Opinie

Aan de politie wordt altijd meer gevraagd dan ze aan kan

Het heeft er veel van weg dat met de gemeentelijke BOA’s sluipenderwijs een nieuw soort gemeentelijke politie wordt ingevoerd. In de Togacolumn kijkt advocaat generaal Joep Simmelink naar de nationale politie.
Een BOA op de Wallen in Amsterdam.
Een BOA op de Wallen in Amsterdam. Foto: Olivier Middendorp

De Nederlandse politie is een structureel overvraagde organisatie. De aan de politie opgedragen taken op het gebied van opsporing, hulpverlening en openbare ordehandhaving omvatten meer werkzaamheden dan de organisatie feitelijk aankan. Er moeten dus voortdurend keuzes worden gemaakt over wat wel en wat niet te doen.
Complicerende factor is dat het werk van de politie voor een belangrijk deel wordt beheerst door incidenten. Een demonstratie, een aanslag, een ramp of een andere grootschalige gebeurtenis kunnen ineens een groot beslag leggen op de politiecapaciteit, waardoor andere werkzaamheden even naar het tweede plan moeten worden verwezen. Het gevolg van een en ander kan zijn dat sommige deeltaken op de prioriteitenlijst steevast onderaan bungelen. Voorbeelden daarvan zijn de verkeershandhaving en het toezicht in de openbare ruimte als het gaat om lichtere delicten en het tegengaan van verschijnselen die tot ´overlast´ worden gerekend. Als de consequenties van prioritair gebungel zichtbaar worden, zoals het bericht over de stijging van het aantal verkeersdoden als gevolg van het gebruik van alcohol en drugs in het verkeer, ontstaat vanzelf de politieke roep om intensivering van controle en opsporing op dat gebied. Waar de daarvoor benodigde politiecapaciteit vandaan moet worden gehaald, blijft evenwel onopgehelderd.

Zelfde bevoegdheden

Het gat dat de politie heeft moeten laten vallen voor haar handhavende taken in de lokale openbare ruimte wordt binnen de grotere gemeentes voor een belangrijk deel opgevangen door BOA´s. Het betreft personen die in dienst zijn van een gemeente en als ‘bijzonder opsporingsambtenaar’ handhavende taken hebben op het gebied van de milieuwetgeving, de Drank en Horecawet, een hoeveelheid voorschriften uit de wegenverkeerswetgeving, de Wet openbare manifestaties, Zondagswet en nog het een en ander aan regelgeving. Bij de constatering van een overtreding van een van deze regelingen heeft de BOA in principe dezelfde bevoegdheden als de politie: hij kan een boete opleggen of handelingen ter opsporing verrichten. In het stadsbeeld laten de BOA´s, voorzien van uniform en herkenbare voertuigen, zich vaak zien als ‘team handhaving’. De afgelopen jaren groeit het aantal gemeentelijke BOA´s gestaag. Thans zijn binnen gemeentes ongeveer 4.000 BOA´s aangesteld.

Aan de groei van het aantal gemeentelijke BOA´s zal hebben bijgedragen dat de afgelopen jaren het takenpakket van de BOA´s diverse keren is uitgebreid. Op dit moment wordt gediscussieerd over de wenselijkheid van een verdere uitbreiding. Met name gaat het dan om handhavende taken op het vlak van milieu, openbaar vervoer en verkeer. Deze uitbreiding van de bevoegdheden van de BOA moet het gebrek aan capaciteit bij de politie voor deze taken opvangen.

Niet tornen

Een breder takenpakket van de BOA en een nadrukkelijker zichtbare aanwezigheid op straat leiden tot meer contacten tussen BOA en burger. Inherent hieraan is dat de BOA meer risico loopt om te worden geconfronteerd met agressie. Om zich hiertegen te kunnen verweren, wordt bepleit om de BOA uit te rusten met geweldsmiddelen die tot op heden zijn voorbehouden aan de politie. Zo wil de burgemeester van Amsterdam Halsema dat de gemeentelijke BOA wordt voorzien van pepperspray en wapenstok. Eind vorig jaar gaf de Minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus in een brief aan de Tweede Kamer nog aan dat hij niet wilde tornen aan het geweldsmonopolie van de politie. Het opleidingsniveau en het stelsel inzake het afleggen van verantwoordelijkheid voor de toepassing van overheidsgeweld zouden zich niet verdragen met uitbreiding van de geweldsbevoegdheid van de BOA. Inmiddels blijkt het standpunt gewijzigd. Er wordt gewerkt aan een regeling om de BOA´s te voorzien van middelen (pepperspray en/of wapenstok) waarmee zij zich kunnen verweren als zij bij de uitoefening van hun taken worden geconfronteerd met een agressieve burger.

Toegang krijgen

Met de uitbreiding van taken en bevoegdheden treden de gemeentelijke BOA´s meer en meer op het terrein dat tot voor kort tot het domein van de politie werd gerekend. Deze realiteit heeft binnen de politie geleid tot een ´verkenning politie over samenwerking met Boa´s’. De wenselijk geachte samenwerking kan verschillende vormen aannemen, zoals operationele samenwerking, informatiedeling en gegevensuitwisseling. BOA´s moeten toegang krijgen tot (delen van) het politiebureau en tot bepaalde delen van de informatiesystemen van de politie. Gezamenlijke briefings en gezamenlijke surveillances horen ook tot de mogelijkheden. Een concreet resultaat van de samenwerking is al dat gegevens die BOA´s verzamelen met camera-auto´s voor opsporingsdoeleinden aan de politie ter beschikking kunnen worden gesteld.

In historisch perspectief is de opkomst van de gemeentelijke BOA en de geleidelijke uitbreiding van zijn taken en bevoegdheden opmerkelijk. Met de Politiewet 1993 werd de oude tweedeling in het politiebestel tussen Rijks- en Gemeentepolitie opgeheven om te worden vervangen door Regionale politiekorpsen. De Politiewet 2012 bracht de Landelijke Politie. Het heeft er veel van weg dat met de gemeentelijke BOA´s sluipenderwijs een nieuw soort gemeentelijke politie wordt ingevoerd. Dan zou het zomaar kunnen dat ook de problemen en spanningen die de oude scheiding tussen Rijks- en Gemeentepolitie meebracht, in een gemoderniseerde versie weer opduiken. Het lijkt mij dat de geleidelijke uitbreiding van de taken en bevoegdheden van de BOA consequenties moet hebben voor de opleidings- en benoemingseisen. Ook is het niet meer dan verstandig om stil te staan bij het gezag, het toezicht en de verantwoordelijkheid over de lokale rechtshandhaving, met nu versnipperd aandoende rollen voor de gemeente als werkgever, de burgemeester, de Korpschef van Politie, de Hoofdofficier van Justitie, het College van Procureurs-Generaal, de minister van Justitie en Veiligheid en de Nationale ombudsman. Dat kan echt wel beter.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, een rechter of een officier van justitie. Joep Simmelink is senior advocaat-generaal bij het Ressortsparket van het Openbaar Ministerie en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Maastricht.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.