NPO 2 wil verjongen en vestigt hoop op de ‘shortdoc’

Publieke Omroep Met 2Doc bereikt de NPO 700.000 kijkers van gemiddeld 62 jaar. Een nieuw soort documentaire, de online shortdoc, moet jonger publiek aanspreken.

In de documentaire Rotjochies krijgen ontspoorde pubers een laatste kans om hun gedrag te verbeteren.
In de documentaire Rotjochies krijgen ontspoorde pubers een laatste kans om hun gedrag te verbeteren. Beeld VPRO

Als belangrijkste producent van Nederlandse documentaires is de publieke omroep prominent aanwezig op het documentairefestival IDFA, dat deze woensdag begint. Nieuw op het festival is de 2Doc IDFA Award for Dutch Documentary. De prijs wordt op 27 november uitgereikt.

De omroep geeft jaarlijks acht miljoen euro uit aan 110 documentaires. Dat bedrag wordt ongeveer verdubbeld door het NPO-fonds. Om een breder, vooral jonger publiek te zoeken begint de zender met een nieuwsbrief op zondagochtend over de documentaires van de komende week. Die films kun je vervolgens alvast on demand kijken. Het idee, ontleent aan Zweedse en Deense voorbeelden, is dat de omroep zo een gemeenschap van liefhebbers aan zich bindt, die als een soort ‘ambassadeurs’ de documentaires die ze vooraf zien, aanbevelen bij hun vrienden.

2Doc is de verzamelnaam voor documentaires op NPO 2 – met ’s avonds gemiddeld 335.000 kijkers de vierde tv-zender van Nederland. Enerzijds zet de journalistieke zender in op het versterken van het merk 2Doc, anderzijds wil zendermanager Gijs van Beuzekom juist minder ‘klassieke’ documentaires (vijftig minuten, afgerond verhaal). Hij verlegt een deel van de geldstroom – hoeveel hangt af van het aanbod – naar korte documentaires, webdocs en meerdelige, verhalende documentaireseries.

Waarom die andere vormen? Gijs van Beuzekom: „Omdat we willen dat er meer mensen naar ons kijken. Kijkgedrag verandert, mensen willen zelf bepalen wanneer ze kijken. Dus we willen meer online aanwezig zijn, en dat vraagt om andere vormen. Met 2Doc bereiken we nu wekelijks 700.000 mensen op televisie, en die zijn gemiddeld 62 jaar oud. Ik zal gek zijn om daar met dédain over te praten, dat is een heel belangrijke groep. Maar de programma’s die wij maken, zijn niet alleen interessant voor die groep. We zoeken een breder publiek.”

De shortdoc staat nog in de kinderschoenen, zegt Van Beuzekom: „Korte docs zijn interessant omdat het een nieuwe manier van maken is, en omdat veel nieuwe makers zich erop werpen.” Het genre kan goed dienen als kweekvijver. „We werken nu samen met regisseur Jos de Putter die een internationaal netwerk van jonge makers heeft, die op basis van actuele thema’s in hun eigen leefomgeving een kort verhaal maken.” Ongeveer zoals vroeger in Metropolis. „Dit seizoen komen er een stuk of twintig. Ze zijn nu nog te internationaal, ik zou ook wel Nederlandse talenten willen zien. De korte vorm vraagt een eigen techniek, met kleine camera’s, je krijgt bijzondere vertelstijlen.”

Groot voordeel is dat je snel kunt werken: „In een paar weken tijd kun je een pakkende film maken. Die zenden we ook zo op tv uit, na Nieuwsuur. Ze hoeven niet vooraf in het uitzendschema ingepland te worden. Als er eentje af is, belt Jos de Putter of we die week ruimte hebben.”

Wiet en hoog water

Met de verhalende documentaireseries is het precies andersom: die hebben een lang en onzeker maakproces. In de maak zijn ondermeer een serie over de wiethandel, en een over een man die zegt onschuldig in de Amerikaanse cel te zitten wegens moord op zijn vrouw en dochter – true crime à la Netflixserie Making a Murderer.

Van Beuzekom: „Mijn grote voorbeeld was ook Wild Wild Country, een Netflixserie over de Bhagwansekte, die verblufte door de rijkdom aan archiefmateriaal. Dat geldt ook voor een serie die in februari op tv komt over de overstroming en evacuatie van het Rivierenland in 1995. De werktitel is Hoog water. Uit ruim 27 uur archiefmateriaal worden nieuwe scènes gebouwd. Dat benadert wat we ermee bedoelen.”