Recensie

Recensie Film

‘The Third Wife’: venijnig mooie film over gedwongen huwelijk

Arthouse ‘The Third Wife’, over een gedwongen huwelijk in 19de-eeuws Vietnam, doet denken aan de Chinese klassieker ‘Raise The Red Lantern’. Maar de zo goed als dialoogloze film is feministischer.

De veertienjarige May (Nguyen Phuong Tra My) wordt de derde vrouw van een rijke zijdekweker in ‘The Third Wife’.
De veertienjarige May (Nguyen Phuong Tra My) wordt de derde vrouw van een rijke zijdekweker in ‘The Third Wife’.

In alle schoonheid ligt een moment van verval of dood bestorven. Nooit werd dat zo duidelijk als in The Third Wife, het debuut van de Vietnamese filmmaakster Ash Mayfair (1985), die vorig jaar zijn wereldpremière beleefde op het filmfestival van Toronto.

De film over een gedwongen huwelijk in laat 19de-eeuws Vietnam laat zich nog het beste bekijken als een meer feministische variant op arthouse- en wereldcinema-klassieker Raise The Red Lantern van de Chinese regisseur Zhang Yimou, die in 1991 met een vergelijkbaar onderwerp maandenlang een succes was in de Nederlandse filmtheaters en een doorbraak betekende voor niet-westerse cinema voor een Nederlands publiek.

In The Third Wife volgen we de veertienjarige May vanaf het moment dat ze als derde vrouw van een rijke zijdekweker deelgenoot wordt van de trauma’s en intriges in een patriarchaal polygaam huishouden waar vrouwen niet meer zijn dan kostbare zijderupsen, tot kort na de geboorte van haar eerste kind negen maanden later.

De psychologische ontwikkeling van May in die negen maanden is ook vergelijkbaar met de levensstadia van larve tot imago van de zijdevlinder. Daarin ligt al Mays tragische lot besloten. Wie gewend is dat oosterse cinema vaak alleen maar ogentroost biedt, voelt nu in al die visuele rust en wellust ook beelden die scherp als zijdedraden door zijn blikveld snijden. De lap met maagdenbloed die als in een stilleven aan een tak in een vaas op de binnenplaats wordt gedrapeerd. De echtgenoot die zijn vrouwen bemint alsof het levenloze poppen zijn. Die vormen van sadistische esthetiek zijn bekend.

Venijniger zijn tafelgesprekken als de opbrengsten van een pasgeboren kalf moeten worden verdeeld. Jurken voor de dochters van de ene vrouw, of een paard voor de zoon van de andere? De verder zo goed als dialoogloze film kiest niet voor een eenzijdige kijk op vrouwelijkheid. Ook de vervreemding van het lichaam die wellicht het gevolg is van repressief patriarchisme vindt een plek in deze zijdezachte en fluisterwrede film.