Opinie

Kan Rutte zich even als pispaal aanbieden?

Tom-Jan Meeus

Het zijn dagen dat van de premier moreel leiderschap wordt verlangd, en we kunnen veilig stellen dat best veel burgers dit ondersteunen. Geef het goede voorbeeld. Zeg waar het op staat. Stijg boven de anderen uit. Ik vermoed dat het ongeveer die behoefte is – al weet je het nooit helemaal zeker natuurlijk.

Om helderheid te krijgen dook ik, via de databank Parlementaire Monitor, in het archief van Tweede en Eerste Kamer. De eerste politicus die het begrip in de recente geschiedenis gebruikte (ik zocht vanaf 1995) was in 2000 een toenmalige senator van GroenLinks, Wim de Boer, die moreel leiderschap in Paars II miste omdat beleid niet meer was gebaseerd op „sociale idealen” maar op „behendig beheren”.

Hierna kwam ik terecht bij vooral politici van ChristenUnie en SGP. Bij de vorming van Balkenende I in 2002 prees toenmalig CU-leider Kars Veling „het koninkrijk Gods” als richtsnoer voor moreel leiderschap. Zijn opvolger André Rouvoet zag in 2003 de noodzaak van moreel leiderschap opdat „tegenstellingen overbrugd kunnen worden”. Datzelfde jaar verweet zijn SGP-collega Bas van der Vlies het kabinet gebrekkig moreel leiderschap omdat het weigerde militair deel te nemen aan de invasie van Irak. Bij het turven bleek dat een kleine veertig procent van alle oproepen tot moreel leiderschap van CU en SGP kwam.

Politici van SP, Denk, PvdA, D66 en CDA doen die oproepen ook geregeld. Ik kwam niet éénmaal een VVD’er tegen, al vraagt Ruttes kabinet, via staatssecretaris Snel (Financiën, D66), de laatste tijd ook om moreel leiderschap – bij de Belastingdienst. Je voelt wat hij bedoelt.

Maar afgebakend is het begrip dus zeker niet: het schiet alle kanten op. Geen verrassing. We zijn een land van minderheden met ieder eigen normen en waarden, die hun stem relatief eenvoudig in de Kamer vertegenwoordigd kunnen krijgen. Dan is het ook logisch dat Kamerfracties geen eenduidige definitie van moreel leiderschap hebben. En is het ook logisch dat premiers, zoals Rutte, liever niet aan verzoeken om moreel leiderschap voldoen. Waarom zou hij zich aanbieden als pispaal?

Want hij kent de gevolgen: de meeste oppositiepartijen én vermoedelijk een paar coalitiepartners scheuren hem aan stukken. Het blijft Den Haag.

Er zal behoefte zijn aan een premier die boven zichzelf uitstijgt, dat geloof ik wel. En dat verlangen zegt na negen jaar premierschap vermoedelijk ook iets over de waardering voor Rutte. Evengoed is de aanname dat alléén leiderschap, moreel of anderszins, maatschappelijke verandering kan creëren behalve onbewezen ook nogal a-liberaal. En het is wel bijzonder hoe weinig aandacht er voor dit laatste is.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.