Museum Singer toont nieuwe aanwinst Beckmann op kunstbeurs PAN

Aanwinst Museum Singer Laren toont op de PAN een onbekend schilderij van de heide bij Laren, geschilderd door Max Beckmann. Het is een gift van een anonieme schenker.

Max Beckmann, Laren (Landschaft mit Reiter) (1943, olieverf op doek, 66 × 86 cm)
Max Beckmann, Laren (Landschaft mit Reiter) (1943, olieverf op doek, 66 × 86 cm) Foto Singer Laren

Een geschilderde impressie van de hei bij Laren, met een weg spoedende ruiter, die de Duitse expressionist Max Beckmann in 1943 in Amsterdam schilderde. Dat is de nieuwste aanwinst van Museum Singer Laren die het museum toont in een speciale stand op de kunstbeurs PAN vanaf zondag 24 november in Amsterdam. Het is voor het eerst sinds 1956 dat het schilderij getoond wordt.

Lees ook een interview met kunsthandelaar Jop Ubbens die voor het eerst op de PAN staat. En kijktips PAN.

„Er zijn maar weinig Beckmann-schilderijen, vier nu, in museumbezit in Nederland, terwijl hij toch van 1937 tot 1947 in Amsterdam woonde en werkte – gevlucht voor de nazi’s”, vertelt Jan Rudolph de Lorm, directeur van het Singer Museum. „Wij zijn heel blij dat we dankzij een anonieme weldoener dit schilderij nu toe kunnen voegen aan de Collectie Nederland. We willen het in onze nieuwe museumvleugel vanaf 2021 permanent tonen.”

Max Beckmann (1884-1950) geldt als een van de beste Duitse expressionistische schilders. Hij vlucht in 1937 uit Berlijn naar Amsterdam, de dag nadat Hitler de tentoonstelling Entartete Kunst in München had geopend. Beckmann was met zeker 20 kunstwerken vertegenwoordigd op die expositie van kunst die de nazi’s verafschuwden. Hij wil met zijn vrouw Mathilde von Kaulbach, bijgenaamd Quappi, doorreizen naar Parijs en uiteindelijk Amerika. Maar Hitlers invasie in Nederland, België en Frankrijk in mei 1940 doorkruist die plannen. Als een balling vestigt Beckmann zich in Amsterdam, aan het Rokin 85, waar hij een oud tabaksmagazijn als atelier en woning betrekt. Hij schildert daar een belangrijk deel van zijn oeuvre, meest grote doeken met deels mythische voorstellingen en circustaferelen met donkere contouren en heldere kleuren.

Het huis op Rokin 85 in Amsterdam nu waar Max Beckmann tijdens de oorlog zijn atelierwoning had. Op de zolder werkte hij, daaronder woonde hij met zijn vrouw Mathilde von Kaulbach.

Het schilderij Laren (Landschaft mit Reiter), van 66 bij 86 centimeter, is weliswaar met typische zwierige zwarte Beckmann-omlijningen geschilderd, maar het is minder somber en sardonisch van sfeer dan Beckmanns meeste werk. Het werk dat hij in 1943 schilderde is licht van kleur, met een gelige zandvlakte met paarse hei en berkenbomen. Over de bochtige zandweg is het zwarte silhouet van een ruiter te zien. Op de vrij hoge horizon is in de bosrand een toren te zien, onder een zwierig bewolkte hemel.

Kunstenaarskolonie Laren

„Beckmann hield van de natuur, en hij kwam minstens twaalf keer naar Laren”, vertelt junior conservator Roby Boes van Singer Laren. „Dat weten we uit zijn dagboeken. Hij ging vaak wandelen en fietsen in de omgeving van Laren.”

Extra attractie voor Beckmann was, dat Laren een kunstenaarskolonie was, waar schilders vaak samenkwamen in Hotel Hamdorff. Daar dronk Beckmann graag champagne en probeerde hij zich te ontspannen.

