Turkije stuurt vrouwelijke Syriëgangers terug

IS-vrouwen Het kabinet betreurt het dat Turkije ondanks alle inspanningen alsnog uit eigen beweging tot uitzetting is overgegaan.

Turkije heeft een vrouwelijke Syriëganger naar Nederland teruggestuurd van wie de Nederlandse nationaliteit onlangs is afgenomen. De 23-jarige vermoedelijke IS’er kwam dinsdag aan op Schiphol, samen met haar kinderen van 3 en 4 jaar, bevestigt minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) in een brief aan de Tweede Kamer. „Het kabinet beschouwt dit als ongewenst en betreurt dat Turkije ondanks alle inspanningen alsnog eigener beweging tot uitzetting is overgegaan”, schrijft de minister.

De vrouw was kort voor de Turkse inval ontsnapt uit een kamp in het noorden van Syrië en meldde zich eind oktober bij de ambassade in Ankara. Haar Nederlandse nationaliteit was op dezelfde dag afgenomen – bij toeval, volgens Buitenlandse Zaken. Ze behield haar Marokkaanse nationaliteit. Nederland probeerde volgens Grapperhaus „in verschillende telefoongesprekken” de Turkse minister van Binnenlandse Zaken Süleyman Soylu te overtuigen om haar niet naar Nederland te sturen. Ook werd „een hoog ambtelijke interdepartementale missie naar Turkije” gestuurd om duidelijk te maken dat zij niet welkom was.

Bij aankomst op Schiphol werd de vrouw aangehouden. Volgens Grapperhaus zal justitie na vervolging en eventuele berechting haar uitzetten naar Marokko. Haar kinderen zijn overgedragen aan de kinderbescherming. Vrijdag wordt de vrouw samen met een tweede Syriëganger voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam. Die tweede 25-jarige vrouw werd ook dinsdag uitgezet, zij was al in 2018 aangehouden in Turkije.

Turkije hekelt al langer de Europese passiviteit wat betreft Syriëgangers die in de Syrisch-Turkse grensregio vastzitten en wil IS-vrouwen terug sturen naar het land van herkomst. Het kabinet wil niet dat Syriëgangers terugkeren en maakt zich al maanden sterk voor berechting in de regio, in Irak, waar wat Nederland betreft speciale tribunalen zouden moeten komen. Maar de gesprekken hierover verlopen moeizaam. Allereerst omdat Irak de doodstraf kent, en niet bereid is om voor buitenlandse jihadisten een uitzondering te maken, zoals het kabinet vraagt. Bovendien is er nu veel sociale onrust in het land. Syriëgangers zorgen al weken voor spanningen binnen de coalitie. D66 vindt dat Nederland actief achter hen aan moet, om te voorkomen dat de jihadisten onder de radar verdwijnen en hun straf ontlopen. VVD en CDA vinden dat de IS-gangers door hun deelname aan de oorlog in Syrië afscheid hebben genomen van de Nederlandse rechtsstaat en de gevolgen van hun keuzes dáár onder ogen moeten zien.