu was de UWV-website het obstakel. De eerste keer dat Beumer de uitkering digitaal aanvroeg, mislukte dit: het systeem meldde dat ze te laat was met aanvragen. De tweede keer strandde haar aanvraag omdat ze volgens het UWV niet meer geregistreerd stond als arbeidsongeschikt en dus geen recht had op een uitkering.

Beumer liet hierop haar advocaat het UWV herhaaldelijk bellen. Een week later ontving ze twee brieven: in de eerste stond dat haar aanvraag alsnog in behandeling werd genomen, omdat zij bij nader inzien nog wel arbeidsongeschikt was. In de tweede eiste UWV dat haar werkgever binnen een week allerlei aanvullende informatie aanleverde.

Begin november 2018 hoorde Beumer dat haar bezwaar was afgewezen. Dat verbaasde haar niets, gezien het verloop van de hoorzitting. De arts die daar namens het UWV haar zaak opnieuw moest beoordelen, maakte een rommelige en slecht voorbereide indruk. „Hij zat te grappen over de fouten van het UWV en maakte het hotel waar ik werkte belachelijk,” zegt zij. Het schriftelijke oordeel van de arts dat zij later ontving, bevestigde haar beeld: „Volgens mij heeft hij zitten knippen en plakken uit een ander dossier.”

Volgens mij heeft hij zitten knippen en plakken uit een ander dossier

Vivian Beumer

De bezwarencommissie begreep „dat het hele proces erg rommelig overkwam”, staat in het oordeel. Maar ook dat Beumer nergens recht op heeft. De onderbouwing van de arts is een rommeltje. Er staan foutieve data van hoorzittingen in, net als een ontmoeting tussen Beumer en een sociaal-medisch verpleegkundige die niet heeft plaatsgevonden.

De conclusie van de arts schiet alle kanten uit: ja, de klachten zijn oorspronkelijk veroorzaakt door de bevalling. Maar na 16 maanden, schrijft de arts, zijn haar „hormonale veranderingen” niet meer aan de orde. Maar haar bekkenklachten hebben niets te maken met hormonale veranderingen.

De arts concludeerde vervolgens dat haar complete medische voorgeschiedenis hoe dan ook irrelevant was. „Gelet op de omschrijving van de functiebelasting [van Beumers kokswerk] zie ik geen reden u ongeschikt te achten voor dit werk.” Dat was weer in strijd met het eerdere oordeel van het UWV dat ze wel degelijk arbeidsongeschikt was.

Formele klacht

Beumer en haar man gaven niet op. Ze dienden een formele klacht in en eisten een gesprek met de directie van het regiokantoor Eindhoven. Dat volgde enkele maanden later. Na afloop van de ontmoeting ontving ze een 4 kantjes lange apologie van het UWV. Ja, het had te lang geduurd. Nee, het was „niet gepast” dat de UWV-medewerker had opgeschreven dat Beumer mentaal beperkt was. Nee, Beumer was inderdaad nooit door een UWV-medewerker gezien. Ja, de eerste afwijzing van haar WIA-aanvraag was onterecht. Ja, het verslag van de tweede verzekeringsarts bevatte foute data, en hij maakte een fout in de medische beschrijving van haar bevalling.

De brief sloot af met „welgemeende excuses”, maar ook de constatering dat er geen financiële schade was geleden en de vaststelling dat de excuusbrief los stond van de inhoudelijke beoordeling van haar zaak.

Voor Beumer was inmiddels duidelijk dat er bij het UWV zaken fundamenteel mis gingen. Natuurlijk, fouten zijn onvermijdelijk. Maar het onvermogen van het UWV om te luisteren naar burgers en die fouten te herstellen, vond ze schokkend. Zij moest meer dan een jaar vechten, met funeste gevolgen voor haar herstel en haar psychische gezondheid. Hoe zou dat gaan met mensen die minder kracht en ruimte hebben om zichzelf te verdedigen?

Ze vond dat Fred Paling, de baas van het UWV, moest weten wat er in zijn organisatie gebeurde. Op 12 maart stuurde ze hem een aangetekende brief, met de waarschuwing dat ze haar dossier naar politici en media zou sturen als hij niet reageerde.

Na een tweede aangetekende brief mochten Beumer en haar man langskomen. Dat is bijzonder – de UWV-voorman spreekt in de regel niet met zijn klanten. Ook kreeg Beumer een brief van een UWV-advocaat. Die schreef haar dat het UWV niets onrechtmatigs had gedaan, maar dat zij en haar man niettemin 1.200 euro overgemaakt kregen „ter compensatie van de gestelde immateriële schade en gemaakte kosten”. Dat was volgens de advocaat een „coulancegebaar”, „geheel onverplicht en met ontkenning van enige aansprakelijkheid”.

Tot verbazing van Beumer, die al had laten weten geen behoefte te hebben aan zo’n bedrag, stond het geld de dag daarna op haar rekening. Ze stortte het terug – het ging haar om het principe.

Een sof

Het gesprek met Paling was een sof. Beumer: „We gingen er vol goede moed heen. Ons doel was hem vertellen hoe het er in zijn bedrijf aan toegaat en hoe burgers dat ervaren. Dat moet hij toch willen weten?” Maar Paling had het dossier niet gelezen en wilde niet over haar zaak praten omdat daar vertrouwelijke medische gegevens in stonden. Ook toen Beumer zei dat hij alles mocht inzien, kwam het gesprek niet op gang.

Beumer: „We hoopten dat hij het zich oprecht zou aantrekken en dat het beter zou worden voor anderen, na ons. Hij bood excuses aan, maar volgens mij interesseert het hem helemaal niets. Hij straalde uit dat niemand hem iets kon maken. En hij heeft nog gelijk ook.”

Reageren? Onderzoek@nrc.nl

 

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.