In de Beckmann-oeuvrecatalogus uit 1976 staat dat de toren aan de horizon de bakstenen watertoren uit 1931-1933 in Laren is. Die is ontworpen door architect Wouter Hamdorff (neef van de Larense hotelhouder), die later ook het Singer Museum ontwierp, dat Anna Singer in 1953 liet bouwen na het overlijden van haar man William, om hun kunstcollectie te tonen. Vanwege het staketselachtige uiterlijk van de toren denken De Lorm en Boes dat het ook een (inmiddels afgebroken) recreatieve uitkijktoren kan verbeelden.

„De connectie met Laren maakt het schilderij voor ons natuurlijk extra bijzonder”, vertelt De Lorm. „Het past helemaal in onze ambitie om het ontstaan en de bloei van het modernisme in de Nederlandse kunst te tonen. Die heeft met de schenking van Els Blokker van de Nardinc collectie in 2018 al een enorme impuls gehad.” Die schenking bevatte ruim honderd schilderijen van Nederlandse avant-gardisten, plus miljoenen om een nieuwe museumvleugel te bouwen die in 2021 gereed moet zijn.

Max Beckmann hield van de natuur. Hij ging vaak wandelen en fietsen in de omgeving van Laren. Dat weten we uit zijn dagboeken

Schenking via Geefwet

Museum Singer Laren, inclusief een theater en beeldentuin, is een particulier museum dat weinig overheidssteun ontvangt. „Schenkingen en sponsoren zijn voor ons van groot belang”, zegt De Lorm. Ook de nieuwe aanwinst is het gevolg van een weldoener die anoniem wil blijven. De Lorm: „Toen we getipt werden dat dit Beckmann-schilderij door een particulier te koop werd aangeboden, dacht ik eerst: dat kunnen we nooit betalen. Een Beckmann kost al gauw een miljoen.” Toch sprak hij er over met mensen die het museum steunen, en een van hen was bereid het doek te kopen. Daarbij wordt gebruikgemaakt, aldus De Lorm, van de speciale regeling in de zogenoemde Geefwet: particulieren die schenkingen doen aan culturele instellingen, of iets nalaten, kunnen een belastingaftrek krijgen van 125 procent van dat bedrag. Het exacte aankoopbedrag maakt het museum niet bekend.

„We willen op de kunstbeurs PAN laten zien dat particulieren die kunst kopen, via zulke regelingen uiteindelijk ook bij kunnen dragen aan het openbare kunstbezit, door schenkingen aan musea als het onze”, zegt De Lorm.

Het museum heeft het Beckmann-schilderij laten schoonmaken en restaureren. „Door het schoonmaken komen alle kleurnuances in paars en blauw beter naar voren”, aldus De Lorm. „Overigens schilderde Beckmann niet in de open lucht. Hij nam zijn indrukken mee naar zijn atelier aan het Rokin, en schilderde daar.”

Beckmanns positie in bezet Amsterdam, waar ook de zus van zijn vrouw woonde, was moeizaam. Nederlanders moesten weinig van hem hebben. En de Duitse bezetters bemoeiden zich amper met hem. Hij kon via contacten in Duitsland nog wel werk verkopen, zoals het Larens heidelandschap, dat door een Duitse dirigent op bezoek in Amsterdam gekocht werd. Opmerkelijk is de rol van de Duitse kunsthistoricus Erhard Göpel. Hij zocht (geroofde) kunst uit voor Hitlers museum in Linz in Nederland en Frankrijk. Maar hij beschermde Beckmann, en smokkelde zijn kunst naar Duitse kopers. Het Stedelijk Museum kocht in 1945, voor de Bevrijding, een werk van hem, Beckmanns imposante zelfportret met zijn vrouw Quappi. In 1947 emigreerden Beckmann en zijn vrouw naar de VS, nadat hij daar een aanbod had gekregen kunstdocent te worden. Hij overleed in 1950 in New York aan een hartaanval, tijdens een wandeling in Central Park.