Overheid ‘mogelijk aansprakelijk’ voor doodgeschoten 29-jarige Irakees

Tussenvonnis De vader van het slachtoffer probeert al dertien jaar te bewijzen dat Nederland schuldig is aan de dood van zijn zoon.

Een Iraakse controlepost in 2005. Jaloud werd in 2004 bij een controlepost gedood door een Nederlandse luitenant of Iraakse soldaten.
Een Iraakse controlepost in 2005. Jaloud werd in 2004 bij een controlepost gedood door een Nederlandse luitenant of Iraakse soldaten. Foto Ali Mohammed/EPA

De Nederlandse staat is „mogelijk aansprakelijk” voor de dood van de 29-jarige Irakees Azhar Jaloud, die in 2004 bij een controlepost in Irak werd neergeschoten door Nederlandse en Iraakse militairen. Dat oordeelde de rechtbank Den Haag woensdag in een tussenvonnis, dat nog geen uitsluitsel biedt over een eventuele schadevergoeding voor Jalouds vader. Die probeert al dertien jaar te bewijzen dat Nederland schuldig is aan de dood van zijn zoon.

Waar de rechter wél duidelijk over was, is dat de Nederlandse luitenant die op Jalouds auto schoot, niets te verwijten valt. Hij zou immers in de veronderstelling zijn dat hij zelf vanuit de auto beschoten werd. De Iraakse soldaten die ook schoten, treft volgens de rechtbank wél blaam; zij zouden zijn begonnen met schieten. En omdat zij onder Nederlands gezag vielen, is de staat verantwoordelijk voor hun daden en daarmee mogelijk voor Jalouds dood.

De vraag die vooralsnog onbeantwoord blijft: loste de Nederlandse luitenant of de Iraakse soldaten het dodelijke schot? Want – en dit is het ingewikkelde – als het de Nederlandse luitenant was, dan is Nederland volgens de rechter niet aansprakelijk, waren het de Irakezen, dan wél. De Irakezen hadden immers niet het excuus dat ze meenden beschoten te worden.

Omdat het lastig is vijftien jaar na dato een antwoord op deze vraag te vinden, heeft de civiele rechter het weinig gebruikelijke middel ‘proportionele aansprakelijkheid’ voorgesteld. Dit houdt in dat Jalouds vader en de staat beide beargumenteren welk aandeel de Irakezen – en daarmee Nederland – hadden in Jalouds dood. De rechter bepaalt op basis van die redeneringen welk percentage van de geëiste schadevergoeding Nederland moet betalen. Op de beantwoording van de schuldvraag nam de rechtbank woensdag alvast een klein schot voor de boeg. De kans dat de Irakezen de dodelijke kogel afvuurden, is volgens de rechter „niet zeer klein, maar ook niet zeer groot”.

Lees ook: Alsof de luitenant niet veroordeeld mocht worden

Fouten in dossier

Het is een ingewikkeld tussenvonnis dat past bij een ingewikkelde en langlopende zaak, waarin na vier rechtszaken nog steeds geen duidelijkheid is, mede als gevolg van meerdere (juridische) missers. Zo oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2014 dat Nederland grove steken had laten vallen bij het onderzoek naar Jalouds dood, onder meer omdat de verklaringen van de Irakezen lange tijd buiten het dossier werden gehouden. Het Hof veroordeelde Nederland toen al tot betaling van een schadevergoeding van 25.000 euro aan Jalouds vader. Het zou een zeldzaamheid zijn als de Nederlandse staat inderdaad aansprakelijk wordt gesteld voor de dood van een slachtoffer in buitenlands oorlogsgebied.