Stikstofplan boeren: meer koeien in de wei en minder eiwit in veevoer

Stikstofcrisis Dertien boerenorganisaties presenteerden woensdag een eigen plan om de stikstofcrisis op te lossen. De sector is de afgelopen maanden „flink in de kou gezet”.

De boeren beschouwen het plan als handreiking aan de samenleving en de politiek.
De boeren beschouwen het plan als handreiking aan de samenleving en de politiek. Foto Sander Koning

Met een reeks technische maatregelen kan de landbouw een uitweg bieden in de huidige stikstofcrisis: minder eiwit in veevoer, maar ook meer koeien in de wei en het aanlengen van mest met water. Dat stelt een coalitie van dertien boerenorganisaties in een gezamenlijk plan, dat woensdag is aangeboden aan minister Schouten (Landbouw, ChristenUnie). De maatregelen zijn volgens het plan goed voor een besparing van 2,5 tot 4 kton stikstof komend jaar.

„Ter vergelijking: de bouw van 75.000 huizen kost 0,1-1,1 kton stikstof”, aldus het plan getiteld ‘Uit een gecreëerde impasse’ van Het Landbouw Collectief. De maatregelen zijn „praktisch uitvoerbaar” en leiden „snel tot resultaat”. De reductie komt bovenop een vergelijkbare reductie van de uitstoot van stikstof die wordt verwacht van de al eerder aangekondigde sanering van de varkenshouderij in Nederland.

De landbouwsector is de afgelopen maanden „flink in de kou gezet door de regering en een deel van de Tweede Kamer”, stellen de boeren. Als voorwaarden voor het uitvoeren van deze maatregelen stellen zij dat er sprake moet zijn van de „vrijwillige deelname” door de boeren en dat er geen „generieke krimp” van de veestapel wordt ingevoerd. Ook vergunningen moeten niet worden ingeperkt: „Vergunde rechten over het aantal te houden dieren en stalruimte mogen niet worden ingenomen, ook al wordt de vergunde capaciteit op dit moment niet volledig benut. Aantasting van vergund recht is een onaanvaardbare inbreuk op het eigendomsrecht”, aldus het rapport van het Landbouw Collectief, dat wordt voorgezeten door voormalig bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen van Wageningen Universiteit.

Lees ook een interview met hoogleraar Chris Backes over de stifstofcrisis: ‘Nederland is te voorzichtig’

Stikstofrechten ‘niet afnemen’

Juist het innemen van een deel van de vergunning is de laatste weken inzet van discussie tussen de boeren en overheid enerzijds en de provincies en het kabinet aan de andere kant. Minister Schouten wil dat de boeren bij het berekenen van de ruimte die ze hebben om uit te breiden niet meer uitgaan van de vergunning maar van wat er nog aan dieren in een stal past. Een boer die een vergunning heeft voor 120 koeien mag dan bijvoorbeeld nog maar 100 koeien houden. Het bijbouwen of vergroten van de stal is dan niet toegestaan met de huidige vergunning.

De provincies willen echter uitgaan van het feitelijk aantal dieren dat een boer heeft staan, dus zeg 70 koeien. De boer mag dan nog wel uitbreiden naar 100 koeien maar die 30 koeien extra ruimte niet meer verhandelen. Dat gaat spelen wanneer een boer wil stoppen en zijn stikstofrechten wil verkopen. Die rechten zijn handelswaar en volgens de boeren wordt hen die nu afgenomen. De provincies en het kabinet willen voor 1 december met een oplossing komen om de impasse te beëindigen.

Koeien vaker in de wei

Een van de maatregelen die de boeren willen nemen is de vermindering van eiwit in het voer. Als een dier meer eiwit tot zich neemt dan het nodig heeft, leidt ook dat tot meer mest en dus meer ammoniakuitstoot. Ook het vaker in de wei laten lopen van koeien zou volgens het Landbouw Collectief tot verminderde stikstofuitstoot moeten leiden. De kans dat mest en urine in de wei vermengd worden zou minder groot zijn dan in een stal of bij het uitrijden van mest.

Daarnaast eisen de boeren „één werkbaar beleid van rijk en provincies” en meer metingen van stikstof in natuurgebieden, alsmede ook een „herijking” van Natura 2000-gebieden. Ten slotte willen ze een spoedige invoering van „een reële” en dus hogere drempelwaarde die aangeeft tot welk niveau van stifstofuitstoot er geen vergunningen nodig zijn. Op die manier zouden „ondernemers niet met een onnodige papierwinkel worden opgezadeld”.