Opinie

Dekker hijst de witte vlag, burger en advocaat verliezen

Sociale rechtshulp

Commentaar

Is de stelselherziening van de sociale rechtshulp een stille dood gestorven, met het noodfonds dat minister Dekker (rechtsbescherming, VVD) vorige week vrijdag onverwacht ter beschikking stelde? Of zijn de kansen op verwezenlijking ervan juist verhoogd? Duidelijk is dat Dekker, die het geldbedrag een ‘smeermiddel’ noemde, zelf op het laatste hoopt. Hij wil naar een stelsel waarin procedures meer worden voorkomen, ook door de overheid. En waarin behalve advocaten, ook paralegals, maatschappelijk werk, ombudslieden en zelfhulp een grotere rol spelen. Daarbij werd een verwijt gemaakt over ‘onnodig’ procederen als verdienmodel voor advocaten, wat met verontwaardiging van de hand werd gewezen. Intussen waren (en zijn) er natuurlijk wel degelijk advocaten die met de mond belijden altijd tot een schikking bereid te zijn. Maar overigens hun eigen plan trekken met als enige maatstaf winst behalen voor de cliënt, waaronder ook het eigen omzetbelang wordt verstaan.

Dat een bewindsman bij 400 miljoen euro voor rechtshulp vraagtekens zet en zich afvraagt of dit écht de meest doelmatige oplossing is, is zijn goed politieke recht. De vraag is ook relevant. Dekker slaagde er alleen niet in dat ook als probleem voor het voetlicht te krijgen. De coalitiefracties waren hooguit lauw – verder dan het voordeel van de twijfel kwam Dekker niet.

In de week waarin de Kamer de begroting Justitie behandelt heeft hij zijn knopen geteld en de bocht genomen. De groeiende weerstand, ook in de coalitie, tegen wat verdacht veel op het ‘uitroken’ van de sociale advocatuur leek, werd te veel. Dat ook rechters en officieren het belang van goede advocaten voor de rechtspleging steeds maar onderstreepten, verhoogde de druk. De advocatuur zelf liet intussen geen mogelijkheid onbenut om te demonstreren dat praten met ‘deze’ minister geen zin heeft.

Op de achtergrond dreigde bovendien het plan het initiatief van advocaten om de eerste weken van januari alle vragen om rechtshulp af te wijzen. Dat werd op sociale media ingeluid met de oproep #ikpiketnietlanger, een verwijzing naar de piketdiensten waarvoor men zich sindsdien inderdaad massaal afmeldde. Dat dreigde de jaarlijkse demonstratie door het gezag in snelrecht na het komende rituele oudejaarsgeweld te laten mislukken. Precies het soort publiciteit waar een VVD-bewindsman uit de law-and-order school niet op zit te wachten: ‘Geen straf voor oudejaarsrel door advocatenstaking’. Dekker zou dan ook aan zijn 72 miljoen euro de voorwaarde hebben verbonden dat de piketstaking niet zou doorgaan. Gezien de opgekropte boosheid onder advocaten, in combinatie met de financiële nood waardoor velen al hun praktijk sloten, lijkt dat niet heel waarschijnlijk.

Voor advocaten is nu de aantrekkelijkste optie ‘Dekker uitzitten en dan verder zien’. De vertrouwenscrisis tussen de sociale advocaten en de bewindsman lijkt niet afkoopbaar.

Praktisch gesproken tilt Dekker de financiering van de rechtsbijstand, waar 38 procent van de bevolking recht op heeft, nu over de kabinetsperiode heen. Daarmee is de urgentie van de herziening, zo die al bestond, er nu wel af. Of een volgend kabinet de oplossing in dezelfde richting wil zoeken, is afwachten.

Wat twee jaar conflict met Dekker vooral heeft opgeleverd zijn bedorven verhoudingen, diepere loopgraven, ontkenning van de problemen en verharding van de standpunten. Stilstand dus. Daarmee is de rechtzoekende burger niet gebaat, noch de advocatuur.