Boeren komen met ‘oplossing’ crisis

Stikstof Plan van aanpak van boeren om uit ‘stikstofimpasse’ te komen, is op lange termijn peanuts, zegt stikstofexpert Jan Willem Erisman.

De boeren beschouwen het plan als handreiking aan de samenleving en de politiek.
De boeren beschouwen het plan als handreiking aan de samenleving en de politiek. Foto Sander Koning

„Wij kunnen de grootste crisis uit de carrière van premier Rutte oplossen”, stelt Aalt Dijkhuizen, voormalige bestuursvoorzitter van Wageningen Universiteit en voorzitter van Het Landbouw Collectief, een samenwerkingsverband van dertien boerenorganisaties dat het rapport ‘Uit de gecreëerde stikstofimpasse’ woensdag heeft aangeboden aan minister Schouten (Landbouw, ChristenUnie).

Het plan van aanpak behelst onder meer een reeks technische maatregelen: minder eiwit in veevoer, meer koeien in de wei en het mengen van uitgereden mest met water. De maatregelen zijn goed voor een besparing van 2,5 tot 4 kiloton stikstof komend jaar. „Ter vergelijking: de bouw van 75.000 huizen kost 0,1-1,1 kton stikstof”, aldus het plan. De maatregelen zijn „praktisch uitvoerbaar” en leiden „snel tot resultaat”. De reductie komt bovenop een vergelijkbare reductie van stikstof door de al eerder aangekondigde sanering van de varkenshouderij in Nederland.

De boeren stellen harde voorwaarden aan de maatregelen: er moet sprake zijn van „vrijwillige deelname”. Van een „generieke krimp” moeten ze al helemaal niets hebben. Ook vergunningen mogen niet worden ingeperkt: „Vergunde rechten over het aantal te houden dieren en stalruimte mogen niet worden ingenomen, ook al wordt de vergunde capaciteit op dit moment niet volledig benut.” Stikstof moet nauwkeuriger worden gemeten in natuurgebieden en ook moet er een „herijking” komen van Natura 2000-gebieden. En het kabinet moet betalen. De boeren willen 2,9 miljard euro in vijf jaar voor invoering van de technische maatregelen, maar ook voor de sanering van de varkenshouderij en vergoedingen voor gestopte nertsenhouders en voor innovaties bij melkveebedrijven, kalverhouderij en pluimveesector.

De boeren beschouwen het plan als een handreiking aan de samenleving en aan de politiek, die hen de afgelopen maanden volgens het rapport „flink in de kou” heeft gezet. Ze vinden dat ze al heel wat hebben gepresteerd, zoals een reductie van ammoniak met 65 procent sinds begin jaren negentig, en ze worden naar hun mening ten onrechte verantwoordelijk gehouden voor het overschot aan stikstof in Europees beschermde natuurgebieden. „Wij zijn jarenlang zondebok geweest”, zegt melkveehouder Jeroen van Maanen, een van de drijvende krachten achter de actiegroep Farmers Defence Force.

Zijn de maatregelen genoeg? Het plan maakt geen verpletterende indruk op stikstofdeskundige Jan Willem Erisman, directeur van het Louis Bolk Instituut voor duurzame landbouw. „Ik heb niet veel nieuwe maatregelen ontdekt”, zegt hij. „Het is waar dat de hoeveelheid ammoniak in dertig jaar flink is teruggedrongen, maar die is nog steeds bijna twee keer te hoog voor de natuur.” Er komt jaarlijks gemiddeld ongeveer 1.600 mol stikstof per hectare in de grond terecht, en dat is 500 mol boven de grens van wat de natuur, grof gezegd, in Nederland kan verdragen. De maatregelen uit het boerenplan leiden volgens Erisman tot een reductie van 6 tot 10 mol per hectare. „Dat is voor de korte termijn mooi als je het afzet tegen bijvoorbeeld de bouw. Maar op lange termijn is het peanuts.”

Om de natuur niet te schaden, is volgens onderzoek een halvering van de emissies in alle sectoren vereist. „Plus aanvullende lokale maatregelen.” Erisman verwacht dat ook de maatregelen van de boeren voor de langere termijn om stikstof te beperken, zoals het dieper injecteren van mest in de grond, niet efficiënt, erg duur en zelfs contraproductief voor bijvoorbeeld water en klimaat kunnen uitpakken, zolang het uitgangspunt is en blijft: dezelfde productie. Erisman: „Mijn grootste zorg is dat dit gaat leiden tot extra kosten voor de boer. Alleen grote bedrijven kunnen deze kosten betalen. De oplossing ligt in een kleinere productie met hogere opbrengsten.”

Het is een standpunt dat veel boeren niet willen horen. Ze hebben de indruk dat de stikstofcrisis vooral een juridisch-bestuurlijke oorzaak heeft, en twijfelen openlijk aan cijfers dat de landbouw voor 46 procent verantwoordelijk is voor de stikstof in Europees beschermde natuurgebieden. „Daar had even goed een ander cijfer kunnen staan”, zegt melkveehouder en actievoerder Van Maanen. Er zijn volgens hem „heel veel grote bedrijven” die zonder vergunning stikstof uitstoten en niet in de berekeningen worden meegenomen.

Het RIVM ontkent dat. „Wij gaan ervan uit dat we de emissies compleet hebben”, zegt een woordvoerder. Bedrijven die jaarlijks meer dan 10 ton stikstof uitstoten, moeten hun emissies melden in een milieujaarverslag, en die cijfers, ongeveer 90 procent van het totaal, dienen als basis voor de berekeningen. Van de resterende 10 procent wordt een schatting gemaakt.